Kruip uit je schulp, China. Verover de wereld nu Amerika uitgespeeld is

Chinese muur. Foto Wikimedia

China heeft economisch de wind in de zeilen. Maar om de VS van de troon te stoten zal het land op meer borden moeten schaken. De groei dient gepaard te gaan met het verstevigen van traditionele waarden, het waarborgen van gelijke kansen en het aantrekken van buitenlands talent.

Dat betoogt Yan Xuetong, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Tsinghua University, in The New York Times. Hij meent dat zijn land te weinig investeert in het vestigen van een morele autoriteit ofwel het winnen van de hearts and minds. China moet volgens hem een harmonieuze modelsamenleving worden, een meritocratie waarin persoonlijke verdiensten ongeacht afkomst beloond worden met goede banen.

De sleutel tot internationale invloed is politieke macht, schrijft Yan. En het attribuut daarvoor is moreel leiderschap. De claim van zijn overheid dat het “economische wonder” te danken is aan de Communistische Partij is volgens hem niet genoeg. China zou ook op andere gebieden dan alleen het economische moeten concurreren met Amerika. “Zowel de VS als China zullen moeten inzien dat politiek leiderschap, meer nog dan het gooien van geld tegen problemen, zal bepalen wie de race naar mondiale overheersing wint.”

China is het vechten verleerd

Yan Xuetong geldt volgens het tijdschrift Foreign Policy als één van de honderd invloedrijkste denkers ter wereld, maar in zijn artikel werkt hij het concept ‘morele autoriteit’ nauwelijks uit. Zaken die het morele gezag van China momenteel juist ondermijnen, zoals mensenrechtenschendingen, censuur en gebrek aan democratie, noemt hij niet. Mogelijk is hij bang dat het Politbureau The New York Times leest, maar het kan ook zijn dat hij repressie noodzakelijk acht om van China een ideologisch blok te maken. Iets dat hij waarschijnlijk voor zich houdt om het liberale publiek niet voor het hoofd te stoten.

Om zijn betoog toch enigszins te onderbouwen beroept hij zich op Guanzi, Confucius, Xunzi and Mencius, klassieke denkers die leefden in de pre-Qin periode, meer dan tweeduizend jaar geleden, toen China nog bestond uit kleine landen die meedogenloos streden om territorium. Van deze politieke theoretici heeft hij geleerd dat ‘humane autoriteit’ belangrijker is dan hegemonie en tirannie. Je moet niet alleen geloven in waar je voor staat, maar het ook uitdragen en aantrekkelijk maken. Het idee dat vriendschap te koop is, wijst hij daarom af.

De Chinese professor beschouwt de VS als een hegemoon: een land dat weliswaar cultureel, economisch en politiek het overwicht heeft, maar onverschillig omgaat met haar eigen waarden. Macht waar vooral militaire kracht aan ten grondslag ligt. “Dat verklaart waarom de VS zoveel bondgenoten heeft. En hoewel Amerika strategische fouten heeft gemaakt in Afghanistan, Irak en Libië, tonen de acties wel aan dat Washington in staat is om drie oorlogen tegelijkertijd te voeren.” Het Chinese leger is sinds 1984 (Vietnam) niet meer betrokken geweest bij een oorlog, benadrukt Yan. “Weinig hoge officieren, laat staan soldaten, hebben enige ervaring op het slagveld.”

Creëer een vriendelijke internationale omgeving

Ook qua militaire bondgenootschappen spant Amerika de kroon. Vijftig landen, terwijl China alleen met Noord-Korea en Pakistan vage afspraken heeft. Om een “vriendelijke internationale omgeving” voor China’s opkomst te creëren, raadt Yan zijn land aan om meer diplomatieke en militaire relaties aan te gaan dan Washington. Als opkomende macht moet China ook haar verantwoordelijkheid nemen in het beschermen van zwakkere staten, vindt hij. “Net zoals de Verenigde Staten in Europa en de Perzische Golf deden.”

De professor verwacht dat de diplomatieke spanningen tussen China en Amerika zullen oplopen, maar acht een militair conflict onwaarschijnlijk. De strijd zal volgens hem vooral op politiek, economisch en technologisch gebied gevoerd worden. “Noch China noch Amerika heeft een oorlog nodig om strategische belangen te beschermen of toegang te krijgen tot natuurlijke hulpbronnen en techniek.”

Dat is nog maar de vraag. President Obama heeft deze maand de militaire aanwezigheid rond de Grote Oceaan flink uitgebreid. Vietnam, Maleisië, Australië en de Filippijnen zijn namelijk bezorgd over de groeiende invloed van de Chinezen in de regio. Vooral China’s claim op de Zuid-Chinese Zee ligt gevoelig, want daarin zijn nog niet zo lang geleden grote reserves aardolie en aardgas gelokaliseerd waar ook de kleinere landen aanspraak op mogen maken. “Het is belangrijk dat China zich aan de internationale regels houdt”, zei Obama vorige week op een persconferentie in de Australische hoofdstad Canberra. “Maar het idee dat we bang zijn voor China is verkeerd. De indruk dat we China willen uitsluiten klopt niet.”

Amerika een zelfde lot beschoren als de Sovjet-Unie

Het idee dat Amerika uitgespeeld is als supermacht wordt krachtig beschreven in Suicide of a Superpower: Will America Survive to 2025? (Thomas Dunne Books, oktober 2011), een politiek gemotiveerd boek van Pat Buchanan, een ultrarechtse opiniemaker die ooit met een afscheidingsbeweging van de Republikeinen een gooi deed naar het presidentschap. Buchanan is een zogeheten paleoconservatief, iemand die zich hard maakt voor protectionisme en isolationisme en daarom fel tegenstander is van immigratie. Hij brak met de Republikeinen vanwege de invasie in Irak, want daar had zijn land volgens hem geen belangen.

