Europese Commissie pleit voor strenger toezicht op eurolanden

Barroso, voorzitter van de Europese Commissie, spreekt het Europese parlement toe tijdens een debat over de economische regering van Europa, vorige week. Links van hem zit eurocommissaris Olli Rehn. Foto Reuters / Vincent Kessler

De Europese Commissie heeft vandaag voorstellen gedaan over hoe de schuldencrisis in de eurozone te bestrijden: met eurobonds (euro-obligaties met een vast rentepercentage) en strenger toezicht op de begrotingen van de eurolanden.

Eurobonds zijn Europese obligaties, die staatsobligaties (deels) zouden vervangen. Omdat de financiële lasten op deze manier verdeeld worden onder de eurolanden, zouden ze moeten zorgen voor meer stabiliteit.

De Europese Commissie stelt daar in de plannen tegenover dat het toezicht op nationale begrotingen en belastingen veel strenger moet worden. Elk jaar op 15 oktober zouden ze hun ‘conceptbegroting’ moeten overhandigen. Financieel experts van de EU krijgen inzicht in die begrotingen en waar nodig eisen ze aanpassingen. Landen kunnen bij financieel wanbeleid boetes opgelegd krijgen of subsidies verliezen.

Barroso, voorzitter van de Europese Commissie, benadrukte dat dit de problemen waar de eurozone momenteel mee kampt niet op korte termijn kan oplossen. Landen die het nu moeilijk hebben, dienen nog steeds hervormingen door te voeren.

Eurobonds in drie soorten

De Europese Commissie noemt voor de eurobonds drie opties:

  1. De eurolanden voegen al hun (oude én nieuwe) schuld samen. Ze geven gezamenlijk obligaties uit en staan compleet garant voor elkaar;
  2. Alleen het ‘goede’ deel van de schuld wordt samengevoegd, tot de grens die in het Stabiliteits- en Groeipact als acceptabel wordt beschouwd: zestig procent van het bruto binnenlands product. Dit is de ‘normale’ schuld, waar niets problematisch aan is omdat alle landen die hebben. Voor alle overige schuld draaien landen zelf op;
  3. Er worden slechts een beperkt aantal euro-obligaties uitgegeven, die naast de bestaande nationale staatsobligaties gaan bestaan.

De laatste optie zou het snelst kunnen worden ingevoerd, maar de eerste twee hebben meer voordelen, zegt onze correspondent in Brussel Caroline de Gruyter:

“Voor de eerste twee opties moet het Europees verdrag worden gewijzigd, een tijdrovend proces. Voor de derde optie zou dat niet nodig zijn. Deze optie kan sneller worden ingevoerd, maar is minder vergaand en kan hogere rentes opleveren dan de andere opties.”

Nederland en Duitsland staan al langer kritisch tegenover het concept van eurobonds. Merkel zei gisteren dat zij het “niet erg gepast” vindt over euro-obligaties te beginnen nu landen hun fiscale en begrotingszaken nog nauwelijks hebben samengevoegd. Frankrijk, Italië, Spanje en Luxemburg zijn vóór euro-obligaties.

Strenger toezicht door Commissie-inspecteurs

De Gruyter over het strengere toezicht op de begrotingen:

“Volgens het nieuwe voorstel voor strenger toezicht kan de Commissie inspecteurs naar hoofdsteden sturen als er problemen zijn. Ook als een land belastingregels wil wijzigen, moet het plannen eerst naar Brussel sturen. Nationale parlementen houden het laatste woord, maar het Commissie-oordeel is openbaar en kan politieke druk zetten op een land.”

Ook vandaag onrust op de markt voor staatsobligaties

De markt voor Europese staatsobligaties kreeg vanmorgen weer een aantal klappen te verwerken. De rente op tienjarige Italiaanse staatsobligaties steeg naar iets onder de 6,9 procent. Ook de Belgische rente, die gisteren al boven de 5 procent uitkwam, steeg weer.

Aan de andere kant van het spectrum moest de Duitse Bundesbank vandaag ingrijpen om te voorkomen dat een veiling van Duits tienjaars staatspapier op een fiasco uitliep. Door de extreem lage rente die de Duitsers kunnen rekenen voor hun schulden (1,96 procent), waren beleggers niet meer geïnteresseerd en moest de centrale bank inspringen.