Oude Khmer-leiders eindelijk voor rechter

Het Cambodja-tribunaal berecht drie nu bejaarde leiders van het schrikbewind van de Rode Khmer. Maar kan het tot de gewenste catharsis in het land leiden?

Het is gezien hun hoge leeftijd twijfelachtig of ze het einde van hun eigen proces halen, maar gisteren verschenen in de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh voor het eerst de drie belangrijkste nog levende leiders van de gevreesde Rode Khmer voor een speciaal tribunaal.

Ogenschijnlijk onaangedaan luisterden de drie bejaarde mannen – partijideoloog Nuon Chea (85), bijgenaamd Broeder Nummer Twee, het voormalige staatshoofd Khieu Samphan (80) en oud-minister van Buitenlandse Zaken Ieng Sary (86) – gisteren naar de aanklachten. Die lopen uiteen van misdaden tegen de menselijkheid en genocide tot religieuze vervolging en marteling.

Het is het eerste grote proces voor het tribunaal, dat in 2006 met medewerking van de Verenigde Naties werd opgezet om Cambodja te helpen in het reine te komen met een van de meest traumatische periodes uit zijn bestaan.

Het regime van de Rode Khmer heerste van 1975 tot 1979 onder leiding van de in 1998 overleden Pol Pot. Het verdreef meer dan een miljoen mensen uit de hoofdstad Phnom Penh naar het platteland om daar in soort utopische agrarische gemeenschappen te leven. Het schafte zowel het geld als de godsdienst af en vervolgde iedereen die geneigd zou kunnen zijn tot de minste opstandigheid. Brildragers waren hun leven niet zeker. Het konden intellectuelen zijn en die werden veelal vermoord of gevangen gezet en gemarteld. Net als honderdduizenden anderen. In totaal kwamen in die jaren naar schatting 1,7 miljoen Cambodjanen om het leven.

Het tribunaal, dat deels uit Cambodjanen en deels uit buitenlanders bestaat, heeft tot dusverre nog weinig wapenfeiten op zijn naam staan. Het is tot welgeteld één veroordeling gekomen – van Kaing Guek Eav, beter bekend als ‘Duch’, die negentien jaar celstraf uitzit. Hij was het hoofd van de gevreesde gevangenis S-21. Duch had echter pech: de gedetailleerde gevangenisadministratie was bewaard gebleven. Hij bekende dan ook schuld.

Het nieuwe proces belooft veel ingewikkelder te worden. De drie oude mannen ontkennen dat ze schuldig zijn. Ze zeggen niet te hebben geweten van de massale slachtingen. Iets wat door de Britse aanklager Andrew Cayley vanmorgen in de rechtszaal onmiddellijk als ongeloofwaardig van de hand werd gewezen. „Deze misdaden waren het resultaat van een georganiseerd plan van de beschuldigden en andere leiders”, zei hij. „Ze kunnen niet alleen maar worden toegeschreven aan Pol Pot.”

Sommige aanwezigen in de rechtszaal toonden zich opgetogen dat hun kwelgeesten van vroeger nu eindelijk terechtstaan. „Ik voel me heel gelukkig”, aldus de 75-jarige boer Sao Kuon, die elf familieleden verloor, tegenover het persbureau AFP. „Ik ben hier gekomen om te weten hoe het heeft kunnen gebeuren.”

Maar in de ogen van veel andere nabestaanden had het tribunaal voor het nu begonnen proces zijn geloofwaardigheid al verspeeld. Theary Seng, wier ouders door de Khmer werden gedood en die aanvankelijk nieuwe hoop kreeg na de vorming van het tribunaal, zei vorige week al dat ze volkomen gedesillusioneerd was geraakt en genoeg had van „deze farce, die vooral uit politiek theater bestaat”.

Onomstreden is het tribunaal zeker niet. Vorige maand stapte de Duitse rechter Siegfried Blunk op na kritiek op de volgens velen gebrekkige manier waarop hij leiding had helpen geven aan het onderzoek in enkele zaken.

Het tribunaal staat ook onder politieke druk van de huidige Cambodjaanse premier Hun Sen, zelf een voormalige commandant van de Rode Khmer, om er na het huidige proces verder mee te stoppen. Volgens hem draagt het tribunaal niet bij tot een soort catharsis maar raakt het land er juist meer door gedestabiliseerd. Daarbij kan hij er ook op wijzen dat tweederde deel van de huidige bevolking is geboren na 1979: zij hebben zelf geen tastbare herinneringen aan het schrikbewind van de Rode Khmer.