Commissie wil meer greep op budgetten

De Europese Commissie wil meer greep krijgen op de nationale begrotingen en belastingen van de lidstaten. In een vanmiddag gepubliceerd document bepleit de Commissie een sterker centraal beheer van de eurozone. Hiervoor moet misschien het Europees Verdrag worden gewijzigd.

De commissie publiceerde tevens voorstellen voor de introductie van euro-obligaties in de zeventien eurolanden. Daarin worden (delen van) nationale staatsschulden van eurolanden gebundeld en onder één rentepercentage op de markt gebracht. Er worden drie opties genoemd.

Met de voorstellen, die op verzoek van de lidstaten worden gedaan, wil de Commissie een grotere rol spelen in de bestrijding van de eurocrisis. Nu bepalen de lidstaten nog grotendeels hoe de eurocrisis aangepakt wordt, maar door onderlinge verschillen slagen zij er steeds minder goed in het onheil af te wenden.

De onrust op de markt voor Europese staatsobligaties nam vanmorgen verder toe. De rente op tienjaars Italiaans staatspapier steeg tot iets onder de 6,9 procent. Ook de Belgische rente, die gisteren al boven de5 procent uitkwam, steeg weer.

Aan de andere kant van het spectrum moest de Duitse Bundesbank vandaag ingrijpen om te voorkomen dat een veiling van Duits tienjaars staatspapier op een fiasco uitliep. Door de extreem lage rente die de Duitsers kunnen rekenen voor hun schulden (1,96 procent), waren beleggers niet meer geïnteresseerd en moest de centrale bank inspringen.

Volgens het nieuwe voorstel voor strenger toezicht kan de Commissie inspecteurs naar hoofdsteden sturen als er problemen zijn. Ook als een land belastingregels wil wijzigen, moet het plannen eerst naar Brussel sturen. Nationale parlementen houden het laatste woord, maar het Commissie-oordeel is openbaar en kan politieke druk zetten op een land. Nederland steunt dit.

Eurocommissaris Olli Rehn zei vandaag in de Franse krant Le Monde dat het bundelen van overheidsschuld en méér economische samenwerking onlosmakelijk bij elkaar horen. Deze „dubbele aanpak kan helpen de crisis te bezweren”.

Noordelijke eurolanden als Duitsland en Nederland verzetten zich tegen euro-obligaties, maar juichen scherpere begrotingscontrole toe. De Duitse bondskanselier Angela Merkel zei gisteren dat zij het „niet erg gepast” vindt over euro-obligaties te beginnen, terwijl landen hun fiscale en begrotingszaken nog nauwelijks hebben samengevoegd. Frankrijk, Italië en Luxemburg zijn voor euro-obligaties.

Het discussiestuk over de euro-obligaties behandelt drie opties. In de eerste voegen eurolanden al hun schuld samen, oude en nieuwe. Zij doen gezamenlijke emissies en staan compleet garant voor elkaar. In de tweede optie bundelen zij alleen de schuld tot de grens die in het Stabiliteits- en Groeipact als acceptabel wordt beschouwd: 60 procent van het bbp. Voor alle schuld boven die 60 procent draaien landen zelf op. In de derde optie gaat het om een beperkt aantal euro-obligaties, die nationale staatsobligaties aanvullen maar niet vervangen. Anders dan bij de eerste twee opties gaat het hier niet om gezamenlijke uitgifte: landen geven alleen bilaterale garanties, eventueel aangevuld met cash of goud als onderpand.

Voor de eerste twee opties moet het Europees verdrag worden gewijzigd, een tijdrovend proces. Voor de derde optie zou dat niet nodig zijn. Deze optie kan sneller worden ingevoerd, maar is minder vergaand en kan hogere rentes opleveren dan de andere opties. Komende weken wil de Commissie reacties verzamelen. Begin volgend jaar kan er dan een voorstel komen waarover lidstaten en Europees parlement onderhandelen.

IMF en de eurocrisis: pagina 23