Deze crisis is de schuld van de overheid zelf

Het kapitalisme heeft de westerse wereld de grootste mate van welvaart en vrijheid gegeven die ooit heeft bestaan. Het gaat mis als diverse overheden de foute beslissingen nemen, betoogt Frits Bolkestein.

Je leert het bij economie in de derde klas van de middelbare school. Prijzen worden vastgesteld ofwel door ambtenaren ofwel door ondernemingen.

In het eerste geval zijn de ervaringen niet bemoedigend. Dat is niet zozeer door de onwil van ondernemingen om zich te schikken naar een dergelijke bevelseconomie als wel omdat het de ambtenarij ten enenmale ontbreekt aan de juiste informatie.

Ondernemingen hebben die informatie wel, omdat zij zich richten op een markt waar zij concurrentie ontmoeten zodat zij weten welke prijzen nog net haalbaar zijn. Dit is geen loze theorie, zoals de prijzenslagen tussen supermarktketens aantonen. De consument is de winnaar, want hij krijgt zo de beste producten voor de laagste prijs.

Voorwaarde is natuurlijk dat er concurrentie is. Een strikt mededingingsbeleid is dan ook een belangrijke overheidstaak. In de tijd dat ik staatsecretaris van Economische Zaken was, behoorde dit beleid tot mijn verantwoordelijkheden.

Tot dan werd het beleid gekenschetst als een misbruikstelsel: samenwerking tussen ondernemingen in de vorm van kartels mocht, mits er geen misbruik van werd gemaakt. Ik heb de voorkeur gegeven aan het ook door Brussel voorgestane verbodstelsel: kartels waren verboden. Ons beleid werd dienovereenkomstig bijgesteld. Het kwam zo meer overeen met wat in de Verenigde Staten in zwang was.

Interessant is nog de volgende kanttekening. Ik moest het wetsontwerp ‘Openbaarheid van het kartelregister’ verdedigen. Met enige moeite wist ik het door de Tweede Kamer te slepen. Maar in de Eerste Kamer leed het wetsontwerp schipbreuk, door de tegenstem van CDA en VVD. De linkse partijen waren voor, maar hadden onvoldoende stemmen. De middenstand, die altijd nogal voor toedekken was, had vooral in het CDA veel invloed.

Een kordaat mededingingsbeleid is niet de enige overheidstaak. Zij moet ook garant staan voor een bescherming van de eigendom en voor een correcte naleving van de sociale en milieuwetgeving. Zij moet onrechtmatig gedrag bestrijden.

Twee kenmerken van de markt zijn dus duidelijk: zij is geen doel op zichzelf, maar een middel – een middel om een welvarende samenleving tot stand te brengen. Ten tweede bestaat er geen markt zonder regels. De vraag daarbij is natuurlijk hoe die regels moeten luiden. Maar wie spreekt over het ‘vrijemarktmechanisme’, moet dat wel beseffen. Zo’n mechanisme heeft sinds lang niet meer bestaan.

Het is natuurlijk duidelijk dat er niet zoiets als één markt bestaat, maar vele: voor fietsen, voor vakanties, voor financiële producten. Schrijven over één allesbeheersende markt is als praten over een metafysisch monster.

Luister verder naar Voltaire: „Ga naar de Londense Beurs, een achtenswaardiger plaats dan vele hoven. U zult vertegenwoordigers van elke natie daar verenigd zien ten voordele van de mensheid. De jood, de islamiet en de christen handelen hier met elkaar als hadden zij dezelfde godsdienst en bewaarden zij de naam ‘ongelovigen’ voor hen die failliet gaan.”

Ondernemingen moeten binnen de wet vrij zijn om te investeren waar hun dat uitkomt. Niet iedereen is daarvan overtuigd. In zijn Nijmeegse toespraak vroeg Joop den Uyl om investeringen die onderworpen moesten zijn aan „democratisch getoetste gemeenschapsbeslissingen”. Hij presideerde dan ook over een rampzalig kabinet: alles wat omhoog moest gaan, ging omlaag en vice versa.

Het kapitalisme, hoe ook gedefinieerd, heeft de westerse wereld de grootste mate van welvaart en vrijheid gegeven die ooit heeft bestaan. Na het vallen van de Muur weten wij hoe slecht de toestand achter die Muur was. De islamitische wereld blijft achter door een gebrek aan vrijheid en aan kennis. Officieel staat die wereld zeer negatief tegenover het Westen. Wel willen de jonge mensen daar erg graag studeren in Europa of Amerika. Latijns-Amerika lijdt eerder onder een te weinig dan een teveel aan kapitalisme. Dat komt door een allesverstikkende laag van ambtenaren. In haar formatieve periode heeft dat werelddeel moeten lijden onder de dubbele impact van contrareformatie en mercantilisme. De gevolgen zijn tot op heden voelbaar.

