Als je denkt dat het hier te druk en te vol wordt

Waarom 9000 kilometer verderop gaan wonen als Europa alles te bieden heeft?

Toch emigreren jonge Europeanen naar Canada.

„Als je het strand oploopt, torent er niets om je heen behalve de bergen. Hier heb ik niet het opgesloten gevoel dat ik vroeger altijd had”, vertelt de Britse Genevieve West (33). Zij emigreerde acht jaar geleden naar Vancouver in Canada.

West is één van de emigranten die fotograaf Anneke Hymmen en ik portretteerden voor het boek Mountains in My Backyard. We waren nieuwsgierig naar onze generatiegenoten die besloten 9000 kilometer verderop te gaan wonen. Europa heeft toch alles wat je nodig hebt? Ondanks de eurocrisis is er bijvoorbeeld nog steeds relatief goedkoop onderwijs en een sociaal vangnet. Een veilige plek om te wonen, waar vluchtelingen zelfs op lekkende boten naar toe proberen te komen.

Toch is onze generatie niet helemaal tevreden. We zijn rusteloos. Alhoewel we niet zonder kunnen, vinden we onze iPhone en Facebook tegelijkertijd ook lastig. Na een stressvolle deadline op het werk, of na een rugzakvakantie in Thailand, wordt de mogelijkheid van weggaan vaak geopperd: houthakken in Zweden, een strandtent beginnen in Australië of een hutje in Canada bewonen. Even he-le-maal niets. Echt weggegaan wordt er vervolgens bijna nooit, maar flirten met het idee doen we allemaal wel eens.

De jonge Europese emigranten die we in Canada spraken, hebben de daad bij het woord gevoegd. Waarom zij wel? De Nederlandse Sanne de Groot (26) vindt het te druk in haar geboorteland en was op zoek naar ruimte, de Britse Adrian Clift (28) denkt dat Canada beter voorbereid is op een economische crisis en de Zweedse Martin Lunht (31) wil minder moslims en meer beren zien. Ze lijken op hen die achterblijven, maar ergeren zich nóg iets meer aan de file, hebben minder om voor te blijven en vaak speelt toeval een grote rol.

Grofweg zijn er twee redenen te onderscheiden voor hun vertrek. Aan de ene kant zijn ze op zoek naar een rustiger bestaan. In Europa is het: carrière, voetbaltraining, file, drankjes doen en een nieuwe bank kopen bij de IKEA. In Canada genieten de nieuwe bewoners van de ruimte – in de natuur en in hun hoofd. Aan de andere kant proberen sommigen te ontsnappen aan de veiligheidsdeken die sociaal-democratisch Europa – nog steeds – biedt. Verzorgd worden van wieg tot graf is benauwend als je niet verzorgd wílt worden. De emigranten die wij portretteerden, bestonden uit rustzoekers en sensatiezoekers, en sommigen waren beide.

Deze generatiegenoten zijn echt kinderen van onze tijd. Maar de reis die ze hebben gemaakt, is dat niet. Canada is bij uitstek een immigratieland. Waar vroeger de immigranten vooral uit Europa kwamen, komen ze nu uit Azië. In cijfers: van 1951 tot 1953 vertrokken er jaarlijks zo’n 20.000 Nederlanders naar Canada. Dat aantal nam na die topjaren snel af naar zo’n 1.000 per jaar; de rusteloosheid zit blijkbaar meer in ons hoofd dan in ons handelen.

Natuurlijk verschilt het Europa van nu van het Europa van na de Tweede Wereldoorlog. Europa lag toen in puin en aan de andere kant van de oceaan lonkte een zonnige toekomst. De Nederlandse overheid bezigde een ‘positief emigratiebeleid’ en voorlichtingsfilms moesten potentiële kandidaten warm maken voor een leven in de Nieuwe Wereld. Het waren vooral boeren die vertrokken. Jonge stellen of hele families. Sommigen keerden terug, maar het merendeel bleef; trouwde, kocht een huis en leerde Engels. Veel van deze Nederlandse boeren zijn nog in leven en wonen als pensionados in uitgestrekte landbouwprovincies als Alberta en Ontario. Op internet zijn talloze websites met dagboeken, herinneringen en verhalen te vinden van Nederlandse Canadezen die over hun emigratie vertellen.

Vertrokken de boerenkoolemigranten vaak uit economische noodzaak, hedendaagse jongeren zijn opgegroeid in ongekende weelde. Zij die het hier even niet meer zien zitten kunnen naar Canada verhuizen. Maar ook een tijdje in Buenos Aires hangen, een kunstproject opzetten in China of een autotocht maken door Afrika. Die keuzes bieden grote vrijheid, maar ook verlamming. Het was mede deze keuzeovervloed waar emigranten die wij spraken hun rug naar toe keerden. In het Canadese dorp waar de Zweedse Martin nu woont, is er één main street. Een coffeeshop, een supermarkt, een sportwinkel en een kroeg. „What else do you want?” vroeg hij ons. Jonge Europese emigranten zijn dus meer lifestyle refugees dan iets anders, alhoewel dat met de eurocrisis nog kan veranderen.

Echter, waar ik me na het lezen van de dagboeken en reisverslagen vooral over verbaasde, waren de overeenkomsten. Bij alle emigranten heeft hun aankomst grote indruk gemaakt en allemaal moeten ze de eerste tijd flink aanpoten: de boeren vijftig jaar geleden, maar ook Adrian heeft nu drie banen. Maar bovenal is er het gemeenschappelijk verlangen naar ruimte. Natuurlijk waren de boeren op zoek naar een manier om een beter bestaan op te bouwen – landbouwgrond – maar uit de dagboeken blijkt dat ook zij behoefte hadden aan weidsheid. Nederland vonden ze te vol en te druk (let wel, in 1950 telde Nederland zo’n 10 miljoen inwoners). Een bejaarde emigrant vat de gemiddelde motivatie om te vertrekken als volgt samen: bevolkingsdichtheid, ruimte, hoge belastingen, bureaucratie, woningnood en angst voor het communisme. Alleen de laatste reden klinkt wellicht wat gedateerd.

Het fotografieboek ‘Mountains in My Backyard’ wordt door middel van crowdfunding gefinancierd en is te bestellen via www.mountainsinmybackyard.eu.