De managementcode

De opiniepagina van de Volkskrant legt zich graag toe op wat, al dan niet onderbouwd, leeft onder echte mensen. Laatst hadden ze weer een mooie hartenkreet, nu over de grote hoeveelheid „goed betaalde coaches, strategische adviseurs, communicatieadviseurs, bedrijfsadviseurs, loopbaanbegeleiders, consultants en personal trainers” in Nederland: Wat dóén die lieden? Wat dragen zij bij aan het oplossen van de economische crisis?

Uitstekende vragen, zij het nauwelijks te beantwoorden. Maar wie wil doorgronden hoe ‘ze’ zichzelf verkopen, kan wat hebben aan het boek De managementcode gekraakt van Heidi Aalbrecht en Pyter Wagenaar. Beiden zijn taalkundige, onderzochten als redacteur bij Van Dale jarenlang taalontwikkelingen en herschreven daarna, vaak met gekromde tenen, managementpublicaties.

Met ‘manager’ bedoelen de auteurs ook de adviseur, consultant, ambtenaar of politicus, omdat zij zich vaak aan dezelfde taaltrucs bezondigen. Ze geven een handige alfabetische ‘vermijdlijst’ van woorden en uitdrukkingen, die tussen de regels bovendien duidelijk maakt dat de manager in ons allemaal sluipt. Wie nog nooit sprak over communiceren, creëren, checken, faciliteren, impact, een issue of hoe de hazen lopen, verdient een standbeeld. Wie uitdrukkingen gebruikt als aanvliegroute, afstemmen, best practice, en ervoor gaat, is ambitieus op weg naar een leidinggevende functie. En wie ‘ergens overheen plast’ (zijn invloed uitoefent), graag anderen de schuld geeft tijdens het blamestormen en asap wil benchmarken of crowdsourcen, die heeft de apenrots beklommen.

Het hoofdstuk ‘Managementspeak’ laat zien hoe ooit eenvoudig te begrijpen zinnen voor managers pas gaan leven als erin gestuurd wordt, zoals waar „wordt gestuurd op acties in hoofdlijnen”. Managers houden van beeldspraak, verdacht vaak om te bewijzen dat zij wat dóén.

Daar ben ik alert op.

Ik bewaak het proces.

Ik zit er bovenop.

Dat houd ik in het vizier.

De managementcode gekraakt is voorbeeldig vormgegeven als managementboek. Veel opgeheven duimpjes en fijne tabellen dus, zoals figuur 2.1, de ‘onthaspelaar’ („Je manager gebruikt een uitdrukking die je niet kent en niet begrijpt. Wat nu?”). Handige hulpmiddelen als de ‘kretologiemixer’ leren de lezer desgewenst ook onduidelijk te zijn, want met een geïntegreerde benadering van het veranderingsproces kunnen we concrete oplossingen genereren.

Leerzaam is de knusse beeldspraak waaraan de ‘mensenmanager’ zich vergrijpt in zijn voortdurende poging authentiek en betrokken over te komen. Deze vermijdt het woord ‘moeten’, ten gunste van ‘samen’ en ‘met z’n allen’. En vergadert niet, maar zit „met z’n allen om de tafel”.

Het grote verdriet van de manager blijkt inderdaad te zijn dat niemand begrijpt wat hij doet. Daarom geeft hij alles zogezegd handen en voeten met stoere blauweboordenbeeldspraak. De manager ‘zet’ bijvoorbeeld graag iets ‘neer’:

„We hebben met z’n allen een geweldige prestatie neergezet.”

Fijn zo. Maar, om mijn lievelingswoord van de politieke manager maar eens te gebruiken: eerst zien of die ook toekomstbestendig is.