Een MRI-scan van gewonemensenseks

Vrijwel alle hersengebieden zijn op een gegeven moment wel actief tijdens seks, leert een MRI-onderzoek.

En: sleur is gemakkelijk te verhelpen.

Erg opwindend is het niet: de smalle ruimte van een MRI-scanner, het loeiende geluid en het feit dat er een clubje wetenschappers een paar meter verderop gespannen op hun schermpjes staan te turen naar jouw seksuele prestatie. Toch kreeg Janniko Georgiadis de afgelopen jaren een flink aantal stellen zo gek om mee te doen aan zijn onderzoek naar het menselijk orgasme, waarbij de ene partner de andere met de hand bevredigde.

Georgiadis, assistent-professor neurowetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen, was eerder deze maand een van de sprekers op de allereerste internationale Sex and Brain-conferentie, in het UMC St. Radboud in Nijmegen. Zijn orgasmescans lieten zien dat naarmate het orgasme nadert, verschillende delen van met name het genotscentrum, de nucleus accumbens, actief worden en dat een ander deel, de prefrontale cortex, juist minder actief wordt. Met dit deel van de hersenen voeren we bewuste redeneringen uit. Georgiadis: „We komen in een roes, waarin we aan niets anders denken dan het genot.”

Dat mag dan weinig verrassend zijn, studies van Georgiadis en zijn collega’s hebben wel degelijk nieuwe inzichten opgeleverd over seks. Uit PET-scanstudies bleek dat de hersenactiviteit tijdens het orgasme bij mannen en vrouwen vrijwel hetzelfde is, maar in de fase daarvóór verschilt. Mannen lijken tijdens de stimulatie meer visuele voorstellingen te maken, terwijl de vrouw zich lijkt te verplaatsen in het perspectief van haar partner – de daarbij behorende hersengebieden worden actief.

Ook blijken in de vijf fasen die de seksuele cyclus kent, steeds verschillende hersengebieden actief te zijn: eerst is er het verlangen, dan opwinding, dan volgt de fase van stimulatie, die kan leiden tot een orgasme en ten slotte volgt er een herstelfase. Dankzij fMRI-studies weten we welke hersengebieden bij de diverse fasen van de seksuele cyclus actief zijn. „Omdat er zoveel emoties betrokken zijn bij seks, worden vrijwel alle gebieden op een zeker moment aangesproken”, zegt een van de andere sprekers, psycholoog Jim Pfaus van de Universiteit van British Columbia. „Je kunt zeggen dat het hele brein een sekscentrum is.”

In iedere fase komen, afhankelijk van de situatie, neurotransmitters vrij die bepalen of de cyclus wordt voortgezet tot de climax, legt Pfaus uit. Zo veroorzaakt noradrenaline lichamelijke opwinding en wekt dopamine gevoelens van lust en beloning op. Remming vindt plaats in de prefrontale cortex, via met name serotonine en endorfine. Pfaus: „Je kunt opgewonden raken, maar toch niet tot actie overgaan omdat dat ongewenst is, bijvoorbeeld wanneer de vrouw van je baas naakt voor je staat.” Het kan ook dat het, al dan niet tijdelijk, niet lukt met de seks. In dat geval vindt er in een van de fases te weinig prikkeling of te veel remming plaats. Pfaus: „Je kunt bijvoorbeeld uit de stemming raken doordat je te veel aan je huishouden denkt.”

Onderzoek naar zulk disfunctioneren kan licht werpen op de vraag hoe gewonemensenseks werkt. Zo ontdekte seksuoloog Stephanie Both tijdens haar promotieonderzoek aan de Radboud Universiteit dat zonder enige seksuele prikkel per definitie geen zin ontstaat: er bestaat dus niet zoiets als een natuurlijk libido. Wel raken mannen gemakkelijk door eenvoudige plaatjes van een naakt vrouwenlichaam opgewonden, terwijl bij vrouwen de context ook belangrijk is. Both doet momenteel in het LUMC in Leiden hoe onbewuste seksuele prikkels zin in seks opwekken. Het genotscentrum in het brein wordt namelijk al actief als mensen seksueel getinte foto’s zo kort te zien krijgen, dat ze ze niet bewust kunnen waarnemen.

Volgens Both hebben de meeste mensen die op de seksuologiepoli komen geen echte seksuele stoornis, maar winnen de remmende prikkels het door omstandigheden van de stimulerende. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren door gewenning. Als proefpersonen herhaaldelijk naar dezelfde seksfilmpjes keken, nam hun opwinding steeds verder af. Maar een ander, vergelijkbaar filmpje deed hun opwinding weer stijgen. „Om sleur te verhelpen”, concludeert Both, „hoef je dus geen extreme dingen te doen, zoals veel mensen denken. Kleine veranderingen, bijvoorbeeld van plek of tijdstip, kunnen de lust al weer doen toenemen.”