Waarmee had hij dan moeten slaan? Met die zak chips?

Marko de P. staat terecht voor mishandeling met een wijnfles.

De verdachte beroept zich op noodweer: hij moest zich verdedigen.

Wie: De 37-jarige Marko de P.

Waar: Politierechter in Amsterdam

Wat: Mishandeling van een belager met een kapotte wijnfles

Zijn Indische trekken heeft Marko de P. van zijn moeder, die achter hem zit in de rechtszaal, samen met zijn vader en een stuk of tien vrienden. Ze kijken ernstig, gespannen. Marko de P. is 37, heeft een blanco strafblad en staat terecht op verdenking van zware mishandeling.

Iets meer dan een jaar geleden, op dinsdagavond 26 oktober, stapte hij in Amsterdam op zijn klassieke brommer, een Puch VS50. Hij had als kok gewerkt. In de zakken van zijn lange jas heeft hij een zak chips en een fles wijn. In zijn huis wacht een vriendin op hem.

Met zijn pothelm op rijdt hij door de Zoutsteeg, een smal steegje in het centrum van Amsterdam. Langzaam, zegt hij zelf: vijftien kilometer per uur. In die steeg passeert hij Bryan C., die op dat moment veertien bier op heeft en vindt dat Marko veel te hard rijdt: dertig kilometer per uur, minstens.

Marko zegt dat hij ‘uit het niets’ een „rotschop” tegen zijn been kreeg. Zo hard dat hij zijn brommer bijna niet meer onder controle kon houden en moest stoppen. De man die op straat stond, Bryan, zal later tegen de politie zeggen dat hij alleen maar probeerde te gebaren dat Marko langzamer moest rijden. En het zou best kunnen, zegt hij desgevraagd, dat hij hem daarbij per ongeluk heeft geraakt.

Wat Bryan daarna vertelt, klopt zeker niet. Hij zegt dat Marko de P. zijn brommer opzij gooide en hem aanviel.

Maar op camerabeelden die zijn gemaakt in de steeg is te zien dat het anders ging. Niet dat het lukt om de beelden tijdens de zitting te laten zien, zoals politierechter Cleerdin wil. Officier van justitie Grüschke krijgt „allemaal foutmeldingen” als ze haar laptop aan de praat probeert te krijgen. Maar uit een omschrijving van de beelden in het dossier blijkt dat De P. nog niet eens van zijn brommer was afgestapt toen híj werd vastgepakt door de veel grotere Bryan C. De rest speelt zich af buiten het zicht van de camera’s.

Aan de politierechter vertelt Marko de P. hoe hij tegen de grond werd gewerkt. Een maat van Bryan zou zich er ook mee hebben bemoeid. Tijdens het gevecht werden Marko’s shirt en zijn jas over zijn hoofd getrokken. De dophelm zakte over zijn ogen. Liggend op de grond zag hij „alleen maar zwart”, hij voelde dat hij werd geschopt en getrapt. „Als een soort worstje” had hij geprobeerd zich uit die situatie te manoeuvreren. Zijn handen vonden de fles wijn, die was gebroken tijdens zijn val. „Ik heb toen geprobeerd af te weren. Ik heb niet gezien wat en wie ik heb geraakt. Maar op een gegeven moment kreeg ik wel het gevoel dat er ruimte kwam om me heen.”

Hij kwam overeind, trok zijn shirt en jas uit en stond met ontbloot bovenlijf in het nauwe steegje. Hij zag dat een van zijn belagers een café inging. De ander keek hij recht in de ogen. „Waarom doen jullie dit?”, vroeg hij. „Ik woon hier ook.”

Politierechter H. Cleerdin vraagt: „Waarom zei u: ik woon hier ook?”

Marko de P.: „Ik snapte gewoon helemaal niet wat me was overkomen en waarom mij dit was gebeurd.”

Hij kreeg geen antwoord, pakte zijn spullen en reed weg op zijn brommer. „Ik wilde daar weg, naar de vriendin met wie ik had afgesproken.”

Enige tijd later meldt Bryan C. zich bij het VU ziekenhuis met „diep bloedende snijwonden” op zijn beide slapen en zijn kin. Als die onder toezicht van een chirurg zijn gehecht, doet hij aangifte tegen Marko de P. op het politiebureau.

Ook Marko de P. doet aangifte van mishandeling nadat hij thuis is bijgekomen en met zijn ouders heeft gebeld, die vinden dat hij dat moet doen. Maar volgens de advocaat van Marko de P. is met zijn aangifte nooit iets gedaan. „De ongeschreven regel bij de politie is dat wie het eerst aangifte komt doen, het slachtoffer is.”

Tijdens de rechtszitting ontkent Marko de P. niet dat hij zich met de kapotte wijnfles heeft „verweerd”, maar hij beroept zich op noodweer: hij moest zich verdedigen.

Dat klopt, vindt ook officier van justitie Grüschke. Maar het middel dat hij daarbij heeft gebruikt, vindt zij te zwaar voor de situatie waarin hij zich bevond. „Hij had moeten beseffen dat slaan met een kapotte fles heel ernstig is.” Zij vindt dat er sprake is van noodweerexces. Voor de straf maakt dat geen verschil. Het zijn beide gronden om gebruik van geweld niet te bestraffen.

De advocaat van Marko de P. vindt „graaien naar wat je toevallig bij je hebt” wél proportioneel. „Had hij met de chips moeten slaan?” Politierechter Cleerdin volgt hem daarin: het geweld is „niet excessief” geweest, hoe „afschuwelijk” de gevolgen ook zijn. Marko de P. krijgt geen straf.

Na de uitspraak omhelzen de vrienden van Marko de P. elkaar en zijn vader en moeder. Zelf loopt hij meteen de rechtszaal uit. Hij ziet er niet opgelucht uit, maar aangeslagen.

Merel Thie