Financiële gymnastiek: hou hoog dat rendement

Goed nieuws is ook nieuws. Wat moet Nederland denken van het optimisme in crisistijd van de (volgens Opzij) machtigste vrouw van Nederland, belegger Angelien Kemna van vermogensbeheerder APG? Zij belegt pensioengeld van leraren, ambtenaren en bouwvakkers. Kemna is goed voor 280 miljard euro beleggingen.

Zij verwacht vergelijkbare rendementen op de pensioenbeleggingen als de afgelopen twintig jaar, zei zij in tv-programma Buitenhof. In cijfers: 6 à 7 procent.

Kunnen de werkgevers, werknemers en gepensioneerden die bang zijn voor lagere pensioenen, hogere premies of beide, weer rustig gaan slapen?

Financiële kopstukken die uw toekomstige rendement voorspellen verdienen bij voorbaat enige scepsis. Het credo ‘Wij van WC Eend adviseren ... WC Eend’ is ook op hen van toepassing.

Maar pensioenbestuurders en - beleggers zijn niet alleen neutrale uitvoerders van beleid. Zij zijn ook lobbyist voor vergaande wetswijzigingen. In die wijzigingen speelt het verwachte rendement op de beleggingen een cruciale rol.

Hoe is de situatie nu? Sinds 2006 moeten pensioenfondsen bij het becijferen van hun verplichtingen uitgaan van de rente op risicoloze staatsleningen. Dat heet de rekenrente. Een lage rekenrente, zoals nu, betekent dat de pensioenverplichtingen hoog zijn.

Een voorbeeld. De rente is 10 procent en als pensioenbeheerder moet u in 2020 een pensioen van 1.000 euro uitkeren. Wat is dan nu de waarde van uw verplichting? Iets meer dan 460 euro. Bij 10 procent groeit dat in acht jaar aan tot 1.000. Maar als de rente daalt tot 5 procent moet u opeens een verplichting van 680 euro in de boeken opnemen.

Nog een stapje verder. We pakken ook de beleggingen erbij, die straks de pensioenen betalen.

Stel: u had in de uitgangssituatie beleggingen van 550 euro. De verhoudingen tussen dat vermogen en de verplichtingen, de zogeheten dekkingsgraad, was 120 procent. Comfortabel: 105 is het wettelijk minimum. Maar als de rente daalt naar 5 procent en de waarde van de beleggingen loopt op, zeg naar 600, dan is de dekkingsgraad opeens maar 88 procent. Iedereen kijkt in een zwart gat. Het pensioenfonds. De werkgevers en werknemers die meer premie moeten betalen. De werknemers en gepensioneerden die een bevroren of verlaagd pensioen krijgen.

Deze tweede situatie is nu actueel. De keuze voor de rekenrente van de risicoloze obligaties had bij nader inzien drie nadelen: risicoloze staatsleningen bestaan niet meer, mede daardoor zijn de fluctuaties onstuimig en is de rentestand nu laag, en (zeggen sommigen) tot overmaat van ramp gebruiken speculanten onze pensioenmisère voor eigen gewin.

Voelt u al waar de pensioenwereld heen wil? Inderdaad. Als die vermaledijde rekenrente nu eens verhoogd kan worden, dan breekt de zon door en kan de vlag uit. Om te beginnen: geen hogere premies voor bedrijven en werknemers.

Dat is precies wat minister Henk Kamp (Sociale Zaken, VVD) in een historische herziening van de pensioenen straks wil toestaan. De pensioenwereld mag dan uitgaan van het langjarig rendement op zijn beleggingen. Dat lijkt gezien de schuldenbergen en de ontnuchtering wel heel hoog gegrepen.

Om tegemoet te komen aan kritiek uit de Tweede Kamer zal Kamp niet toestaan dat de pensioenwereld het maximale rendement als rekenrente kiest. Maar de pensioenwereld heeft er wel alle belang bij om de verwachtingen over de rendementen hoog te houden. Zodat zij ook na een compromis op een plezierige dekkingsgraad uitkomt.

Menno Tamminga