Drenthe wil werk, geen vertrek van rijksambtenaren

Spreidingsbeleid dreef rijksdiensten ooit uit de Randstad naar de regio. Nu moet er worden bezuinigd en vertrekken ze weer. Emmen lijdt.

Gerust is burgemeester Cees Bijl van Emmen (PvdA) nog helemaal niet. Zeker, de plannen van minister van Binnenlandse Zaken Donner (CDA) om rijksdiensten terug te trekken uit provincies als Drenthe en Zeeland liggen onder vuur in de Tweede Kamer. Maar intussen. Intussen is het voortbestaan van de Belastingdienst Emmen lang niet zeker. Burgemeester Bijl staat in zijn gemeentehuis en kijkt door het raam, naar de grijze, hoge flat van de belastingdienst. Bijna driehonderd mensen werken er. „Het zou de zoveelste rijksdienst zijn die verdwijnt uit Drenthe”, zegt Bijl. „Het Rijk moet er zijn voor alle Nederlanders. Ook Drenthe betaalt belasting. Wij willen daar werkgelegenheid voor terug, geen vertrekkende rijksdiensten.”

Rijksdiensten – Rijkswaterstaat, Sociale verzekeringsbank, Belastingdienst – zitten verspreid over achthonderd kantoren in 130 plaatsen in Nederland. Dat kan minder, vindt minister Donner. Want sommige kantoren kampen met leegstand: door een krimpende bevolking in bepaalde regio’s en door een dalend aantal rijksambtenaren – die bovendien vaker thuis werken. Donners plan: de rijksdiensten tot 2020 samenbrengen in 57 plaatsen, vooral in een aantal ‘concentratiegebieden’, zoals de vier grote steden en Maastricht, Breda, Eindhoven en Zwolle. Daar bezit het Rijk de grotere kantoorpanden, die zich lenen voor huisvestting van meer diensten. Huurcontracten elders kunnen makkelijker worden opgezegd. Besparing: 70 miljoen euro per jaar.

Vooral het woord ‘concentratiegebieden’ viel slecht in de Kamer: Zeeland, Flevoland en Drenthe vreesden buiten de boot te vallen. Onder hevige Kamerkritiek – „kaalslag in de regio” – heeft Donner het woord inmiddels laten vallen.

Aan de andere kant: het rijksdienstenplan staat nog overeind, bevestigt een woordvoerder. Want nee, dit is geen kaalslag voor de regio. Rechtbanken en gevangenissen vallen buiten het plan. En bovendien, bij die 57 plaatsen met rijksdiensten zijn er ook een paar in Flevoland, Drenthe en Zeeland. Emmen staat overigens niet op de lijst.

Burgemeester Cees Bijl loopt door de draaideur van het gemeentehuis naar buiten, zijn Emmen in. Hij wandelt door een reeks winkelstraten – „het grootste overdekte winkelcentrum van Noord-Nederland” – en passeert de dierentuin. Hij houdt de pas in bij een wit gebouw van de GGZ Drenthe, hoek Spoorstraat/Boslaan. „Hier zat defensie vanaf de jaren zeventig”, vertelt Bijl. „Een administratieve tak, voor het regelen van wachtgelden, pensioenen. Tot vier jaar geleden. Toen moest defensie hier weg, óók in het kader van een concentratie van diensten.”

Bijl – sinds 2001 burgemeester van Emmen – tekende protest aan, reisde af naar Den Haag. Anders dan nu stond hij behoorlijk alleen, zegt hij: het betrof protest uit één provincie, om één gebouw. De missie was kansloos: het defensiekantoor verdween.

Nu, met Donners plannen, liggen de verhoudingen anders, denkt Bijl. „Dit raakt vele regio’s. We staan sterker.”

Dat beaamt Jacques Tichelaar, commissaris van de koningin in Drenthe (PvdA). „Heel het noorden heeft belang bij goede werkgelegenheid hier.” Drenthe voert zijn Haagse lobby dan ook samen met Groningen en Friesland, al hoeven die laatste twee provincies zich minder druk te maken om verdwijnende rijksdiensten. „Ik werk ook samen met Twente”, zegt Tichelaar, „en ik bel regelmatig met mijn collega’s in bijvoorbeeld Zeeland, die op hun beurt weer hun eigen lobbycircuits aanboren.” Die lobbyisten maken de Haagse politici duidelijk dat krimpregio’s al genoeg problemen hebben. Dat er al rijksdiensten genoeg vertrokken zijn. En dat er een motie is aangenomen, al in 2009, dat bezuinigingen op rijksdiensten de krimpregio’s niet onevenredig hard mogen treffen. „Het kabinet lijkt die motie vergeten te zijn”, zegt Tichelaar. „Maar de Kamer gelukkig niet.”

Terug naar Emmen, terug naar de Boslaan. Iets verder dan het voormalige defensiepand staat een grijs, breed uitwaaierend gebouw. Leeg. „Hier zat de Dienst Ziektekosten”, vertelt Bijl, „die een ziektekostenvergoeding voor rijksambtenaren uit heel het land regelde.” Met de komst van de nieuwe zorgwet, in 2006, werd de regeling afgeschaft. Opnieuw moest een rijksdienst in Emmen dicht, een dienst die hier juist was gevestigd op grond van het spreidingsbeleid in de jaren 60 en 70. Rijksdiensten moesten volgens de commissie Spreiding Rijksinstellingen – geleid door Willem Drees in de vroege jaren 60 – weg uit het dichtbebouwde westen, en gevestigd worden in economisch achtergestelde regio’s als Drenthe, Twente en Zuid-Limburg. Ambtenaren verruilden de Randstad voor Groningen, Heerlen, Emmen. „Nu dreigt die beweging juist te worden omgedraaid”, zegt Bijl.

Nog één pand wil hij laten zien. De Topografische Dienst. Een grijze, moderne bunker, ruim 15.000 vierkante meter groot. Ook leeg, op antikraakbewoners na. De dienst verhuisde in 1984 van Delft naar Emmen. In 2007 werd de dienst ondergebracht bij het Kadaster in Zwolle. De werknemers gingen mee. „Het zou geen gevolgen hebben voor de lokale werkgelegenheid, was de boodschap vanuit Den Haag”, zegt Bijl. „Onzin natuurlijk. Het ging om zo’n honderdvijftig gezinnen die in Emmen hun boodschappen deden.”

Hij wrijft de kou uit zijn handen, en zegt strijdbaar: „Genoeg is genoeg. Handen af van de Belastingdienst.”