Zwarte Piet, ga eens fietsen

Inderdaad, de discussie over Zwarte Piet wordt elk jaar opnieuw gevoerd.

Maar daar is dan ook een goede reden voor. Vraag het de hiphoppers.

Afgelopen zomer vroeg ik een Amsterdamse rapper naar zijn doelstelling voor het komende jaar. Zijn antwoord: „Ik wil door geen enkel kind meer als Zwarte Piet worden aangesproken.”

Er school geen verkapte maatschappijkritiek in zijn opmerking. Hij bedoelde niet dat Nederlandse kinderen racistisch waren. Of dat Sinterklaas moest worden afgeschaft. Hij wilde gewoon geen Zwarte Piet genoemd worden, zoals een blanke niet door wildvreemden als bleekscheet of kaaskop nageroepen wil worden.

De laatste jaren verschijnen er vanuit de hiphop al steeds vaker initiatieven omtrent Zwarte Piet. Rapper en acteur Akwasi wijdde vorig jaar bijvoorbeeld zijn toneelvoorstelling Black Pete aan het onderwerp. Zijn voornaamste speerpunt: het onverklaarbare onderscheid tussen knecht en meester, respectievelijk zwart en blank. Het leverde hem veel aandacht en bijval op – niet alleen vanuit de hiphop, ook van de diverse blanken die de voorstelling bezochten.

Wat opvalt, is niet dat de discussie over Zwarte Piet dit jaar opnieuw wordt gevoerd – dat gebeurt bijna elk jaar – maar de felheid waarmee.

Direct na de intocht van Sinterklaas in Dordrecht ontstond er veel vraag naar het T-shirt dat de twee opgepakte betogers daar droegen met de tekst: ZWARTE PIET IS RACISME. Een dag later, tijdens de intocht in Amsterdam, waren er enkele burgers die hetzelfde T-shirt droegen. Onmiddellijk werden ook zij in de boeien geslagen. In Het Parool een dag later noemt Theodor Holman dergelijke betogers „dommer dan de domste Zwarte Piet”.

Holman schrijft dat hij zich niet kan voorstellen dat mensen racistisch worden omdat ze als kind met het Sinterklaasfeest meedoen. Een plausibele gedachte. Natuurlijk denken volwassenen niet fundamenteel anders over zwarten omdat ze vroeger een Zwarte Piet als knecht hebben gezien.

Dit neemt alleen niet weg dat er steeds meer gekleurde Nederlanders zijn die zich door het feest gediscrimineerd voelen. Alleen al via Twitter en op internetfora verschijnen er dagelijks honderden verontwaardigde reacties. Niet omdat zoveel mensen vrezen later door de huidige jeugd als slaven te worden gezien, maar vanwege de machtsverhouding die in het feest besloten ligt. Ieder jaar worden ze geconfronteerd met hetzelfde overblijfsel uit een oude, koloniale tijd.

Af en toe duikt de verklaring nog op dat het feest niets met ras te maken heeft, die donkere huidskleur komt door het roet van de schoorstenen, maar met de glimmende gouden oorbellen en rode lippen valt dit onmogelijk vol te houden.

De reden waarom de discussies over Zwarte Piet elk jaar weer opduiken, is niet dat tegenstanders menen dat het feest wordt gevierd door racisten. Of dat het kinderen een verschil tussen blanke en zwarte mensen bijbrengt. De reden is veel simpeler: een steeds groter deel van de maatschappij stoort zich eraan. En hoewel men zeker binnen de hiphop graag tegen de gevestigde orde aantrapt, lijkt het me in dit geval meer dan redelijk om naar de tegengeluiden te luisteren.

Je zou kunnen zeggen: waarom al die ophef om een onschuldig kinderfeest? Aan de andere kant: juist bij zo’n onschuldig feest kost het toch weinig moeite om structureel blanke of veelkleurige Pieten mee te laten doen?

Als mensen met het opschrift ZWARTE PIET IS RACISME rondlopen, verdienen zij geen arrestatie of een column waarin ze voor extreem dom worden uitgemaakt. Ze verdienen een serieus weerwoord.

Thomas Heerma van Voss (21) is schrijver.