Zoon Gaddafi nu ook gepakt

Het komt de interim-leiders slecht uit dat milities Seif al-Islam Gaddafi oppakten.

Dat geeft de zwaar bewapende troepen in Libië nog meer macht.

De Libiërs gingen de afgelopen dagen juichend de straat op om de gevangenneming van Seif al-Islam Gaddafi te vieren. Seif (39) werd gezien als invloedrijkste Gaddafi na zijn vader, een mogelijke opvolger als het dit jaar niet anders was gelopen. Hij was ook de enige zoon van de zeven die nog zoek was na de val van het regime en de lynching van zijn vader en zijn broer Mutassim. Nog twee broers zijn dood; twee zijn er in Algerije, een in Niger.

Maar het is wel zeker dat het interim-leiderschap, president Mustafa Abdel Jalil en de nieuwe premier Abdurrahim al-Qib, een stuk minder blij zijn. Hun probleem is niet de gevangenneming van Seif al-Islam als zodanig. Hij is nu immers geëlimineerd als leider van een eventuele contrarevolutie. Wat hun slecht uitkomt zijn degenen die hem hebben opgepakt.

Seif werd in het zuidelijke woestijngebied in de buurt van de grens met Niger gevangengenomen door de machtige militie van de stad Zintan. Gisteren werd ook Abdullah al-Senoussi, de voormalige inlichtingenchef, opgepakt.

Voor het centrale leiderschap is het een wezenlijk complicerende factor dat op deze manier de macht van deze militie verder is versterkt. De talrijke milities die dit jaar opstonden om het bewind van Gaddafi ten val te brengen, zijn tot de tanden bewapend. Ze kregen wapens van buitenaf, van Qatar bijvoorbeeld, en voorzagen zichzelf uit de overvolle wapenopslagplaatsen van het regime.

In augustus veroverden ze de hoofdstad Tripoli, en precies een maand geleden kwam met de val van het laatste regime-bolwerk Sirte en de gevangenneming en dood van Moammar Gaddafi door de militie van Misrata het einde aan de oorlog. Libië werd bevrijd verklaard. Maar de milities bleven bestaan en hielden vast aan hun wapens. Ze wilden greep houden op de ontwikkelingen en een garantie dat hun stem – die van Zintan, Misrata en andere steden – blijft doorklinken in het centrale gezag.

Afgelopen donderdag maakte de commandant van de militie van Zintan, die Seif al-Islam heeft opgepakt, Abdullah Naker, dat nog eens overduidelijk. Hij waarschuwde dat zijn manschappen de komende interim-regering kunnen omverwerpen als zij zich daarin onvoldoende vertegenwoordigd voelen. „De uiteindelijke beslissing is aan ons”, zei hij. Naker verzette zich ook tegen de aanspraken op het ministerie van Defensie van een fundamentalistische rivaal: Abdelhakim Belhaj, die de militaire raad van Tripoli leidt.

Interim-premier Al-Qib moet vóór morgen zijn nieuwe kabinet bijeen hebben. Dat moet dan worden goedgekeurd door de Nationale Overgangsraad, dat een soort president-en-parlement in één is.

Maar Al-Qib staat voor een haast onmogelijke taak. Als hij de militie van Zintan te veel posten geeft, komt de militie van Misrata in opstand. En er zijn nog tientallen andere milities met wapens en claims, die de afgelopen weken hebben laten zien dat ze bereid zijn hun wapens te gebruiken om gedaan te krijgen wat ze willen. Ook fundamentalistische facties en stammen eisen regeringsposten. Het is bovendien de vraag of de militieleiders de capaciteit hebben om bestuurlijke functies te vervullen.

Seif al-Islam Gaddafi is intussen bijna aan het einde van zijn pad gekomen. De militie heeft hem naar Zintan overgebracht. Daar houdt ze hem vast tot ze garanties heeft dat hij in Libië wordt berecht. Het Internationaal Strafhof in den Haag wil hem berechten wegens misdrijven tegen de menselijkheid. Aanklager Luis Moreno Ocampo gaat naar Libië om te bespreken hoe en waar hij een eerlijk proces krijgt. Maar in de huidige sfeer in Libië, waar de lynching van Moammar Gaddafi door veel burgers werd toegejuicht, is Seifs laatste gang voorspelbaar: naar het schavot.