Vaker op handelsmissie naar Brazilië

Nederland exporteert niet bijzonder veel naar de opkomende economieën China, Brazilië, Rusland en India. Is dat erg? Relatief gezien doen we het goed.

Handelsnatie Nederland exporteert niet erg veel naar de snelgroeiende economieën van China, Rusland, Brazilië en India, zeker niet vergeleken met Duitsland en Finland. Wel importeert Nederland veel uit die landen.

Die import groeit snel. Nu al zijn de gezamenlijke importen uit die vier landen groter dan die uit de Verenigde Staten. Nederland heeft een groot handelstekort met deze landen, die kortweg BRIC’s worden genoemd. Dat geldt ook voor bijna alle andere grote Europese landen. Alleen Luxemburg en Ierland exporteren meer naar deze landen dan ze importeren.

Dat waren de opvallen dste conclusies gisteren van een bijeenkomst op het ministerie van Economische Zaken, waar het Centraal Planbureau (CPB) een studie presenteerde naar de impact van de opkomst van de BRIC-landen op Nederland.

Het onderwerp van de bijeenkomst was de rol van Nederland in de economische machtsverschuiving van het Westen naar opkomende markten. Het had een pittige discussie moeten worden tussen ondernemers, exporteurs, politici, wetenschappers, beleidsmakers, bankiers en consultants. Dat werd het niet.

Kees Vendrik, lid van het college van de Algemene Rekenkamer en oud-Tweede Kamerlid voor GroenLinks, leidde de discussie. Gevoelige kwesties zat. Wat als Chinese staatsbedrijven belangrijke Nederlandse bedrijfsleven opkopen? Hoe kunnen Nederlandse baggeraars concurreren met Chinese baggeraars, als de Chinese overheid Afrikaanse overheden (lees: klanten) paait met zeer voordelige leningen? Richten Nederlandse exporteurs zich teveel op Europa, en te weinig op China?

Maar de FNV-bestuurder die zou komen, had zich ziek gemeld. De aanwezige ondernemers zagen vooral kansen, en geen bedreigingen. En de consensus onder de aanwezigen was al snel dat Nederland geen dijken moest opwerpen tegen buitenlandse investeerders. De ondernemers in de zaal gaven aan ook niet te willen dat buitenlandse overheden hén hinderen bij investeringen.

Dat is een logische houding, want Nederlandse bedrijven investeren veel meer in de BRIC-landen dan bedrijven uit die landen hier investeren. Met 28 miljard euro zijn de directe Nederlandse investeringen in de BRIC-landen hoog.

De BRIC-landen investeren daarentegen weinig in Nederland, Europees vergeleken: bijna 2 miljard euro, vooral afkomstig uit China. Chinese bedrijven kochten voornamelijk distributiebedrijven. Het aantal Chinese bedrijven in de Rotterdamse haven is bijvoorbeeld de afgelopen jaren verdubbeld. Nederland is een belangrijk doorvoerland van goederen naar de rest van Europa.

De vraag die onbeantwoord bleef, was hoe erg het nou is dat Nederland weinig exporteert naar de BRIC-landen. „Daar zit de groei,” zei Henk Bleker (CDA), staatssecretaris voor Economische Zaken aan het eind van de bijeenkomst. „Het is geen keuze. Inzetten op de BRIC-landen moet.”

Bleker vertrekt eind deze maand met een handelsmissie naar Brazilië. Hij was net met een groep ondernemers op handelsmissie in India. „Misschien moeten we niet één keer per jaar gaan, maar een paar keer per jaar”, zei Bleker. Bleker benadrukte dat exporteurs steeds heftiger concurrentie ondervinden van Chinese (staats)bedrijven, zoals baggeraars. „China verdrijft ons op sommige markten puur op kosten." George Gelauff van het CPB bevestigt dat de concurrentie is toegenomen.

Slecht doet Nederland het echter niet, volgens het CPB. Het is niet zozeer dat Nederland zo weinig exporteert naar de BRIC’s alswel dat Duitsland zoveel exporteert. Finland scoort hoog omdat het van oudsher veel handelt met buurland Rusland. Duitsland heeft als voordeel dat het veel machines produceert. Met die machines vult China zijn fabrieken.

Nederlandse exporteurs leveren onderdelen voor die Duitse machines. Telt het CPB die indirecte export naar de BRIC’s mee, dan groeit het aandeel van de BRIC-landen in de Nederlandse export van 4,5 naar 5,8 procent. Dat ligt rond het Europese gemiddelde. Bovendien investeren Nederlandse bedrijven relatief veel in de BRIC-landen: ze produceren hun producten ter plekke.