Hotpants en Hoofddoekjes

„De hotpants van onze dagen” – zo noemde Dichter Des Vaderlands Ramsey Nasr de hoofddoek afgelopen vrijdag in een interview met NRC Boeken. En: „Typisch Hollands protestgedrag.” Sommige meisjes dragen de hoofddoek als verzet tegen een xenofoob klimaat, aldus Nasr. Deze, en een andere uitleg (hoofddoek als teken van islamitische expansiedrift) heb ik vaker gehoord van mensen wie een toename van gehoofddoekte meisjes en vrouwen opviel.

Hebben ze het die dames zelf gevraagd? Zelden. Het is giswerk, die vrouwen worden motieven toegedicht die het eigen politiek verhaal sterker maken. Ze dragen ze als protest tegen Wilders! Nee, ze dragen ze omdat de boel hier in rap tempo islamiseert!

Ahmed Ait Moha, werkzaam bij onderzoeksbureau Motivaction, vroeg het de hoofddoekdraagsters eens zelf. Wat blijkt? Van de 250 vrouwen (tussen 19 en 35 jaar oud) die hij sprak, zei slechts 15 procent de hoofddoek te dragen omdat ze het gescheld op dat lapje stof zat zijn. Het merendeel, hoewel link over hoe er over de hoofddoek gepraat wordt, draagt hem eerst en vooral als uiting van een religieuze identiteit. Sociale druk speelt ook een rol. 10 procent zegt de hoofddoek te dragen omdat de echtgenoot/familie dat wenst. Maar voor de meerderheid is het een weloverwogen keuze die pas rond het 19e levensjaar wordt genomen.

Oud-reclameman Jan Knaap wil de beeldvorming over de hoofddoek „verrijken”. Zijn ideële stichting Cup of Culture brengt morgen het boek Hoofdboek uit. Honderd foto’s van één model die op elke foto een nieuwe, hippe hoofddoek draagt. „Ik vroeg eens aan mijn Marokkaanse kinderoppas hoeveel doeken ze nou heeft, want elke dag droeg ze een andere”, zegt Jan. „Bleek ze er ongeveer honderd te hebben.” Ook hij ontdekte nauwelijks een politieke motivering achter de keuze voor een hoofddoek. Wel ontdekte hij de onvervulde behoefte naar hoofddoeken ontworpen door grote modehuizen als Gucci, Chanel, Viktor & Rolf.

De hoofddoekdraagster met wie u en ik, supermarktbezoekers, het meest te maken hebben, is de caissière. In mijn plaatselijke Albert Heijn dragen caissières hun hoofddoek strak en kort, als een soort haarnetje. Ik tel er zeven. Kloppen de cijfers van Ahmed Ait Moha, dan draagt minstens een van hen haar hoofddoek als opgestoken middelvinger naar iedereen die dat religieuze symbool verafschuwt. Wellicht is er een die hem draagt omdat de familie dat eist. De andere vijf dragen hem welbewust en zonder dwang als geloofsexpressie.

Het is een buitengewoon lusteloos zevental bij elkaar. Verveeld halen ze de schappen over de scanner en ratelen de standaardvraag af of de klant een bonuskaart heeft en/of zegels spaart. Typisch Hollands caissièregedrag is het.

„Coole hoofddoek”, zeg ik tegen de caissière die mijn boodschappen afrekent. „Eh, dank je” mompelt ze.

Maar het klinkt als: „Doorlopen, creep. Hou je oordeel over mijn hoofddoek voor je.”