Vijftien seconden roem in een brij aan beelden

The Future of the Photography Museum, t/m 7 dec in Foam, Inl: foam.org. ****

Je mag de foto’s wel oppakken en aanraken, maar er niet op klimmen. Ze nodigen er wel toe uit, de bergen kiekjes die als een glooiend heuvellandschap twee zalen van fotografiemuseum Foam vullen. Erik Kessels heeft 24 uur lang alle foto’s die op Flickr zijn gezet gedownload, geprint en hier uitgestrooid. Kijk toch eens wat een overvloed, wil hij zeggen: door de digitalisering en door websites als Flickr en Facebook, waar we tegenwoordig eindeloos beelden met elkaar delen, verdrinken we nu werkelijk in de beelden van andermans ervaringen.

Kessels is een van vier gastcuratoren die Foam ter gelegenheid van zijn tienjarig bestaan uitnodigde om hun visie op de toekomst van de fotografie en het fotomuseum te geven. Niet alleen de fotografie is de afgelopen twintig jaar fundamenteel veranderd, aldus de inleidende tekst, maar ook de hele samenleving. Die wordt nu gedomineerd door de visuele media, waar we onze ervaringen uitwisselen in online communities, waardoor we een compleet andere beleving van ruimte en tijd hebben gekregen.

Overal in het gebouw hangen grote affiches met vragen. Moeten musea digitale bestanden gaan verzamelen? Zijn bloggers de curatoren van de 21ste eeuw? Is er nu nog verschil tussen de amateur en professionele fotograaf? Wat gebeurt er met de fotojournalistiek? En misschien wel de meest prangende: zijn er te veel foto’s?

De visies van de vier gastcuratoren vormen een manifest over de stand van zaken in de fotografie, alhoewel nergens een spoor van eensluidendheid te vinden is. De twee uitersten worden vertegenwoordigd door Alison Nordström, curator van het Amerikaanse fotografiemuseum George Eastman House, en Jefferson Hack, medeoprichter van het Britse kunsttijdschrift Dazed & Confused. Stijlgoeroe Hack is zich, te oordelen naar het filmpje waarin hij met kek hoedje en pilotenzonnebril zijn bijdrage uitlegt, pijnlijk bewust van zijn eigen hipheid.

Nordström houdt zich vooral bezig met de foto als fysiek object en laat een aantal fotowerken uit de 19de, 20ste en 21ste eeuw zien uit de museumcollectie. Een treffend voorbeeld van haar keuze is een daguerreotype, dat niet zoals je zou verwachten ergens uit de 19de eeuw komt maar uit 2008. De Vietnamese fotograaf Bin Danh heeft deze oude techniek, waarbij het beeld alleen bij de juiste lichtinval te zien is, gekozen voor een portret van een vrouw die in Pol Pots gevangenis in Tuol Sleng werd gedood. Object, onderwerp en techniek smelten hier naadloos samen.

Hoe anders ziet Hack het. Bij hem heeft de fotografie zich losgemaakt van het fysieke medium van de afdruk, ze zweeft nu langs onze ogen in pixels op beeldschermen. In twee verduisterde zalen plaatst hij ‘sculpturen’ van tientallen beeldschermen, rechthoeken van licht en kleur waar een voortdurend wisselende reeks beelden als kleurige vlinders langs fladderen. Ze buitelen over elkaar en hooguit blijft een enkel beeld op je netvlies hangen: de zwaar getatoeëerde jongen die zijn tanden poetst, een stel vrouwenbenen die opengaan of net sluiten . Net als Kessels levert Hack met zijn beeldschermsculpturen scherp commentaar op het bedrukkend egalitaire karakter van de huidige beeldcultuur waarin iedereen producent en consument tegelijk is. Zit er een lijn in die brij aan beelden, hoe onderscheidt talent zich, maakt het überhaupt uit of iets een kiekje of een foto of een meesterwerk is? Warhols ‘fifteen minutes of fame’ zijn teruggebracht tot een lichtflits van vijftien seconden.

    • Tracy Metz