Muziek om op je arm te laten tatoeëren

Het muziekstuk Canto ostinato heeft al 35 jaar een bijzondere uitwerking op mensen. Ramon Gieling maakte er een documentaire over. „Ik vind muziek veel te heftig, maar hierbij voel ik me veilig.”

„Een traditioneel muziekstuk is een trein die aan je voorbijtrekt. Je ziet hem, je hoort hem en dan is hij voorbij. Bij Canto ostinato zit je ín de trein. Het landschap trekt aan je voorbij, zonder begin en zonder einde. Dat verklaart misschien waarom deze muziek zo’n impact heeft. Als je eenmaal in die trein zit, kun je er niet meer uit.”

Aan het woord is pianist Kees Wieringa, een van de ‘personages’ uit de film Over Canto die zaterdag in première gaat tijdens het IDFA. ‘Personage’ lijkt een oneerbiedige term voor een van de belangrijkste vertolkers van het klavierwerk dat het hart van de film vormt. Maar regisseur Ramon Gieling heeft bewust de grenzen tussen fictie en documentaire opgezocht. „In een muziekdocumentaire in traditionele zin ben ik niet zo geïnteresseerd”, zegt Gieling. „Voor mij is het belangrijk dat er drama in zit.”

Canto ostinato kwam tussen 1976 en 1979 tot stand in de Bergense werkkamer van componist Simeon ten Holt (1923). Het marathonwerk voor 4 piano’s werd door de kritiek genegeerd of verketterd: te mooi, te tonaal, niet vernieuwend. Maar onder de radar van de muziekkritiek gebeurde iets ongebruikelijks. Mensen werden gegrepen door de hypnotisch rondtollende motieven van Ten Holt. Ze gaven elkaar cassettebandjes – moet je dit eens horen. Zo wist Canto een grote schare luisteraars aan zich te binden, een gemêleerd publiek van zowel professionele musici als mensen die normaal gesproken nooit klassieke muziek luisteren.

Gieling hoorde de Canto ostinato voor het eerst tijdens een concert in 1981. Pas toen drie jaar later de plaat uitkwam drong de kracht van de muziek tot hem door. Hij besloot een film over Ten Holt te maken. Het resultaat was het portret Tussen front en thuisfront uit 1987. Gielings nieuwe film Over Canto gaat nadrukkelijk níét over de componist, maar over de muziek en de luisteraar.

Het idee voor Over Canto kreeg Gieling na het lezen van Oliver Sacks’ Musicophilia, over de relatie tussen muziek en de hersenen. Waarom roepen sommige muziekstukken zulke emotionele reacties op? „Het is bijna alsof de muziek een psychiater is waaraan de luisteraar zijn diepste bekentenissen doet. Zo lag een vriend van me ooit zwaar depressief in het ziekenhuis, toen een bandje met Canto in zijn bezit kwam. Later verklaarde hij dat het zijn leven gered heeft. Van Ten Holt hoorde ik bovendien regelmatig over de brieven die hij ontving van luisteraars. Over de hele wereld grijpt deze muziek diep in in de levens van mensen die elkaar niet kennen.”

Die muziek vindt in Over Canto gehoor in Gielings vorm van het filmessay, waarmee hij reikt naar iets ongrijpbaars. „Ik heb dat de aantrekkingskracht van het onmogelijke genoemd”, zegt Gieling. „Je zult het raadsel nooit ontrafelen. In mijn werk ben ik geïnteresseerd in het wonderbaarlijke, iets wat groter is dan je kunt vatten. Dat heb ik ook gezocht in Over Canto: wonderbaarlijke verhalen van pijn, liefde en eenzaamheid.”

De film beweegt zich als een verhalencarrousel rond de kern van de muziek. In veel van die verhalen is de dood nadrukkelijk aanwezig. In sommige gooien luisteraars het roer radicaal om. Keer op keer blijkt Canto onlosmakelijk verbonden met een dierbare of beladen herinnering. Een man luistert ernaar op de operatietafel, een vrouw bij de bevalling van haar kind. Een ex-dj laat de partituur op zijn arm tatoeëren, in nagedachtenis aan zijn moeder.

„Als je gevoelig bent voor Canto kun je totaal worden meegezogen”, zegt pianist Wieringa. „Ik heb het stuk heel veel gespeeld en na afloop stonden er steevast huilende mensen in de kleedkamer. Mensen raken helemaal van de kook.” Of het roept juist felle weerstand op. Een voormalige conservatoriumleraar van Wieringa vond dat hij met deze muziek zijn talent vergooide. „Hij was zo kwaad dat hij na het concert met me op de vuist ging.”

Actrice Halina Reijn, een ander ‘personage’, kwam in haar eerste jaar op de toneelacademie in aanraking met Canto. „Ik had in die periode het gevoel dat ik aan het begin van mijn leven stond en dat al mijn dromen zouden uitkomen. In de bewegingsles zette de docent die muziek op en tijdens de oefeningen begon ik te fantaseren: ontdekt worden, spelen bij een groot gezelschap, in films… Dat moment staat in mijn geheugen gegrift.”

Voor Reijn ontleent Canto zijn kracht aan die positieve associatie. „Het is het gevoel van een nieuw pakje sigaretten. Iets waarvan je nog niet de donkere kant kan zien. Het leven alsof het nog in de verpakking zit.” En dat terwijl ze helemaal niet zo van muziek houdt: „Ik vind het veel te heftig. Muziek is één-op-één, het roept direct iets op. Dit is een van de weinige muziekstukken die ik kan verdragen. Het voelt veilig.”

De heftige werking die alle muziek voor Halina Reijn heeft, noemt Kees Wieringa juist een kenmerkende eigenschap van Canto. „De emotie is hierin haast tot de kern teruggebracht”, zegt hij. „Dat is gevaarlijk. Als je deze muziek toelaat, verlies je de controle over jezelf. Misschien is dat ook de reden dat ik uiteindelijk het contact met Ten Holt verbrak. Het kwam te dichtbij.”

‘Over Canto’ is nog te zien op het IDFA en draait vanaf 8/12 in de bioscoop.

    • Joep Stapel