'Kind wil weten wat volwassen zijn betekent'

De broers René en Frank Groothof spelen allebei in een voorstelling over kinderen die opgroeien in armoede. „Levens van kinderen worden rijker in het theater.”

Als pubers voerden ze thuis al acts op. Frank de betweterige branieschopper, René de gedienstige angsthaas. Die twee archetypes zijn altijd aan de gebroeders Groothof blijven kleven. Hun karakters zijn de basis voor de succesvoorstellingen Broertjes en Gebroed.

De broers werken momenteel allebei mee aan een nieuwe muziektheatervoorstelling. Ik ben niet bang, naar de roman van Niccolò Ammaniti, waar René in speelt, ging onlangs in première. Frank speelt in Kees de jongen, naar de klassieker van Theo Thijssen. Het zijn verhalen over jongens die in armoede opgroeien.

In Ik ben niet bang ontdekt de negenjarige Michele een geheim. Zijn angst zet hij opzij om een mysterieuze uitgemergelde jongen te redden.

Frank speelt, op verrassend gevoelige klanken van De Kift, het onverbeterlijke optimisme van Kees Bakels. In zwembadpas snelt hij door de straten, dromend van een leven waarin zijn vader niet ziek is en hij géén ‘gewone jongen’ is.

Alhoewel René over het algemeen sober speelt en Frank uitbundig, spreekt uit hun voorstellingen altijd liefde voor klassieke verhalen. René maakte theaterversies van boeken en Frank speelde jaren soloversies van opera’s waarin moord en doodslag de klok slaan. Frank: „Kinderen leven in deze wereld vol onheil en ellende. Daar kunnen ze heel bang en onzeker van worden. In mijn voorstellingen probeer ik die volwassen wereld bespreekbaar te maken.”

René kiest altijd verhalen waarin kinderen een belangrijke rol spelen: „Kinderen van acht, negen jaar zijn bezig om zichzelf uit te vinden. Ze vragen zich af wie ze zijn en wat het is om volwassen te zijn. Het theater kan daarbij helpen, maar dan moet je ze geen Wipneus en Pim aanbieden.”

De liefde voor goede maar dramatische verhalen is de mannen met de paplepel ingegoten. „Wij hadden thuis geen boeken, behalve de Bijbel”, vertelt René. Omdat hun vader meezong in het koor van de Amsterdamse Mozes en Aaronkerk, brachten ze de zondags- en feestmissen door op het balkon van de kerk. Frank: „Dan moesten we de registers van de fluiten opentrekken. En die dirigent stond daar te snuiven met zijn dampende neus alsof hij de duivel zelf was! Dat was een toptijd waarin we alles meekregen wat een kinderziel nodig heeft: muziek en verhalen.”

Door toedoen van de huidige crisis merken de broers een drastische terugloop in hun bezoekersaantallen. „Het is onvoorstelbaar dat er zoveel fantastische theaters in dit land zijn en dat het een raadsel is hoe die de komende jaren gevuld moeten worden”, verzucht René. Frank vult aan: „Als alle kinderen met hun ouders naar theater zouden gaan, zoals wij vroeger naar de kerk gingen, zouden ze allemaal zo’n rijk leven krijgen.”

Of beide broers de opkomende bezuinigingsronden zullen overleven, weten ze niet. Met opgeheven hoofd wachten ze af wat komen gaat. Zoals Frank zijn eerst try-out van Kees de jongen begon: „Jongens, koppen dicht, we gaan beginnen. Ik zou zeggen: brillen af en beugels uit, want het gaat stormen.”

‘Ik ben niet bang’, BEER Muziektheaterproducties. Tournee t/m 25/3, Inl: muziektheaterproducties.nl.‘Kees de jongen’, Frank Groothof en De Kift, Première 27/11. Tournee t/m 23/9, Inl: frankgroothof.nl