Markt werkt niet in kinderopvang

Investeerder Providence introduceert financiële hocus pocus in de kinderopvang. Marktleider in de Nederlandse kinderopvang, Catalpa, heeft nu grote schulden. „Alles wordt bepaald door rendement.”

De financiële gezondheid van Catalpa, de grootste kinderopvangorganisatie van Nederland, is verslechterd sinds de keten vorig jaar werd overgenomen door de Amerikaanse investeerder Providence. Het concern dat 540 crèches en naschoolse opvangcentra telt, heeft de schulden zien exploderen. De rentelasten zijn zo hoog dat het bedrijf verlies lijdt. En, zo schrijft de directie in het jaarverslag over 2010, ook de komende jaren rekent Catalpa op verlies als gevolg van de kosten van de overname en bij behorende leningen.

Bas Pietersen kijkt ervan op. Zijn kinderen zitten op een kinderdagverblijf van B4Kids, dat weer een dochter is van Catalpa. Kinderopvang is wel een commerciële branche geworden, zegt hij, dat had hij al gemerkt. „Alles wordt beredeneerd vanuit rendementseisen. Na vijf uur ’s middags, bijvoorbeeld, is de helft van de kinderen al opgehaald. Van de wet mag er dan één leidster zijn omdat de groep kinderen veel kleiner is. Fijn voor B4Kids, want dat is goedkoop. Toch is dat onlogisch: aan het eind van de dag zijn de kinderen doodmoe en komt de één na de andere ouder binnen die iets aan de leidster wil vragen. Totale hectiek dus.”

Als ouders kritiek hebben, verschuilt het bedrijf zich vaak achter de wet in plaats van het belang van de kinderen, zegt Pietersen. Hij wil onderstrepen dat er heel lieve leidsters werken die hun „stinkende best” doen. „Ze krijgen alleen niet altijd de middelen om te doen wat zíj goed vinden.” Pietersen zit in één van de veertig oudercommissies die zich dit jaar hebben verenigd in het ‘Ouderplatform’ om de dialoog aan te gaan over de prijs en de kwaliteit met het bedrijf B4Kids.

Minister Kamp (Sociale Zaken, VVD) opperde vorige week in een discussie dat de positie van ouders met kinderen op een crèche of naschoolse opvang versterkt moet worden. Ze zijn namelijk niet zomaar klant, zoals bij een supermarkt. Ze vertrouwen hun kostbaarste bezit een paar dagen per week aan de crèche toe. Morgen debatteert de Tweede Kamer over de Kinderopvang, dat hoort bij de begroting voor Sociale Zaken.

Kamp reageerde op de bevindingen van het Centraal Planbureau (CPB) dat onderzoek heeft gedaan naar marktwerking in de kinderopvang. Conclusie: die hapert. Of, zoals vader Bas Pietersen het zegt: „In een gewone markt ga je weg als je ontevreden bent. Maar bij een crèche niet. Je haalt je kind niet zomaar weg bij vertrouwde leidsters en vriendjes. En er zíjn geen andere crèches waar je zomaar heen kunt want er zijn wachtlijsten.”

Een monopolist kan veel maken, zegt hij. Zo heeft Catalpa (ook bij B4Kids) het aantal uren dat ouders opvang afnemen contractueel uitgebreid, of ze nou wilden of niet. Dat vergrootte de omzet. Pietersen: „Wij hadden geen poot om op te staan.”

Het CPB zegt dat ook, alleen in ambtelijke taal. Sinds de overheid in 2006 werkende ouders op grote schaal ging subsidiëren, is de vraag naar kinderopvang sterk gestegen, schrijft het CPB. Er kwamen ook veel crèches bij maar niet zo veel dat de wachtlijsten verdwenen. „De daadwerkelijke toegang tot kinderopvang is voor een grote groep kinderen zelfs verslechterd”, concludeert het CPB.

Terwijl de markt om die reden werd geliberaliseerd, zes jaar geleden. De wet Kinderopvang, uit 2005, moest de kinderopvang toegankelijker maken. Tot dan waren de meeste crèches afdelingen van gemeenten. Zij konden de groeiende vraag niet aan waardoor kinderen soms een jaar op een wachtlijst stonden. De overheid heeft belang bij goede kinderopvang – ze wil dat zo veel mogelijk ouders werken. Vandaar dat ouders steun krijgen via toeslagen van het Rijk.

Maar de wachtlijsten zijn in dichtbevolkte gebieden gebleven, waardoor daar geen „effectieve concurrentie” bestaat, zegt het CPB nu. Crèches concurreren niet, op prijs noch op kwaliteit. Over de ontwikkeling van de kwaliteit kan het CPB overigens nauwelijks uitspraken doen, omdat het beeld gemengd is en er onvoldoende informatie over bestaat.

Catalpa, de grootste kinderopvangorganisatie van Nederland, is veel ‘agressiever gefinancierd’ dan directe concurrenten. Kinderopvang Nederland (400 vestigingen, 2.650 medewerkers, 184 miljoen euro omzet) bijvoorbeeld is vrijwel schuldenvrij en heeft een eigen vermogen dat 41 procent van het balanstotaal uitmaakt. De organisatie maakt een gezonde winst (6 procent van de omzet) en betaalt belasting. Humanitas (296 vestigingen, 94 miljoen omzet) is ook schuldenvrij en heeft ruwweg dezelfde sterke solvabiliteit als Kinderopvang Nederland. De organisatie is winstgevend en draagt vennootschapsbelasting af.

De lening van Catalpa bij zijn aandeelhouder is een soort ingroeilening waarbij Catalpa de rente niet direct hoeft te betalen maar bij de lening mag optellen. Deze constructie is ook gebruikt door de Amerikaan Malcolm Glazer toen hij voetbalclub Manchester United kocht.

Door de hoge rentelasten lijdt de onderneming verlies waardoor het geld van de belasting terugkrijgt, over de tweede helft van vorig jaar 3 miljoen euro. „De gekozen structuur is gangbaar in de private equity-sector”, zegt financieel directeur Walter Blom van Catalpa. Hij onderstreept dat die structuur gekozen is door de aandeelhouder, Providence. „Het is primair gedaan om de overname te financieren. Het oogt op papier wat minder fraai, maar ik kijk in de praktijk naar de kasstromen, niet naar de winst. En die kasstromen zijn positief.”

Staatssecretaris Weekers (Financiën, VVD) heeft onlangs voorstellen gedaan aan de Tweede Kamer om dit soort constructies binnenkort te verbieden.

    • Frederiek Weeda
    • Jeroen Wester