Is Egyptes tweede revolutie gestart?

Bij nieuwe protesten tegen het leger in Egypte zijn de afgelopen dagen zeker 33 doden gevallen.

‘Het was een vergissing om het leger te vertrouwen.’

Op 28 januari, de dag waarop de betogers de gehate politie van het Tahrirplein verjoegen, verloor Ahmed Harara, een 31-jarige tandarts, zijn rechteroog. Harara droeg zijn handicap als een ereteken: hij had een metalen oogklepje laten maken met het opschrift 25 januari, naar de eerste dag van de Egyptische revolutie. Zondag werd Harara geheel ongewild een symbool voor hoe onaf die revolutie nog wel is toen hij op datzelfde Tahrirplein ook zijn linkeroog verloor.

In zijn bed in een privé-oogziekenhuis in de wijk Dokki is Harara nochtans opgetogen. „De geest van het Tahrirplein is weer helemaal terug”, zegt hij. „We hebben niet gevochten voor het omverwerpen van het Mubarak-regime om een nieuwe dictatuur van het leger te accepteren.”

Zoals Harara zijn er de voorbije drie dagen al minstens 1.750 mensen gewond geraakt op en rond het Tahrirplein. Volgens officiële cijfers zijn er ook 33 doden gevallen. Sommigen noemen het straatprotest nu al een ‘tweede revolutie’, dit keer gericht tegen de legerleiding die de macht overnam van Hosni Mubarak.

Op maandagochtend lijkt het centrum van Kairo een oorlogsgebied. In de Talaat Harbstraat zijn drie mannen, gewapend met machetes en een pistool, in een gevecht verwikkeld. Twee hoog staan kantoorbedienden in hemd en das toe te kijken. Het tafereeltje wordt afgebroken wanneer duizenden mensen komen aanrennen vanaf het Tahrirplein, waar de oproerpolitie een nieuw salvo traangas heeft afgevuurd.

Het begon op vrijdag met een megabetoging tegen de legerleiding waar ook de Moslimbroeders, de voornaamste gematigde moslimpartij, en opvallend veel salafisten, radicale moslims, van de partij waren. Wat de betogers gemeen hebben, is de overtuiging dat het leger, dat tijdens de revolutie op handen werd gedragen omdat het had geweigerd op de betogers te schieten, zich nu boven de democratie wil plaatsen.

De ordetroepen lieten de betoging wijselijk ongemoeid, maar ze grepen in toen een deel van de betogers zaterdagochtend weigerde het Tahrirplein te verlaten. Volgens veel activisten begon het geweld toen een dertigtal gewonden van de revolutie hardhandig werd aangepakt door de politie. „Dit waren mensen die tijdens de revolutie een been hadden verloren of een oog zoals ik”, zegt Harara.

Volgende week worden in Egypte de parlementsverkiezingen gehouden, maar het leger heeft kwaad bloed gezet met een plan dat die verkiezingen bij voorbaat betekenisloos lijkt te maken. Het leger wil aan de macht blijven tot er presidentsverkiezingen hebben plaatsgevonden, ten vroegste in 2013. Het wil ook greep houden op het democratisch proces zonder zichzelf bloot te stellen aan democratische controle.

„Het was een vergissing om het leger te vertrouwen”, zegt de 37-jarige Mohamed Abd El-Fatah, salafist, zondagnacht op het Tahrirplein. „We dachten dat ze aan de kant van het volk stonden, maar we waren het verleden vergeten: het leger heeft het in Egypte altijd voor het zeggen gehad.” Hij ontkent niet dat de salafisten een toekomstvisie hebben voor Egypte die tegengesteld is aan die van veel andere betogers. „Maar dat zijn zorgen voor later.”

De legerleiding heeft haar eisen enigszins afgezwakt. Het zegt ook dat het de gebeurtenissen van de voorbije dagen „betreurt”. Maar in de staatsmedia worden de betogers naar goede gewoonte weggezet als „vijanden van Egypte”. Het leger weet zich verzekerd van de steun van de meerderheid van de Egyptenaren, die voor nog meer instabiliteit vrezen onder een burgerbewind.

Uit de kamer van Ahmed Harara klinkt gelach. „Wij zijn allemaal naar hier gekomen om hem op te beuren, maar het is Ahmed die ons opbeurt”, zegt de 31-jarige Kareem Mustafa, een vriend. Maar Harara’s 60-jarige oom Sami Mohamed Gamal is bedrukt. „Zijn carrière als tandarts kan Ahmed wel op zijn buik schrijven. En hoe komt hij nu nog aan een vrouw?”