103-jarige over leven en dood

The Strange Case of Angelica. Regie: Manoel de Oliveira. Met: Ricardo Trêpa, Pilar López de Ayala. In: EYE, Amsterdam en ’t Hoogt, Utrecht.***

Over tweeënhalve week bereikt de Portugese regisseur Manoel de Oliveira de gezegende leeftijd van 103 jaar. Ver over de pensioengerechtigde leeftijd, zou je denken, maar de oude baas maakt nog steeds in gestaag tempo films.

The Strange Case of Angelica, die al in 2010 werd vertoond op het Filmfestival van Cannes, gaat over een Sefardische fotograaf die wordt gevraagd het lichaam van de overleden Angelica te fotograferen, dat ligt opgebaard in een groot herenhuis. Zij stond op het punt in het huwelijk te treden en was al gekleed in haar bruidsjurk toen zij onverwacht de geest gaf.

Als hij foto’s maakt, schrikt hij. Op een van zijn opnames lijkt Angelica tot leven te komen en naar hem te glimlachen. Vanaf dat moment ontwikkelt de fotograaf een obsessie voor haar, net zoals de detective in Otto Premingers Laura (1944), die verliefd wordt op een geschilderd portret van de vermoorde vrouw Laura.

The Strange Case of Angelica is een echte De Oliveira-film: de camera beweegt vrijwel niet, beelden blijven lang staan, het acteren is bewust kunstmatig en de hoofdpersoon is een dromerige intellectueel met een romantische inborst – op gezette tijden declameert hij een gedicht. Ook het thema van onmogelijke liefde is typisch voor de Portugese filmmaker.

The Strange Case of Angelica gaat over (on)sterfelijkheid. In fotografie en film bestaat de dood niet; eenmaal gefotografeerd blijf je voor altijd leven(d). Voor De Oliveira een troostrijke gedachte: na zijn verscheiden blijft zijn oeuvre leven. Hij ís Angelica.

Naast een meditatie over dood en leven is The Strange Case of Angelica ook een film over verdwenen beroepen. Vol melancholie legt De Oliveira nog eenmaal noeste arbeiders vast die met houwelen de harde grond bewerken en daar prachtige gospelachtige liederen bij zingen. Jammer dat de lange scènes aan de ontbijttafel van het pension waar de hoofdpersoon verblijft zo ontzettend dor en taai zijn.

André Waardenburg