Charmeren en het publiek inpakken

Hollywoodsterren die zich bemoeien met politiek worden al snel belachelijk gemaakt.

Toch kan hun invloed soms beslissend zijn. Vooral rechtse sterren boeken succes.

Even de vooroordelen opzijzetten. Hollywood is niet uitsluitend een bastion van progressief Amerika, zoals vaak klakkeloos wordt aangenomen. En de politieke activiteiten van filmsterren bestaan wel uit meer dan louter ijdel gezwets van over het paard getilde acteurs, die niet weten waar ze het over hebben. Hollywoodsterren kunnen grote maatschappelijke invloed hebben. Ze zijn in sommige gevallen zelfs bepalend geweest voor de uitslag van de verkiezingen.

De gerenommeerde filmhistoricus Steven J. Ross ruimt de nodige mythen en misverstanden op als het gaat om de verhouding tussen de Amerikaanse filmwereld en de politiek in zijn grondige studie Hollywood left and right. Ross behandelt tien historische figuren – negen sterren en één studiobaas (Louis B. Mayer van MGM) – en neemt zo de politieke geschiedenis van Hollywood in de tang. Hij begint bij Charlie Chaplin en eindigt bij de voormalige ‘governator’ van Californië, Arnold Schwarzenegger.

Ross is van mening dat de Amerikaanse media – ook kwaliteitskranten als The New York Times en The Wall Street Journal – de politieke bemoeienissen van de sterren veel te weinig serieus nemen. Er wordt wel over geschreven, maar vaak in een lacherige sfeer. Ross toont overtuigend aan dat het buitengewoon onwaarschijnlijk is dat Barack Obama de strijd om de Democratische kandidatuur in 2008 had kunnen winnen van Hillary Clinton zonder de steun van televisiegodin Oprah Winfrey. Winfrey sprak – voor het eerst in haar carrière – haar steun uit voor een politieke kandidaat, Obama. En dat was cruciaal omdat ze met haar programma acht miljoen kijkers (vooral vrouwen) bereikt, een groot deel van het electoraat dat bij verkiezingen niet komt opdagen. De vraag is niet zozeer, schrijft Ross, of haar kijkers op Obama stemmen omdat Oprah hen daartoe opriep, maar of ze überhaupt belangstelling kunnen opbrengen voor politiek.

Nog een voorbeeld van de invloed van Hollywood is de strijd tussen George W. Bush en Al Gore in 2000. Bush dankte zijn nipte overwinning in zogeheten swing states in hoge mate aan de campagneactiviteiten van de conservatieve Hollywoodlegende Charlton Heston, tevens voorzitter van de invloedrijke wapenlobby National Rifle Association (N.R.A.) Overdreven? Niet volgens Jeb Bush, de broer van. Hij dankte Heston na de verkiezingen uitvoerig voor zijn cruciale steun: „Je kunt rustig zeggen dat zonder jouw actieve betrokkenheid mijn broer nu geen president van de VS zou zijn.”

Hestons effectiviteit als campagnevoerder hing samen met zijn imago door de rollen die hij had gespeeld: vooral die van Mozes The Ten Commandments (1956). Dat gaf aan zijn optredens een aura waar weinig andere publieke sprekers aan konden tippen, ook omdat hij er zelf in geloofde. „Mozes was conservatief”, zei hij tegen The New York Times in 1998. „You don’t mess around with Moses.” Onder zijn voorzitterschap steeg het lidmaatschap van de N.R.A. in twee jaar tijd van 2,9 miljoen in 1997 tot 4,5 miljoen in 2000; een historisch record.

Het eerste optreden van president Obama in de aanloop naar zijn verkiezingscampagne van 2012 was vorige maand een fondsenwervingsdiner met filmsterren als Will Smith en Antonio Banderas. Hollywoodsterren hebben niet alleen invloed, ze zijn ook obsceen rijk. Het persoonlijk vermogen van iemand als Steven Spielberg wordt geschat op 3,2 miljard dollar. Jane Fonda was, in haar jaren als politiek activiste, de belangrijkste geldschieter van haar toenmalige echtgenoot, de radicale activist Tom Hayden.

Het succes van Heston, maar ook van Arnold Schwarzenegger, die min of meer vanuit het niets, zonder sterke banden met de Republikeinse partij, gouverneur van Californië wist te worden (een van de tien grootste economieën van de wereld) en uiteraard van Ronald Reagan, laat zien dat de politieke activiteiten van Hollywood zich zeker niet alleen op de progressieve helft van het politieke speelveld afspelen. Het is waar dat Hollywood grotendeels links of linksig is, schrijft Ross, maar rechts Hollywood was vaak effectiever en boekte meer succes.

