Geen compromis meer in Lage Landen

Wat zijn de overeenkomsten tussen de Nederlandse PVV en de Vlaamse N-VA? Beide partijen zien compromissen met anderen als immoreel, constateert Bart Eeckhout.

Ruwweg anderhalf jaar na de jongste parlementsverkiezingen heeft België nog altijd geen regering. Nederlanders tonen zich daar graag vrolijk over, maar is het hier dan zo anders? In beide Lage Landen heeft het compromis afgedaan als vanzelfsprekende uitkomst van het politieke proces.

‘Theater’, zo heette het deze week aangekondigde ontslag van Elio Di Rupo als formateur in België. Met een licht homofobe omschrijving wordt de Franstalige socialist neergezet als een drama queen, alsof dit soort schijnvertoningen er nu eenmaal bij hoort bij onderhandelingen en iedereen straks weer gezellig mee aan tafel schuift. Mocht het theater zijn, dan functioneert die strategie niet meer. Na ruim 520 dagen zonder regering weten de Belgen tenminste dát: de oude rituelen van compromisvorming – inclusief dramatisch slaande deuren – werken niet langer.

Dit heeft alles te maken met de centrale positie van de N-VA van Bart De Wever. Bij de vorming van de nieuwe regering blijft deze grootste partij in Vlaanderen aan de kant staan. Anders gezegd wordt er geprobeerd om een regering te vormen zonder meerderheid bij het Vlaamse kiezerskorps. Hiermee wordt geen wetsbepaling overtreden, maar de situatie draagt bij aan de in Vlaanderen gekoesterde indruk dat de Vlaming wordt geregeerd door een minderheid van Franstaligen.

Op deze underdogperceptie teert de N-VA. Haar aanwezigheid hangt als een loden schaduw over de onderhandelingen. De liberale leider Alexander De Croo wijst naar Europa om zijn onverzettelijkheid tegen Di Rupo te beargumenteren, maar zijn angstdromen komen van zijn machtige concurrent De Wever.

De tot nader bericht nog altijd toenemende bijval voor De Wever toont dat dit fundamenteel andere tijden zijn om politiek te bedrijven. Politici halen succes als ze erin slagen om zichzelf te distantiëren van het politieke establishment.

Wat voor Bart De Wever geldt, geldt voor Geert Wilders. Inmiddels langer dan een jaar gedoogt de Partij voor de Vrijheid de regering-Rutte van liberalen en christen-democraten. Het lijkt een constructie waarvan vooral Wilders de vruchten oogst. De dubbelzinnige positie laat de PVV-voorman toe zichzelf te tonen als een bestuurvaardig politicus. Tegelijk kan hij handig afstand bewaren tot de traditionele Haagse regenten.

Daarbij haalt hij gretig uit naar de compromisvorming die wordt bedisseld over de hoofden van ‘Henk & Ingrid’ heen. Compromissen wijken altijd af van het eigen gelijk. Dit maakt elk compromis kwetsbaar voor verwijten van achterkamertjespolitiek. In omwentelende tijden knoopt een ruim publiek dit soort verdachtmakingen gemakkelijk in de oren.

Het zou intellectueel oneerlijk zijn om Wilders en De Wever zomaar op dezelfde hoop te gooien. Wilders’ PVV voldoet aan de definitie van een populistische partij, in de neutrale, politiek-wetenschappelijke zin van het woord. De PVV heeft een charismatisch en autoritair leider, een weinig coherent programma en een politieke actie die zich zowel afkeert van de gevestigde elite als van buitenstaanders en minderheden.

De N-VA in Vlaanderen is een traditionele ideeënpartij, al scheert haar discours soms langs het populisme. Beide partijen karakteriseren een ander deel van de gemeenschap negatief, maar bij Wilders krijgt dit een xenofoob trekje. Zulke islamofobie is de N-VA volledig vreemd. Het appèl dat deze partij doet op anti-Waalse gevoelens bij de Vlaamse bevolking maait juist het electorale gras weg voor een partij die wel islamofoob ageert, het Vlaams Belang.

Met het succes van De Wever is het prominente vijandbeeld van een grote groep Vlamingen verschoven. Niet de allochtone vreemdeling, maar de Franstalige mede-Belg wordt ervaren als grootste sta-in-de-weg voor het behoud van de welvaart.

Wat de N-VA en de PVV verbindt, is hun succesvolle strategie om zich af te keren van de bestaande politieke elite. De N-VA en de PVV zijn erin geslaagd aan het concept ‘compromis’ een negatieve draai te geven. Het ‘pact met de duivel’ is nooit veraf als Vlaams-radicalen een akkoord met Franstalige inbreng moeten evalueren.

Met de actie ‘Niet in mijn naam’ richt de Vlaamse Volksbeweging – de nationalistische ‘zuil’ waarvandaan de N-VA haar kaderleden haalt – haar pijlen op het communautaire akkoord. Zo’n compromis wordt weggezet als een immorele daad van een regering (in wording) die niet handelt namens ‘mij’ – het Vlaamse volk. Die ‘mij’ en dat ‘volk’ zijn moreel superieur aan de zich aan compromispolitiek bezondigende regering.

De wijze van aan politiek bedrijven van de N-VA en de PVV doet sektarisch aan – in de definitie van de Israëlische filosoof Avishai Margalit: „Sektarisme is een bepaalde praktijk en een levenshouding. Deze wijze van opereren zou liever de partij opsplitsen dan het verschil. Een geesteshouding hierbij is dat je in je principiële positie niet toegeeflijk moet zijn, wat er ook gebeurt. Sektarisme is een instelling die elk compromis als een rot compromis ziet.”

Van het adjectief ‘sektarisch’ zullen Wilders en De Wever niet houden, maar vervang het door ‘principieel’ en ze kunnen zich in bovenstaande omschrijving wellicht best vinden. ‘De partij opsplitsen’ hebben ze overigens ook letterlijk gedaan. In 2001 spleet de voormalige Volksunie uiteen over een aanslepende twist over deelname aan een vorige staatshervorming. Uit de as ervan verrees de N-VA. Ook de PVV is ontstaan als afsplitsing van de bestaande VVD.

Het is geen toeval dat de N-VA en de PVV zo succesvol zijn. Waar het klassiek gelegitimeerde gezag in de verdrukking komt, ontstaat ruimte voor een ander type leiderschap – dat van de charismatische leider. Het helpt dan als je een keer populistisch uit de hoek durft te komen. Het compromis is daarbij een vanzelfsprekend doelwit. De tijden van het poldermodel komen nooit meer terug.

Bart Eeckhout is chef cultuur & media bij de Vlaamse krant De Morgen. Dit jaar is hij ‘Nieuwspoort-rapporteur’, als opvolger van Joris Luyendijk. Dit stuk komt uit de Kees Lunshoflezing, die hij vandaag uitsprak in perscentrum Nieuwspoort.