'Mislukking van formatie zou ramp zijn'

Eurocrisis bezorgt directeur Belgisch schuldagentschap rillingen

Al weken zegt Jean Deboutte op tv en in kranten hoe dringend België een begroting nodig heeft. Hij is directeur van het Belgische Agentschap van de Schuld, een onderdeel van het ministerie van Financiën dat de Belgische schuld beheert.

Deboutte weet dat het geduld van de financiële markten met België aan het opraken is. Hij houdt, zegt hij, zijn hart vast.

Maar beleggers, zegt hij ook, hebben nu veel ándere zorgen: problemen in de VS, in de hele eurozone. „Vanochtend had de rente nog niet op de nieuwe politieke situatie in België gereageerd. Misschien krijgen we nog een paar dagen de tijd om het signaal te geven dat er toch verder onderhandeld wordt over een begroting. Die zou er dan snel kunnen zijn.”

En als dat niet zo is?

„Dan zal de rente stijgen en de druk op België toenemen. Maar ik wil nog niet aan dat scenario denken. Alle onderhandelaars weten hoe het ervoor staat.”

Het zou een ramp voor België zijn als de regeringsonderhandelingen opnieuw mislukt zijn?

„Voor de reputatie van België zou dat een ramp zijn. Het wordt moeilijk om dan nog te zeggen: het gaat wel lukken.”

Zou een noodregering een oplossing zijn, zoals Bart De Wever van de N-VA voorstelt?

„Ik kan me daar moeilijk over uitspreken, ik ben geen adviseur van de politiek. Ik zie het liefst wel een regering met een verkozen meerderheid. Een noodregering geeft een land een slecht imago.”

U bedenkt de strategie voor het beheer van de Belgische schuld. Is deze politieke crisis nog aan beleggers uit te leggen?

„Ik zal toch alleszins een poging doen. We hebben vorige week een beweging gezien van de rente in de hele eurozone. In België zijn de cijfers nog goed. De schuld is lager dan was voorspeld. En er is in de onderhandelingen belangrijke vooruitgang geboekt over de staatshervorming.”

Dat was half september. Daarna lieten de financiële markten België even met rust.

„Het is toen beter gegaan. Maar ik vrees dat men dat nu wel weer vergeten is. Het geduld raakt op. De volgende stap duurt nu wel heel lang. Maar ook als die er toch komt, moeten we daar niet meteen wonderen van verwachten. Positief nieuws maakt deze dagen weinig indruk. En door de Belgische schuld [nu 96 procent van het bbp], die nu eenmaal niet weg te toveren is, blijven we in the picture staan.”

U houdt uw hart vast voor België?

„Ja, natuurlijk. Maar de situatie in de eurozone bezorgt me echt rillingen. De Belgische problemen vallen daarbij weg. De Financial Times schreef vorige week dat er chaos heerst in België. Dat is niet zo. Het budget was tot nu toe op orde, de demissionaire regering beheert het land.”

Die politieke chaos is er volgens u nog niet?

„Zo zie ik het niet. In de jaren tachtig hebben we ook zo’n periode meegemaakt en die hebben we ook overleefd.”

Wat was tot nu toe uw verhaal aan buitenlandse beleggers over België?

„Ik vertel dat het land zich sinds 1970 regelmatig hervormt, met meer autonomie voor regio’s en gemeenschappen. Met cijfers en feiten leg ik uit dat we daardoor een werkbaarder systeem hebben gekregen. Ik zeg ook dat er regelmatig discussies over zijn en dat die deze keer helaas wat meer tot uiting komen, omdat het onderlinge vertrouwen weg was. Nu wilde men eerst een nieuwe staatshervorming en dan pas praten over een regering. Dat roept vragen op. Maar aan het eind van het jaar zal het verschil in staatsschuld met andere Europese landen lager zijn dan aan het begin.”

Hoe komt België aan die schuld?

„Dat is een historisch probleem, ontstaan in de jaren zeventig en tachtig. Je had de olieschokken en de Belgische economie, met zeer veel zware industrie, deed het toen heel slecht. Om de economie te stimuleren hanteerde men een strikt Keynesiaanse politiek van uitgaven. En niet erg productief: er werd geld toegestopt aan industrie die eigenlijk al aan het verdwijnen was. Je had een centrale regering die nog over alles besliste en er waren veel belangen: investeer je in de haven van Zeebrugge, in Vlaanderen, of in de staalindustrie in Wallonië? Je kreeg de befaamde wafelijzerpolitiek: elke frank die in Vlaanderen werd uitgegeven, kreeg Wallonië ook. Dat kostte verschrikkelijk veel geld. En iedereen in België kent de bruggen en wegen die nergens heen leiden. Daarom is de federale structuur de oplossing om anders te gaan werken. De regio’s krijgen meer mogelijkheden en dat werkt.”

Hoeveel kostte de politieke instabiliteit België tot nu toe?

„Ik denk gemiddeld twintig of dertig basispunten [het verschil met de rente op staatsobligaties die Duitsland betaalt] extra, over het hele jaar. Dan praat je over 80 miljoen euro op jaarbasis. We hebben dat gefinancierd op lange termijn, dus die extra kosten blijven we nog een aantal jaren met ons meedragen.”

Bent u blij dat demissionair premier Yves Leterme aan een eigen begroting werkt?

„Ja, maar dat is vooral een administratieve kwestie. Er moet een begrotingswet komen, waardoor België kan doorwerken. Het belangrijkste is nu dat er een politiek akkoord komt.”