Een perfect mannenbeen helemaal voor jezelf alleen

Troost voor wie geen kaartje heeft voor de zo goed als uitverkochte tentoonstelling van Leonardo da Vinci in de National Gallery. Elders in Londen kan je ook Da Vinci’s bekijken. En sommige mag je zelfs vasthouden.

Het is perfect geproportioneerd, het mannenbeen dat Leonardo van opzij tekende, glanzend in rood krijt op rood-bruin geprepareerd papier.

Vooral de kuit is ongewoon goed ontwikkeld, de afzonderlijke spierbundels zijn duidelijk zichtbaar. In contrast daarmee is de bilpartij een tikkeltje aan de bobbelige kant, de buik ook al minder strak, het geslacht ronduit kwetsbaar. Het is een anatomisch correct, maar subtiel en ontroerend been, en ik kan het uitgebreid bestuderen.

Want ik ben niet op de grote Leonardo-tentoonstelling in de National Gallery en ik hoef niet op mijn tenen te staan om een glimp op te vangen van de tekening langs drie rijen dik publiek. Ik ben in de Study Room van het Department of Prints and Drawings van het British Museum, en de Leonardo staat voor me.

Het is niet algemeen bekend dat het British Museum, naast de bekende verzameling oudheden, kunstvoorwerpen en objecten, een collectie tekeningen en prenten bezit die haar weerga niet kent. Zoals de National Gallery en de Tate de schilderijencollectie van de natie bewaren, zo bewaart het Department of Prints and Drawings de nationale verzameling tekeningen en prenten. Dat zijn er miljoenen, vanaf het begin van de 15e eeuw tot heden, waaronder duizenden topstukken van kunstenaars als Dürer, Holbein, Michelangelo, Leonardo, Rafael of Goya.

Vanzelfsprekend vormen Britse kunstenaars (Blake, Constable, Turner, Palmer, Gainsborough, Hogarth) een zwaartepunt, maar het Museum heeft ook een zeer uitgebreide collectie van Rembrandt en van Claude Lorrain – onder vele anderen. En het mooiste is dat deze werken van de allergrootsten uit de kunstgeschiedenis niet zijn voorbehouden aan curators, kunsthistorici en andere erkende specialisten. Iedereen met een geldig identiteitsbewijs mag ze komen bekijken.

De Study Room van het Museum blijkt een hoge, ruime en lichte zaal die doet denken aan ouderwetse universiteitsbibliotheken, met een aangenaam studieuze sfeer, veel hout, leer en oude vitrinekasten. Mooi, natuurlijk licht valt door de dakkapel en de hoge ramen aan het einde van de zaal. Hier en daar is het plafond aan het afbladderen, maar dat lijkt erger dan het is, zo wordt me verzekerd, en heeft niets met vocht te maken.

Het is de bedoeling dat bezoekers thuis de onlinecatalogus bestuderen, een selectie maken en de relevante informatie en nummers meenemen. Dat is nog knap lastig, bij zo’n aanbod. In eerste instantie had ik gekozen voor een reeks studies van Leonardo van de Heilige Maagd met Kind en kat. Maar wanneer ik mijn nummers voorleg, schudt de dienstdoende medewerker allervriendelijkst maar licht geschrokken zijn hoofd. Een paar tekeningen van Leonardo zijn uitgeleend aan de National Gallery, maar het meeste is op dit moment bij de afdeling Conservatie. Veel van zijn tekeningen waren vorig jaar te zien in een tentoonstelling van het Museum (Italian Renaissance Drawings) en mogen lange tijd niet aan het licht c worden blootgesteld. Gelukkig is één van mijn nummers, Militaire machines uit ongeveer 1487, wel beschikbaar. En een tweede tekening – het mannenbeen – blijkt in dezelfde doos te liggen, die even later voor me staat. De medewerker zet Militaire machines op een houten standaard voor me, en met witte handschoenen aan mag ik zelf de tekeningen oppakken of terug in de doos leggen – onder de waakzame blik van de medewerker, die mijn verrichtingen van een afstandje discreet en vriendelijk maar met argusogen volgt.

Militaire machines is een triomf van de fantasie over alle praktische overwegingen. De tekening stamt uit de periode dat Leonardo werkte aan het hof van Milaan, waar hij zijn diensten had aangeboden, niet als kunstenaar, maar als militair ingenieur. Leonardo schetste een prototype van een tank, vanwaaruit in alle richtingen geschoten kon worden. Pal ernaast heeft hij getekend hoe het gevaarte er van binnen uit zou zien. Mooier nog is de onwaarschijnlijke strijdwagen erboven, getrokken door twee paarden, die aan alle kanten bewegende zeisen heeft – waarschijnlijk even gevaarlijk voor de bestuurders ervan als voor de vijand. Hoe hij rijdt, is een raadsel, want ook de wielen zijn voorzien van kleine mesjes.

Leonardo heeft er instructies bij geschreven (in spiegelschrift) voor de positie van de zeisen, opdat je niet je eigen mannen ommaait. Op het vel is een kring te zien – iemand heeft ooit het ontwerp bestudeerd en een glas water of witte wijn op de bladzijde gezet.

Verderop staat een groep studenten van het Courtauld Institute Spaanse tekeningen te bekijken, en op een standaard vlak naast me staat Dürers tekening uit 1515 van een ‘rhinoceron’, die als model diende voor zijn bekende houtsnede. Dit is een magische plek.

Studenten komen ook hier, vertelt de medewerker, om de tekeningen en prenten na te tekenen, dan wordt er een perspex plaat over de werken gezet om ze te beschermen tegen het licht. Maar iets zegt me dat het urenlang natekenen van een Leonardo geen optie is.

En misschien is dat maar beter ook.

Corine Vloet