Kortkolom wetenschap

Snelheid verklaard van supersnelle sterren

Rotterdam. Wegloopsterren, zo noemde de Groningse astronoom Adriaan Blaauw in 1954 de sterren die met grote snelheid door de Melkweg razen. In Science Express (19 november) onthullen astronomen van de Leidse Sterrewacht nu eindelijk waaraan deze sterren hun hoge snelheid danken. De ‘marathonsterren’, zoals ze tegenwoordig heten, ontstaan bij bijna-botsingen met zware dubbelsterren. Bijbehorende zwaartekrachtseffecten katapulteren de sterren weg uit de sterrenhoop waarin ze zijn geboren. Dat gaat met zoveel kracht dat de snelheden van deze sterren, sommige honderd keer zwaarder dan de zon, oplopen tot tientallen kilometers per seconde. De astronomen concluderen dit op grond van berekeningen met een supercomputer. Ze sloten zo ook de alternatieve verklaring uit dat een supernovaontploffing de drijvende kracht zou zijn. Hun berekeningen wezen verder uit dat in elke sterrenhoop ongeveer twintig marathonsterren moeten ontstaan. Dat klopt met de waargenomen aantallen: het gaat om ongeveer één op de vijf sterren in het Melkwegstelsel. (NRC)

Lemmingen houden de toendra groen

Rotterdam. Het kan ook toenemende vraat van lemmingen zijn die de plantengroei op de toendra’s rond de noordpool zo doet veranderen. En niet de directe invloed van de opwarming op de vegetatie, zoals eerder aangenomen. Dat schrijven Amerikaanse onderzoekers in Environmental Research Letters van 17 november. Uit satellietopnames blijkt dat de plantengroei rond de noordpool de laatste jaren sterk toeneemt: ‘the greening of the Arctic’. Het effect is vooral sterk in Alaska, waar de opwarming ook het grootst is, vooral daar waar het zee-ijs voor de kust al vroeg in het voorjaar verdwijnt. Eerdere experimenten toonden aan dat de opwarming de groei van grassen en bladverliezende struiken stimuleert en ten koste gaat van mossen en korstmossen. Maar dit blijkt ook vrijwel precies het effect te zijn van lemmingenvraat. De onderzoekers ontdekten dit toen ze in de omgeving van Barrow in Alaska terreintjes terugzochten die in 1959 waren omheind met kippengaas om lemmingen buiten te sluiten. De omheiningen bleken nog in tact en de vegetatie erbinnen verschilde aanzienlijk van die daarbuiten. Minder grassen en bladverliezende struiken. Misschien zijn er door de opwarming meer lemmingen gekomen. (NRC)