De financiële crisis is voornamelijk een morele crisis

‘Deze crisis is de ergste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog.” Voormalig president Jean-Claude Trichet van de Europese Centrale Bank gebruikte grote woorden tijdens zijn laatste toespraak tot het Europese Parlement. Afgaande op de jongste ontwikkelingen rond de Europese schuldencrisis – een krimpende economie en stijgende werkloosheidscijfers – lijkt dit geen woord te veel, vooral omdat het echte probleem veel dieper zit.

De financieel-economische crisis staat niet op zichzelf. In combinatie met een schuldencrisis worden we geconfronteerd met een energiecrisis, een grondstoffencrisis, een klimaatcrisis en een voedselcrisis. Al deze crises zijn te herleiden tot één gemeenschappelijke oorzaak – menselijk falen, kortzichtig en egoïstisch menselijk handelen dat vooral gericht is op kortetermijngewin, of het nu gaat om de bonussen voor bankiers of om de roofbouw die wordt gepleegd op de schaarse natuur en grondstoffen.

Toch is het te gemakkelijk om alleen met het vingertje te wijzen naar toplieden binnen de bankwereld en het bedrijfsleven. Ook wij, als burgers, hebben in de afgelopen decennia meer uitgegeven dan verantwoord was. Hoe vaak staan we niet rood voor een tweede of derde vakantie, of hebben we een extra lening afgesloten voor die nieuwe auto of dat tweede huis? De schulden van de huishoudens in Nederland zijn sinds 1990 explosief gestegen, van 111 miljard euro naar 755 miljard. Door de hoge private schulden verwachten analisten dat een economische recessie Nederland extra hard zal raken.

Behalve bedrijven en burgers heeft ook de overheid boven haar stand geleefd. De Nederlandse staatsschuld – niet geconsolideerd – steeg van 223 miljard euro in 1990 naar 433 miljard in 2010.

Hoe heeft het zover kunnen komen? In de eerste plaats hebben we te veel vertrouwd op vrije marktwerking, in combinatie met de liberale ideologie die ervan uitgaat dat een ‘onzichtbare hand’ zorgt dat alles goed komt. Dit gaat terug op de veronderstelling – of is het een geloof? – dat mensen die handelen uit eigenbelang uiteindelijk het algemeen belang dienen. Maar de praktijk laat steeds weer het tegendeel zien. Te vaak gaat dit eigenbelang ten koste van de natuur, het klimaat en de grondstoffen- en voedselvoorraden.

Na deze ‘liberale’ jaren loopt de vrije markt tegen haar eigen grenzen aan, met alle gevolgen van dien. Het meest bizarre is dat de overheid de problemen van de vrije markt moet oplossen, om banken van de ondergang te redden.

Het marktvirus – het denken in vraag en aanbod – heeft ook de politiek besmet. Wij, politici, zijn kiezers steeds meer gaan zien als consumenten, als klanten met wensen die moesten worden vervuld. Dit heeft er toe geleid dat opiniepeilingen, kiezersonderzoeken, koopkrachtplaatjes en inkomenseffecten bepalend werden – bepalender dan de eigen liberale, sociaal-democratische of christen-democratische maatschappijvisie.

Traditionele partijen als VVD, PvdA en CDA zijn steeds meer op elkaar gaan lijken. De verkiezingsstrijd gaat steeds meer om de gunst van dezelfde middeninkomens, diezelfde ‘hardwerkende Nederlander’, of ze nu Henk en Ingrid heten of Jan Modaal. Onder onze handen ontstond een overheid die zo veel mogelijk tegemoet wilde komen aan de consumptieve wensen van de burger, met als gevolg dat allerlei perverse prikkels in ons belastingsysteem het maken van schulden stimuleren (vennootschapsbelasting, hypotheekrenteaftrek) en het opbouwen van eigen vermogen afstraffen (belastingen en vermogenstoetsen).

Deze crisis is daarom vooral een morele crisis. Het roer moet om. Niet het eigenbelang en consumptieve behoeften, maar gedeelde waarden moeten weer het leitmotiv worden voor ons handelen.

Het bedrijfsleven lijkt dit als eerste te begrijpen. Maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzaamheid worden – naast winst, omzet en marktaandeel – steeds meer geaccepteerde bedrijfsdoelen. Ook bij burgers en consumenten groeit het besef dat niet alleen de prijs belangrijk is, maar ook de vraag hoe een product tot stand is gekomen.

Nu de politici nog. Durven ook zij zich weer te laten leiden door waarden en idealen en zich te onderscheiden met een eigen mens- en maatschappijvisie?

Ad Koppejan is Tweede Kamerlid voor het CDA. Hij schrijft deze wisselcolumn beurtelings met Frans Timmermans (PvdA) en Elbert Dijkgraaf (SGP).