Partijpolitiek in kredietcrisis

De begrotingstekorten en staatsschulden lopen in de westerse wereld ontembaar op. De gevolgen beginnen epidemische vormen aan te nemen. Er zijn geen grenzen tussen landen en valuta. Alles heeft met alles te maken. Maar de politieke strijd wordt intussen nog langs partijlijnen uitgevochten. Onverbiddelijk zelfs.

In de Verenigde Staten is de brede congrescommissie, samengesteld uit zes Democraten en zes Republikeinen, er gisteren niet in geslaagd een compromis te vinden over een noodzakelijk tienjarig bezuinigingspakket van in totaal 1.200 miljard dollar. De vraag is nu of de federale overheid binnenkort ‘op slot’ gaat.

Dit fiasco ligt in de ‘spin’ natuurlijk aan de andere partij. Democraten en Republikeinen gunnen elkaar tot de presidentsverkiezingen volgend jaar november geen millimeter ruimte. De onafhankelijke senator Joe Lieberman, die de stemming onder veel bezorgde burgers aanvoelt, heeft zijn collega’s opgeroepen tot partijoverschrijdende „rebellie”. Maar de kans dat hij wordt gehoord, is niet groot. Want wie toegeeft, is kennelijk een ‘loser’.

Vermoedelijk zal er, als de nood echt hoog wordt, wel een tijdelijke oplossing worden gevonden zodat de regering niet helemaal wordt verlamd. Geen der twee partijen heeft belang bij zo’n impasse.

Maar daarmee wordt de kern van de crisis niet aangepakt. Die raakt uiteraard in eerste instantie de kredietwaardigheid van de VS, waar de politieke en monetaire autoriteiten er geen been in zien om Europa te kritiseren wegens een laksheid waarvan Amerika ook last heeft.

Daarbij blijft het echter niet. Deze discrepantie tussen hedendaagse financiële systeemproblemen en ouderwetse politieke strijdmethoden verdiept zich in Amerika én Europa. Niet alleen de onmacht van de EU om een wending in de eurocrisis te forceren, ook de laatste mislukking van de Belgische kabinetsformatie illustreert dat.

De besprekingen in Brussel liepen gisteren niet spaak door een staatskundig conflict maar op het sociaal-economische beleid. Alsof België, dat na 526 dagen politiek vacuüm in het schootsveld van de financiële markten kan komen, zich dit uitstel kan veroorloven.

De consequenties van dit politiek-bestuurlijke onvermogen in grote delen van de westerse wereld zijn onvoorspelbaar. Ook de opkomende industrielanden kunnen in de problemen komen. De gevolgen van een eventuele mondiale recessie zijn niet in detail te overzien. Maar er is geen reden voor een soort optimisme dat alles wel goed komt.

Hoe dan ook: de kosten zullen uiteindelijk toch aan de burgers worden gepresenteerd. Door partijpolitieke tegenstellingen laten die zich lang, maar niet eeuwig voor de gek houden. Compromissen zijn geboden. Omwille van economisch herstel én de politieke democratie.