Het is onmiskenbaar dat het kapitalisme van tijd tot tijd crises veroorzaakt. De depressie van de jaren dertig was daar een voorbeeld van. Die crisis deed vele hele en halve intellectuelen filosoferen over een andersoortige samenleving. Velen wilden de Sovjet-Unie nabootsen, hoewel ze geen kennis hadden van de werkelijke toedracht daar. Het is opmerkelijk dat de bewondering voor de Sovjet-Unie, alsook voor de Volksrepubliek China, het grootste was toen de onderdrukking daar het gruwelijkst was: in 1937 in het geval van de Sovjet-Unie, tijdens de Culturele Revolutie wat betreft China. Het lijkt alsof alleen machtsmisbruik en onderdrukking op zeer grote schaal in staat zijn veel intellectuelen in vervoering te brengen.

Nu woedt de kredietcrisis, die in Amerika is ontstaan. De oorzaak ervan was verkeerd overheidsbeleid. Ten eerste leidden de grote overheidstekorten tot een toestroom van vooral Chinees geld, waardoor de liquiditeit overmatig toenam. Ten tweede hield de Amerikaanse centrale bank (de FED) de rente onverantwoord laag. In de periode 2002-2007 was die rente 3 procent lager dan wat zij op basis van de economische groei had moeten zijn. Ook dit vergrootte de liquiditeit.

Ten derde werd in 2003 de American Dream Downpayment Act van kracht, die bepaalde dat banken aanvragen voor hypothecaire leningen moesten honoreren, ook al waren ze bedoeld voor mensen met een twijfelachtige kredietwaardigheid.

Deze wet bond de kat op het spek. Banken maakten een uitbundig gebruik van de mogelijkheid de overvloedige liquiditeit in de woningmarkt weg te zetten. Dat zij zich daarbij misdroegen, is onmiskenbaar. Dat zij soms (zie Lehman Brothers) een loopje met de wet namen, is dat ook. Maar ‘de markt’ was niet de oorzaak van het Amerikaanse fiasco. Het was de overheid die ernstig tekortschoot (ook al door het afschaffen van de Glass-Steagall Act, uit de jaren dertig).

Tekortschietende overheden hebben wij in Europa ook. De euro is bedoeld om twee groepen landen met een verschillende economische cultuur te bedienen: de Noordwest-Europese en de mediterrane. De eerste groep gelooft in regels en discipline, de tweede in politieke oplossingen voor economische problemen. Dat kon niet goed gaan. De president van de Europese Raad, Herman Van Rompuy, heeft de euro een slaapmiddel genoemd dat een kunstmatig lage rente heeft meegebracht, waar mediterrane landen alleen van konden dromen. (Dit lijkt op de lagerentepolitiek van de FED). Torenhoge schulden waren het gevolg. Het is even moeilijk voor een democratisch verkozen politicus om een degelijk begrotingsbeleid te voeren als voor een hond om een worstvoorraad te beheren. Het was niet de macht, maar de overheid die faalde.

Wie de depressie van de jaren dertig vergelijkt met de huidige kredietcrisis, merkt twee zaken op. Ten eerste verloren mensen die in de jaren dertig werkloos werden vrijwel hun gehele inkomen, terwijl er nu een uitgebreid stelsel van sociale zekerheid bestaat. Ten tweede is de duur van de depressie aanzienlijk verlengd, doordat veel landen protectionistische maatregelen namen. Dat is nu veel minder het geval.

Want ook dit is een verantwoordelijkheid van overheden: geen protectionisme. Belangrijkste winstpunt van de Europese Unie is de interne markt. Daar is geen protectionisme toegestaan. Niet dat de lidstaten zich altijd aan die regel houden. Toen ik de Europese Commissie in november 2004 verliet, zat ik op een stapel van 1.500 inbreukprocedures. Altijd weer probeerden lidstaten verboden trucs uit te halen.

Vrijhandel is een groot goed en is daarom ook altijd een kernpunt van het liberalisme geweest. Vrijhandel leidt tot globalisering, die winnaars en verliezers kent. Winnaars zijn consumenten die baat hebben bij lage prijzen. Winnaars zijn ook arme landen als India en China, die zich dankzij de globalisering kunnen ontwikkelen. Verliezers zijn werknemers in bedrijven die de concurrentie niet kunnen weerstaan. Hun moet de overheid steun bieden, opdat zij zich kunnen omscholen. Nederland heeft minder werklozen dan andere landen. Dat komt vooral doordat wij veel toeleveranciers voor de Duitse markt kennen. Waarom gaat het in Duitsland relatief goed? Vanwege de vraag uit China. De voordelen van globalisering wegen vele malen zwaarder dan de nadelen.

Er is veel kritiek op de huidige gang van zaken in Nederland, in Europa en in de wereld. Er is vooral veel kritiek op banken. Voor een deel is die kritiek terecht. Het is in hoge mate irritant wanneer bankbestuurders zeer hoge vergoedingen krijgen terwijl gewone werknemers moeten matigen. Ook moet duchtig naar de regulering van banken worden gekeken. Maar let op: die regulering mag niet zodanig zijn dat banken in hun normale functioneren worden gefrustreerd.

Voor sommige criticasters is dit allemaal klein bier. Zij willen het gehele kapitalistische systeem overboord zetten, zonder met een redelijk alternatief te komen. Want redelijk waren de critici in Seattle, Göteborg en Praag niet. Zij boden niet meer dan destructief nihilisme.

Frits Bolkestein is voormalig politiek leider van de VVD en oud-eurocommissaris.