Buchanan toetst in zijn boek culturele, demografische en etnische ontwikkelingen aan zijn ideologie en komt zo tot de sombere conclusie dat de VS, net als de Sovjet-Unie in 1989, haar macht zal verliezen. De val van de Sovjet-Unie wijt hij aan “etnonationalisme”. Dat verklaart zijn afkeer tegen diversiteitspolitiek, tegen Obama die zei: “We beschouwen onszelf niet als een Christelijke natie.” Iets dat volgens hem haaks staat op wat president Lincoln “een verbintenis op grond van affectie” noemde. “Mystieke akkoorden uit het verleden, die teruggaan tot op het slagveld en zich uitstrekken tot patriottistische graven en ieder levend hart.”

Dezelfde helden vereren, dezelfde kunst delen

Een gemeenschap waarin iedereen zijn eigen cultuur viert, ziet Buchanon daarom niet meer als gemeenschap. Een volk, zo schrijft hij, dient een gemeenschappelijke afkomst, cultuur en godsdienst te hebben. “Een volk wordt bij elkaar gehouden door dezelfde helden te vereren, dezelfde geschiedenis te koesteren, dezelfde feestdagen te vieren en dezelfde muziek, poëzie, kunst en literatuur te delen.”

Overal ziet Buchanon zijn eigen etniciteit, religie en cultuur in de verdrukking. Een ontwikkeling die niet zozeer is ingegeven door immigratie, zo stelt hij, maar door het simpele feit dat mensen met een niet-Westerse achtergrond zich sneller voortplanten. Waar Yan Xuetong voor openheid pleit, daar predikt Pat Buchanan isolatie. Maar ze zijn het roerend eens over het idee dat een supermacht staat of valt bij een gemeenschappelijke waardenset. Of zoals Buchanon schrijft: “Wanneer het geloof sterft, sterft de cultuur, sterft de beschaving, sterven de mensen.”

Amerikanen moeten weer rebellen worden

Gregory Rodriguez, commentator van de Los Angeles Times, vindt Buchanons betoog nogal “hysterisch”. Net als de paleoconservatief is hij bezorgd over de terugval van Amerika, maar hij ziet nog wel degelijk mogelijkheden om China onder de duim te houden. De oplossing moet volgens hem niet gezocht worden in het homogener maken van de huidige samenleving, maar in de strijdlust die de pre-Amerikaanse kolonisten in de Onafhankelijkheidsoorlog (1775-1783) tegen Groot-Brittannië aan de dag legden.

De kolonisten waren destijds de opstandigen, droegen kloffies, werden niet gehinderd door institutionele bagage, waren lenig en voelden zich niet te trots om guerrillatactieken te gebruiken. De Britten, daarentegen, paradeerden in scharlakenrode uniformen waarmee ze niet alleen hun status symboliseerden, maar ook makkelijk herkenbaar waren op het slagveld. “Het Amerikaanse succes, zo is ons geleerd, kwam met rebellie en innovatie”, schrijft Rodriguez. “Onze vijanden, de Britten, zouden ten onder zijn gegaan aan status en traditie.”

Het probleem vandaag de dag, zo vervolgt de commentator, is dat Amerika nu de imperialistische macht is die de rode jas draagt. “We zijn zo bezorgd over het verlies aan globale dominantie dat we vergeten hoe we als buitenbeentje op de eerste plaats kwamen.” Amerika beheert nu het kasteel op de heuvel, schrijft Rodriguez, terwijl ze groot is geworden als rebel aan de poort.

De grootste vijand van de VS is zo bezien de eigen supermacht, de federatie heeft niemand meer om tegen op te kijken, geen doel meer om na te streven. “Nu Amerika wereldwijd superieur is, treedt er een onoplosbare spanning op tussen Amerikaanse macht en Amerikaanse deugd”, zo citeert de commentator de Australische politiek wetenschapper John Kane. Het zal best dat Amerika in verval is, besluit Rodriguez. “Maar mopperen helpt niets. Het wordt tijd dat we onze rode jassen uitdoen.”

Eerder in deze serie:
China zal merken dat gehoorzaamheid niet langer te koop is
Vijf tips om een dictatuur coupbestendig te maken
Gekken aan het roer. Helemaal niet zo’n slecht idee
Politiek heeft draaikonten nodig. Naar voorbeeld van Lincoln
Chinese schrijvers steunen? Haal hun boeken naar Nederland
‘Winnaar Nobelprijs voor de Vrede eigenlijk oorlogshitser’
Speelkwartier Occupy is voorbij. Tien adviezen om door te stoten
Chinees blog van New York Times-columnist gewist
Waarom China de Britten met twee panda’s paait
Komt het wel goed als China, India en Rusland straks over ons waken?
Het grootste offer in de crisis is niet welvaart, maar democratie
Democratie en kapitalisme gaan scheiden. Ontferm je over kind Occupy
Wat de koningin wijselijk voor zich hield: er is geen uitweg voor deze crisis
Er is genoeg voor iedereen. Op naar de 10 miljard mensen
Vijf jaar Al Jazeera in het Engels. Westers mediamonopolie doorbroken
9/11 was een PR-stunt. Het begin van een beeldoorlog
Tien jaar oorlog tegen het terrorisme. Dit is de rekening