Onderschat de acteur in de politiek niet. Reagan grapte ooit dat hij „niet begreep hoe iemand een loopbaan in de politiek kon hebben zonder acteur te zijn”. De stelselmatige onderschatting van Hollywoodfiguren die zich op maatschappelijk of politiek vlak ontplooien, is een belangrijk onderdeel van hun politieke kapitaal. Een van Reagans leermeesters was de acteur en latere senator George Murphy. Toen hij in 1964 in de race was voor een zetel in de Senaat, waren op lokale televisiestations ’s avonds laat vaak zijn oude films uit de jaren dertig te zien, waarin hij optrad met het kindsterretje Shirley Temple. Maar Murphy zat daar in het geheel niet mee – hij was niet bevreesd dat de kiezers hem niet meer serieus zouden nemen, hij was verheugd dat zijn electoraat op die manier een intieme, vertrouwelijke band met hem zou kunnen opbouwen. Murphy had als bijkomend voordeel dat hij in zijn carrière net als Reagan nooit slechteriken had gespeeld; Schwarzenegger slechts één keer (in de eerste Terminator-film); dat was bij hun latere politieke carrière in ieder geval geen handicap.

Het hoofdstuk over Schwarzenegger laat zien wat de beperkingen zijn van celebrity politics. Na een succesvolle campagne bleek Schwarzeneggers retorische stijl, die hij in hoge mate ontleende aan zijn films, veel minder geschikt om ook adequaat te kunnen besturen. Politieke tegenstanders maakte hij uit voor girlie men en wees hij de deur met zijn gevleugelde Hasta la vista, baby. Maar vaak ging het om mensen waar hij later zaken mee moest doen – geen stijl die veel goodwill kweekt. ‘The governator’ deed manhaftige pogingen om zijn stijl later bij te sturen. Maar de balans van zijn gouverneurschap is tamelijk droevig.

Hollywoodervaring komt goed van pas bij het opzetten van politieke campagnes. Charmeren, het publiek inpakken, een emotionele snaar raken, inspireren; dat zijn bij uitstek vaardigheden waarover de filmindustrie beschikt en die ook voor een politicus van essentiële waarde zijn. Maar besturen is iets geheel anders. Warren Beatty begreep dat en stelde zich nooit kandidaat voor een politieke functie, ondanks jarenlange speculaties daarover. Wel was hij een van de belangrijkste adviseurs in het campagneteam van zijn goede vriend Gary Hart – de Democraat die later struikelde over zijn slippertjes. Ook Harry Belafonte, een van de beste vrienden en belangrijkste adviseurs van Martin Luther King, zorgde ervoor dat hij zelf buiten de schijnwerpers bleef – om de aandacht niet onnodig af te leiden.

Waarom was rechts Hollywood vaak zoveel effectiever dan links Hollywood? Ross duidt dat verschil – passend – in filmtermen. Rechts heeft een ‘verhaallijn’ die meer mensen aanspreekt. Het verhaal van rechts, schrijft hij, gaat altijd over fear and reassurance. Amerika is het beste land ter wereld, al wordt het door buitenlandse en binnenlandse vijanden bedreigd. Amerika zal overwinnen als het vasthoudt aan de oude, fundamentele waarden van het land. Links heeft daarentegen een verhaal van hope and guilt: hoop dat Amerika een beter land kan worden, maar ook een historisch schuldgevoel, omdat het land zijn beloften (voor minderheden, voor de armen) niet waarmaakt.

Angst wint het meestal van hoop. De meeste Amerikanen horen ook liever een lofzang op hun land aan dan de boodschap van linkse sterren als Sean Penn en Jane Fonda, die juist wijzen op de tekortkomingen van hun vaderland. De macht van de filmster is ook niet onbegrensd. Wie zich te ver buiten de politieke consensus begeeft, wordt door de industrie, en het publiek, genadeloos afgestraft.

Het succes van Obama in 2008 kan volgens hem verklaard worden doordat hij in zijn campagne niet speelde op het schuldgevoel van de kiezer, maar op hoop. De hoop won van de angst, maar dat is historisch gezien eerder de uitzondering dan de regel.

Boek

Steven J. Ross: Hollywood Left and Right. How Movie Stars Shaped American Politics.

Oxford University Press, 500 blz., €20,-