Online luisterbeurt levert te weinig op

Ruim 200 onafhankelijke platenlabels halen hun liedjes af van muziekdiensten als Spotify. Het all you can listen -model werkt niet, zeggen ze.

Internetters zijn gek op webdiensten waar je onbeperkt muziek kunt luisteren. Maar dat enthousiasme wordt niet gedeeld door artiesten en labels die te beluisteren zijn.

De discussie over streaming muziekdiensten is opnieuw opgelaaid nu een Britse distributeur ST Holdings het repertoire van 234 platenlabels terugtrekt van onder meer Spotify, Napster en Rdio. Het gaat om kleinere, onafhankelijke labels die bijvoorbeeld drum ’n’ bass, dubstep en technomuziek uitbrengen.

ST Holdings zegt dat 750.000 streams (luisterbeurten) op Spotify 2.500 pond opbrachten – circa 2.900 euro. Dat is weinig, vinden de labels, in vergelijking met de circa 70 cent die een betaalde download oplevert.

Spotify is een alternatief voor de illegale downloads met een zogeheten freemium-model. De gratis dienst biedt beperkte toegang tot 15 miljoen liedjes, inclusief advertenties. De betaalde variant kost een tientje per maand, heeft geen advertenties en werkt ook op andere apparaten dan een pc.

Tot nu heeft Spotify 150 miljoen dollar uitgekeerd aan platenmaatschappijen. Maar het zegt er niet bij wie wat kreeg en waarom. Volgens ST Holding levert één stream 0,003 euro op. Andere artiesten zeggen dat ze met 5.000 streams 6,50 dollar verdienden (0,0096 euro per stream). Een analist op website Paidcontent.org schat dat een stream van een liedje ongeveer 300 keer minder opbrengt dan een digitale download.

Spotify werpt tegen: je moet de opbrengsten van hun muziekdienst niet vergelijken met legale, maar met illegale downloads. En die leveren helemaal niets op. Ook, redeneert Spotify, stimuleert de beschikbaarheid van gratis liedjes de interesse voor muziek in het algemeen. Wie enthousiast is over nieuw ontdekte artiesten in Spotify gaat vaker naar live concerten, koopt merchandising of cd’s van artiesten die anders niet beluisterd zouden blijven.

Dat laatste argument wordt weerlegd in een rapport dat door de Britse distributeur wordt aangehaald. Muziekabonnementen zouden niet het beloofde stimulerende effect op de omzet hebben. Het rapport is opgesteld door de NDP Group, in opdracht van de NARM, de organisatie van Amerikaanse platenverkopers. Of die helemaal objectief zijn ten opzichte van streaming concurrenten valt te bezien.

Het onderzoek is bovendien uitgevoerd in de periode voordat Spotify en andere streaming muziekdiensten een belangrijk contract sloten met sociaal netwerk Facebook, met zijn 800 miljoen gebruikers. Het beluisteren van muziek via het web zou een flinke duw in de rug kunnen krijgen als gebruikers makkelijker elkaars muziekvoorkeuren kunnen bekijken. Als streaming muziek wil renderen, dan moet het minstens zo groot worden als het illegale downloadcircuit nu.

Artiesten zijn gewend om speciale voorwaarden te kunnen bedingen, en dat zit er bij Spotify niet in. Spotify wil niet dat artiesten alleen hun repertoire beschikbaar stellen aan betalende abonnees. Anders heeft het freemium model geen zin, luidt de redenering.

Maar onwrikbaar zijn de regels niet. Voor de introductie in de Verenigde Staten moest Spotify het gratis aanbod terugschroeven. Ook houden grote artiesten hun nieuwe album buiten Spotify. Neem Adele of Tom Waits, die alleen hun laatste single willen laten streamen. Ook de laatste cd van Coldplay staat niet in Spotify. Die is wel te downloaden bij iTunes of de nieuwe concurrent Google Music, de muziekdienst die het internetbedrijf vorige week in de VS introduceerde.

Het verschil tussen downloads en streams vervaagt naarmate deze grote technologiebedrijven betaalde downloads ook als stream aanbieden. Of neem iTunes Match, sinds deze week in de VS: voor 25 dollar per jaar bewaart Apple ook mp3’tjes die je zelf verzamelde. Daarvoor geldt een beperking van 25.000 bestanden. Dat steekt dan weer schraal af bij de 15 miljoen Spotify-liedjes.

Marc Hijink