Bent u voor of tegen onze Verlosser?

Onpartijdig verslag doen lijkt onmogelijk in de sport, zeker als het om gaat Johan Cruijff en Ajax, constateert NRC-ombudsman Sjoerd de Jong. Je bent voor Cruijff of je bent tegen Cruijff.

Mart Smeets moest het zondagmiddag even kwijt, in Studio Sport.

Hij had net Steven ten Have, voorzitter van de raad van commissarissen van Ajax, uitleg horen geven over de breuk tussen Cruijff en de overige commissarissen. Ten Have sprak als „een grote schoonmaker”, sneerde Smeets, die even goed voor „een aardbeienproductiebedrijf of een multinational” had kunnen werken.

Nou, dan weet je het wel.

Smeets’ collega Jack van Gelder deed in Studio Voetbal nog wel moeite om geen mening te hebben, maar kon toch ook niet nalaten naar de commissarissen te steken. In dezelfde uitzending klaagde ex-voetballer Jan van Halst: „Ik erger me kapot. Ik word gedwongen, door alle aandacht, om een mening te hebben over zo’n relatief kleine club.”

Partij kiezen lijkt onvermijdelijk in de bestuurscrisis rond Ajax. Avond aan avond verschijnen commentatoren op televisie om schuldigen aan te wijzen (meestal het bestuur van de club) en zich eerbiedig te buigen over het Woord van Cruijff.

De Telegraaf, waarin Cruijff een column heeft, vulde vrijdag bijna de hele voorpagina met het weerwoord van Cruijff en trok binnenin nog twee pagina’s voor hem uit. Koppen: „Johan is de man die het moet doen”, en „Trainers steunen Cruijff”.

Wat heeft dat nog met zakelijke journalistiek te maken? En ligt die hang om partij te kiezen aan het voetbal, aan Ajax, of aan de verering van de nationale held Cruijff?

Eerst het vak zelf. „In sportjournalistiek bestaat geen neutraliteit”, zegt Guus van Holland, voormalig chef sport bij deze krant. Ja, natuurlijk doen goeie sportverslaggevers hun werk even netjes als andere journalisten. Maar het is nu eenmaal een partijdig wereldje. „De eerste vraag die je krijgt is vaak: voor wie ben jij? En niet alleen in het stadion.”

Geen wonder. Voetbal is de nationale hobby; een ernstig spel. De sport maakt een fusie mogelijk van collectieve emotie en individuele prestatie. Voor journalisten brengt dat een zware druk met zich mee. Toegang tot een prominente club hangt al snel af van de (vermeende) sympathie van een journalist. Zeker nu voetbal een bedrijfstak is geworden waar de zakelijke belangen niet onderdoen voor de sportieve.

Bij Ajax gaat die symbiose tussen sport en pers ver. Van Holland heeft het bijvoorbeeld geweten toen hij een keer wat minder aardig over de club had geschreven. Hij mocht niet mee in het toestel met spelers en journalisten naar de finale van de Champions League 1995. „Ik stond opeens niet op de lijst.” Een – tijdelijke – degradatie in de pikorde.

En dan is er Cruijff zelf, de speler die al decennia lang een nationaal symbool is en wiens naam de halve wereldbevolking kent. „De rol van Cruijff in het Nederlandse leven is groter dan die van welke andere Nederlander na de oorlog ook”, zegt voetbalkenner Simon Kuper, auteur van Dure spitsen scoren niet. „Alleen Pim Fortuyn had het even, een jaar lang. Maar Cruijff is er altijd.”

Terecht of niet, hij werd bij Ajax het symbool van ‘de voetballerij’ versus de geprofessionaliseerde bedrijfsvoering die commissarissen als Ten Have voorstaan. Niet tot ieders genoegen. Vijf jaar geleden slaakte Guus van Holland al een noodkreet na Cruijffs zoveelste interventie bij de club. „Verlos ons van deze kakelende kip”, schreef hij. „Cruijff maakt alle kippen in het hok gek. En dat verpest onze liefde voor voetbal.”

Tevergeefs, natuurlijk. Daarvoor heeft Cruijff ook te veel strategische helpers in de pers. Behalve Jaap de Groot, chef sport van De Telegraaf, gelden hoofdredacteur Johan Derksen van Voetbal International en Frits Barend van het tijdschrift Helden al jaren als geharnaste Cruijffianen, die voor hun held door het vuur gaan.

Menno de Galan, van wie onlangs het boek De coup van Cruijff verscheen, zegt: „Journalisten rond Cruijff zijn niet alleen zijn spreekbuizen, maar ook een soort waakhonden: ze moeten zijn imago beschermen.” En Kuper: „Dat zie je in het buitenland toch minder. Franz Beckenbauer komt in de buurt, die spreekt via Bild. Maar ook als je niet van die krant bent, kun je toch best bij hem komen.”

Volgens De Galan is die informele – maar autoritaire – stijl van Cruijff inmiddels diep doorgedrongen in de Nederlandse sportwereld. „In Amerika worden sporthelden gezien als presteerders, bijna op een militaire manier. Zo worden ze ook gevolgd: kritisch en hard. Maar in Nederland wil iedereen liever creatief zijn.”

Dat heeft geleid tot een nationale kroegcultuur over voetbal op televisie. Zie de praatprogramma’s waarin tafelheren, een dissident als Peter R. de Vries daargelaten, wedijveren om de gunsten van het idool. Doodzonde, vindt De Galan. „Journalisten moeten ergens bovenop zitten en tegelijkertijd een kritische afstand bewaren – ook als het om voetbal gaat.”

Dat zou mooi zijn – maar tot nu toe leidt de crisis rond Cruijff alleen maar tot polarisatie. Dat verpest niet alleen het voetbal, het gaat ook ten koste van de journalistiek.

Sjoerd de Jong is ombudsman van NRC Handelsblad en nrc.next.