Zijlstra: kunst niet ontzien

Als het kabinet opnieuw moet bezuinigen, dan zijn verdere kortingen op kunstsubsidies niet uitgesloten, liet staatssecretaris Zijlstra de Tweede Kamer weten.

De bezuiniging van 200 miljoen euro op kunst en cultuur is nog niet doorgevoerd, en nu al wordt rekening gehouden met de volgende bezuinigingsronde. Dat bleek gisteren bij de behandeling van de cultuurbegroting 2012 in de vaste Tweede Kamercommissie Cultuur.

Of de kunsten ontzien kunnen worden, mocht het kabinet extra bezuinigen, wilden oppositiepartijen PvdA, D66 en GroenLinks weten van staatssecretaris Zijlstra (Cultuur, VVD). Maar Zijlstra wil daar niet op vooruitlopen. Hij ging evenmin in op de oproep van Boris van der Ham (D66) om als „ambassadeur van de kunsten” een veto op verdere bezuinigingen uit te spreken. „Mochten er nieuwe bezuinigingen komen, dan is niets uitgesloten.”

Voor de gesubsidieerde cultuursector is volgend jaar een tussenjaar waarin ‘slechts’ 50 miljoen wordt bezuinigd, maar ook het jaar van de waarheid. Dan wordt duidelijk wie in 2013 subsidie houdt en wie niet. Verschillende Kamerleden kwamen op voor de Rijksakademie uit 1870, die verwacht zo’n driekwart van haar subsidie te verliezen. „De Rijksakademie is bijzonder, die moet je overeind willen houden”, zei Jetta Klijnsma (PvdA). Zijlstra blijft erbij dat hij niet wil kiezen voor een van de postacademische instellingen voor beeldende kunst. Ze zijn samen zeker van 2,5 miljoen euro en moeten zelf een plan maken om die te verdelen.

Voor de culturele instellingen die straks moeten sluiten of afslanken heeft Zijlstra 138 miljoen euro beschikbaar voor onder meer ontslagvergoedingen. De oppositie vroeg of dat voldoende is. „Alleen al de Nationale Reisopera legt beslag op 24 miljoen euro”, zei Klijnsma.

„Als we alle claims zouden optellen, zou 138 miljoen niet genoeg zijn”, zei Zijlstra. Maar volgens hem is er een „verschil tussen wat men vindt dat men moet krijgen en datgene waar men recht op heeft”. Hij maakt zich „nog geen grote zorgen over te weinig geld”.

Culturele instellingen moeten, om vanaf 2013 nog in aanmerking te komen voor rijkssubsidie, ten minste 17,5 procent eigen inkomsten hebben. Het percentage gaat elk jaar met 1 procent omhoog. Bart de Liefde (VVD) vindt dat de culturele instellingen „in het ideaalplaatje” helemaal niet meer afhankelijk moeten zijn van subsidie. In 2020 moet de norm voor eigen inkomsten op 50 procent liggen. Hij kreeg bijval van Martin Bosma (PVV), die vindt dat Halbe Zijlstra met de huidige inkomstennorm maar „halbe maatregelen” neemt. Zijlstra benadrukte dat hij geen afschaffing van subsidies nastreeft. Voor zaken die het kabinet belangrijk vindt, zoals erfgoed, talentontwikkeling en „cultuurvormen die niet zonder steun kunnen en die je wel wilt behouden”, blijft subsidie nodig, zei hij.

Het Tropenmuseum in Amsterdam, dat geen subsidie meer krijgt van Ontwikkelingssamenwerking, mag van Zijlstra een aanvraag indienen om in aanmerking te komen voor het museale stelsel dat uit zijn budget wordt bekostigd. Voorwaarde is dat het museum een plan indient voor samenwerking met Museum Volkenkunde, dat leidt tot ‘efficiency’. Volgens Klijnsma schuiven de ministeries het Tropenmuseum als een „hete aardappel” rond. Van der Ham stelde dat het Tropenmuseum „niet mag kannibaliseren op het budget voor de overige musea”. Dat is ook niet de bedoeling, zei Zijlstra. Als de samenwerking met Volkenkunde geld oplevert, is Ontwikkelingssamenwerking bereid een bruidsschat mee te geven aan het Tropenmuseum. En alleen dan kan het in het museale bestel.

Lejo Schenk, directeur van het Tropenmuseum, reageerde na het debat gematigd enthousiast. „Ontwikkelingssamenwerking bezuinigt niet alleen op het Tropenmuseum, maar op het hele Koninklijk Instituut voor de Tropen. Wij zijn niet ongenegen om met Volkenkunde te praten, maar eerst willen we een gesprek met Ontwikkelingssamenwerking over de toekomst van het KIT.”

De PVV kwam met een eigen oplossing voor het Tropenmuseum. „Laten we iets nieuws beginnen, namelijk iets ouds”, zei Bosma. Hij wil dat het Tropenmuseum, dat in 1910 werd opgericht als Koloniaal Instituut, wordt ‘teruggevormd’ tot koloniaal museum. Zijlstra zei lachend: „Mocht die motie het halen, dan vind ik dat in de gevel van het instituut de kreet ‘Indië verloren, rampspoed geboren’ moet worden gebeiteld.”

Opluchting was er in de Kamer over het plan de Cultuurkaart voor scholieren te behouden, ook zonder rijkssubsidie. Alle partijen riepen Zijlstra op de belemmeringen die er nog zijn te slechten. Zijlstra zei dat hij zich hard heeft gemaakt bij zijn collega Weekers van Financiën om activiteiten die met de kaart worden ondernomen, vrij te stellen van btw. „Mijn collega zal hier welwillend naar kijken, maar Financiën wil precedentvorming voorkomen, dus ik kan niet beloven dat het doorgaat.”

In het debat werd vaak gesproken over de Geefwet, die vorige week in afgeslankte vorm door de Kamer werd goedgekeurd. Van der Ham haalde uit naar de manier waarop het kabinet „7 miljoen euro uit de Geefwet heeft gesloopt”. Hij doelde op het sneuvelen van een deel van de extra giftenaftrek voor cultuur. Zijlstra gaf toe dat hij het liever anders had gezien. „Ook deze staatssecretaris vond het origineel van de wet beter dan de geamendeerde versie.” Maar wat er overblijft, is volgens hem een goede wet. Ook De Liefde is trots op de Geefwet, „die zoveel meer omvat dan alleen de extra giftenaftrek”.