'Ik aanvaard de wil van het volk'

Nobelprijswinnaar Ellen Johnson Sirleaf, net herkozen als president van Liberia, legt uit hoe zij van haar land een succes zal maken. ‘Ik ga me concentreren op de jeugd.’

Voor de buitenlandse media maakt de welbespraakte Ellen Johnson Sirleaf, president van Liberia, altijd even tijd. Eerder deze maand won ze voor de tweede keer verkiezingen, wat betekent dat ze tot haar 78ste het kleine West-Afrikaanse land blijft besturen. Kort daarvoor kreeg ze de Nobelprijs voor de Vrede.

De tweede ronde van de presidentsverkiezingen was echter geen succes. De oppositiepartij Congress for Democratic Change (CDC) trok zich op het laatste moment terug omdat tijdens de eerste ronde fraude zou zijn gepleegd. Al was die verdachtmaking volgens waarnemers ongegrond, de boycot trof doel: de veelal jonge en werkloze achterban van de partij heeft het vertrouwen in Ma Ellen opgezegd. Bovendien kreeg zij in de tweede ronde publiekelijk steun van de voormalige rebellenleider Prince Yormie Johnson, die iedereen kent als de brute militair die ex-president Doe liet doodmartelen.

Maar Johnson Sirleaf is vastbesloten, zo zei ze tijdens een vragenronde met een kleine groep buitenlandse journalisten, van Liberia een success story te maken.

De boycot van de oppositie lijkt de legitimiteit van uw tweede mandaat te ondergraven. Kunt u wel van een overwinning spreken?

„Het verkiezingsproces is verlopen volgens de regels van de grondwet, en de verkiezingen waren eerlijk en transparant. Wellicht waren er kleine onregelmatigheden. Dat is een zaak van de kiescommissie. De tweede ronde ging niet zo goed als gehoopt, maar we weten zeker dat de gebeurtenissen van de afgelopen maand verzoening niet in de weg zullen staan. Aan de eerste ronde deden 16 presidentskandidaten mee, en desondanks heeft 44 procent van de bevolking op mij gestemd. Dat alleen al beschouw ik als een legitimering van mijn mandaat.”

Waarom heeft u steun van Prince Yormie Johnson aanvaard?

„Ik heb Johnson nooit om steun gevraagd. Hij is erg populair in zijn geboorteprovincie, waar een overweldigende meerderheid op hem heeft gestemd. Als hij er vervolgens voor kiest mij te steunen, waarom zou ik dat dan afslaan? Hij vertegenwoordigt een deel van de Liberiaanse bevolking, en in die zin heb ik dus de wil van het volk aanvaard.”

Hoe gaat u CDC-aanhangers die de verkiezingen oneerlijk noemen, tegemoet komen?

„Ik wil de hand reiken aan het leiderschap van de CDC. Vergeet niet dat we tegelijkertijd parlementaire verkiezingen hebben gehad, en dat de CDC in het parlement is gekozen. Ik heb er alle vertrouwen in dat we met elkaar tot een overeenkomst zullen komen. Waar ik me tijdens mijn volgende ambtstermijn op zal concentreren, is de jeugd. De afgelopen jaren hebben we 16 miljard dollar aan buitenlandse investeringen weten te mobiliseren. Het kostte tijd om die investeringen in gereedheid te brengen. Werkgelegenheid komt pas als de activiteiten van al die bedrijven ook daadwerkelijk zijn opgestart. Op dat punt zijn we nu. Een ander probleem is dat de jeugd in Liberia onvoldoende opgeleid is. We moeten de vakopleidingen verbeteren.”

Waarom heeft u drie van uw vier zoons belangrijke functies gegeven?

Voor het eerst valt Johnson Sirleaf stil. „Waarom?” Ze denkt snel na. „Waarom niet? Inderdaad, mijn oudste zoon zit in het bestuur van de Centrale Bank. Maar daar zat hij al voordat ik aantrad als president. Had ik hem moeten ontslaan toen ik president werd? Ik zag daar geen enkele noodzaak toe. Ik heb nog een zoon die bij een bank werkt, hij doet zijn werk uitstekend, ik heb me daar verder niet mee te bemoeien. Een andere zoon werkt als onafhankelijk presidentieel adviseur. Noch hij noch zijn medewerkers staan op de loonlijst van de regering. Gaat u het gerust na als u het niet gelooft.”