De neuro en de zeuro

Het is een opvallend verschijnsel – hoe hardnekkiger de reddingspogingen van de euro, hoe dieper de eurocrisis. In Griekenland en Italië is democratie vervangen door technocratie. Investeerders hebben weinig interesse voor Italiaanse obligaties. Het euroreddingsfonds blijft een lege doos. Intussen zakken ook in rijkere Europese landen de groeicijfers in. Hoe lang duurt het nog voordat Brussel inziet dat de euro zelf de kern van het probleem is?

Hans-Olaf Henkel, voormalig voorzitter van de Bundesverband der Deutschen Industrie (BDI), toont zivilcourage. Als topman van de BDI ging hij ooit in Duitsland de boer op om invoering van de euro te verdedigen. Gaandeweg besefte hij dat de gemeenschappelijke munt een vergissing was. Vorig jaar publiceerde hij het boek Rettet unser Geld! Deutschland wird ausverkauft – Wie der Euro-Betrug unseren Wohlstand gefährdet. Henkel werd uitgespuugd door de Duitse politieke elite, maar het tij is gekeerd. Inmiddels maakt hij een mars langs Duitse televisietalkshows.

Die Welt publiceerde op 2 november een kaart van Europa met eurolanden die tot een ‘hardevalutacultuur’ horen (Duitsland, Nederland, Luxemburg, Finland, Oostenrijk, Slowakije, Slovenië en Estland) en eurolanden die een ‘zachtevalutacultuur’ kennen (de rest, dus ook Frankrijk). In Brussel heersen denk- en spreekverboden over het einde van de monetaire unie, maar de wereld draait door. De euro drukt de Europese economie in een langdurige recessie met sociale en politieke onrust. Uiteindelijk kunnen ook redders met een hardevalutacultuur niet worden gered. De grootste reddingsboei is Duitsland.

Henkel beschuldigt de Duitse politieke elite ervan te falen en alle beloften over de euro – „net zo hard als de D-mark” – te hebben gebroken. De euro werkt als een splijtzwam in de Europese Unie. Duitsland wordt in het zuiden van Europa gehaat als nooit tevoren.

Henkel bepleit dat landen met een hardevalutacultuur de bestaande eurozone verlaten en een noordelijke eurozone oprichten, met de ‘neuro’ als munt. Frankrijk wordt leider van de Zuid-Europese eurolanden, met de ‘zeuro’. In de talkshows krijgt Henkel na twee zinnen te horen: aber wir haben den Krieg verloren! Dit is het einde van het debat, maar niet het einde van het probleem.

De Duitse bevolking voelt zich met de euro bedrogen. De helft heeft het liefst de D-mark terug, maar de Duitse politieke elite is mentaal zo zwak dat ze is verlamd. Berlijn weet het niet meer.

Kan de euro nog worden gered? Brussel kent geen beter recept dan centralisme, bureaucratie en technocratie. Het alternatief van Henkel verdient daarom onderzoek. Hij wil niet terug naar de oude toestand van zeventien munten. Hij scheidt de eurozone langs de cultuurgrens van de harde en de zachte valuta.

De belangrijkste economische tegenwerping is dat de waarde van de neuro omhoog schiet in vergelijking tot de devaluerende zeuro. De export van de neurolanden stort in.

Circa 45 procent van de Duitse import bestaat uit halffabricaten en energie. De goedkopere import compenseert volgens Henkel de duurdere export. Duitsland kon ook altijd goed exporteren met een dure D-mark. Sinds de invoering van de euro is de Duitse export binnen de eurozone afgenomen. Voorzitter Anton Börner van het Duits verbond van exporteurs: „Voor ons is de vrije markt belangrijk. We kunnen ook zonder euro leven.”

De politieke angel in een opdeling van de eurozone is natuurlijk Frankrijk. De Duitse vriendschap – althans politiek – met Frankrijk is het kernpunt van de Duitse politiek. Frankrijk heeft de passie in het Zuiden, maar het verstand in het Noorden. Frankrijk klinkt zich monetair vast aan Duitsland, ook al kan de Franse economie niet volgen. De gecombineerde schuld van de vier grootste Franse banken is gelijk aan 250 procent van het Franse bruto nationaal product.

Frankrijk kan zijn banken niet redden, dus wil het dat doen met Duits geld. De Franse politieke elite veinst een superioriteitsgevoel om een minderwaardigheidscomplex te verbergen tegenover Duitsland. Parijs als zeurkous van de zeurozone? La grande nation zal zich verzetten als een duivel in een wijwatervat.

De euro transformeert democratie in technocratie, mogelijk zelfs in Duitsland. Bondsdaglid Frank Schäffler heeft een referendum georganiseerd onder de zeventigduizend leden van de liberale FDP. Schäffler is tegen oprichting van het euroreddingsfonds. Hij durft het Duitse onbehagen te vertolken. Op 17 december sluit het referendum.

De liberale partijtop verdoemt Schäffler, maar liberalen zijn dwarsliggers. Als de meerderheid van de FDP Schäffler volgt – en deze kans bestaat – staan de politieke verhoudingen in Berlijn op scherp. Negeert de FDP een nee van de basis, dan dreigt zelfvernietiging. Honoreert zij de uitspraak, dan dreigt het einde van de coalitie met christen-democraten. Duitsland is politiek in crisis, dankzij de eurocrisis. Ook Duitsland koerst naar een technocratisch bewind.

Naarmate de eurocrisis zich verdiept, wordt de zoektocht naar alternatieven urgenter. Het is beter een ordelijke scheiding in de eurozone te bewerkstelligen dan te verzinken in eindeloze Europese familieruzies die uitgerekend worden veroorzaakt door de euro en de miskende monetaire cultuurgrens in Europa.