De afspraak om alleen te praten als je niets weet

Taalgevoelige kijkers hebben het moeilijk bij het luisteren naar gesproken woord op de Nederlandse televisie. Afgezien van dialecten en binnensmonds praten is er de groeiende neiging om Engelse termen en stopwoordjes te gebruiken. De sprekers die ‘zich van alles beseffen’ zijn legio.

Ergernis daarover is een vorm van purisme en overkomelijk. Vervelender vind ik gebrek aan scherpte in het formuleren. Een goed voorbeeld is de gewoonte van veel verslaggevers ter plekke om in een kruisgesprek met de centrale presentator elk antwoord te beginnen met „nou”. Kampioen is Caroline van den Heuvel van EenVandaag (AVRO/TROS), maar ze is bij lange na niet de enige. Er is een aantoonbare relatie tussen het nou’en en een algeheel onvermogen om snel tot de kern te komen in de verbale verslaggeving.

In een ver verleden, begin jaren 60, was er een populair taalspelletje op televisie, Hou je aan je woord (AVRO). Daarin staken literatoren als Hella Haasse, Godfried Bomans en Victor E. van Vriesland, onder leiding van presentator Karel Jonckheere, elkaar de loef af met spitsvondigheden en andere talige kunststukjes. Ze moesten de betekenis en etymologie van een Antilliaans woord raden, een retorisch referaat ten beste geven of een zelfgemaakte limerick voordragen.

Ook al waren de meeste schrijvers in het programma oppervlakkig gezien verre van aantrekkelijk, zelfs volgens de normen van toen, ze groeiden uit tot ware televisiesterren. Wel knaagde voortdurend de twijfel in welke mate hun prestaties spontaan tot stand waren gekomen. Er leek vaak een zekere mate van redactionele preparatie te zijn geweest.

Het goede nieuws is dat er dit seizoen een programma te zien is dat in veel opzichten lijkt op Hou je aan je woord. Ook in TaTaTaTaal! (NTR) worden „theatrale taalgebruikers” door presentator Erik van Muiswinkel onderworpen aan vragen en opdrachten, waarvan je soms kunt vermoeden dat ze niet als een complete verrassing komen. Gisteren riep cabaretier Onno Innemee uit dat het correct raden van de betekenis van het woord ‘voxpoppen’ (het afnemen van straatinterviews) tegen de afspraak was: „We zouden toch alleen iets zeggen als we het niet wisten?” Maar ook dat kan een vorm van theatraal taalgebruik geweest zijn, natuurlijk.

Het competitie-element in TaTaTaTaal! is van volstrekt ondergeschikt belang, net als in bijvoorbeeld Dit was het nieuws (RTL 4). Het volstrekt willekeurig toekennen van punten in de vorm van letters door een „gedelegeerd taalcommissaris” maakt deel uit van het divertissement.

Ik vind het een aanwinst, dit programma, op voorwaarde dat het hoge niveau van de deelnemers in de eerste twee afleveringen gecontinueerd kan worden. Het trio in de derde aflevering bleef daar beslist bij achter. Als er niet genoeg sterke kandidaten te vinden zijn, dan kun je beter volstaan met een vast panel van talige cracks.