Wilde Duitsland rechts terrorisme niet zien?

Was Duitsland ‘rechts’ blind? Heeft het de neonazi’s onderschat of genegeerd? De ontdekking vorige week van een actieve extreem-rechtse terreurcel die tien jaar lang verborgen bleef heeft Duitsland diep geschokt.

De meningen worden er nu bijgesteld. Gebruikelijke opvattingen over bronnen van terreur worden herzien. De bereidheid van extreem-rechts om terreur te gebruiken is kennelijk reëel en riskant. Net als de AIVD in Nederland geloofde ook de Duitse justitie dat de dreiging van extreem-rechts gering is. De aandacht gaat ook hier al jaren uit naar geweld door salafisten, jihadisten, dierenactivisten en asielextremisten. In het laatste AIVD-jaarverslag komt het woord nazi niet (meer) voor.

In Duitsland keek men ook de andere kant op. Daar laait nu het debat over de toelaatbaarheid van de NPD weer op, de partij die extreem-rechts in het parlement vertegenwoordigt. In welke voedingsbodem kon dit gebeuren? Preken in de voormalige DDR, waar de daders opgroeiden, misschien ook haatimams maar dan van autochtone nazi-snit?

Politieoptreden in de jaren 90 faalde toen het groepje zich al duidelijk begon te manifesteren. Toen de politie dichterbij kwam, wisten de leden onder te duiken. Wie hielp hen? Ook de veiligheidsdiensten moeten zich nu verantwoorden. Zij infiltreerden in extreem-rechts en volgden het groepje. Het regent terechte vragen en verwijten.

De onthulling in de Frankfurter Allgemeine Zeitung dat een infiltrant aanwezig was bij een van de moorden, heeft het vertrouwen beschadigd. De vraag waar de grens ligt tussen observeren en ingrijpen voor een veiligheidsdienst is klassiek. De inlichtingendiensten informeerden elkaar kennelijk niet. Ook dat is klassiek. Eigenlijk staat het Duitse opsporingsapparaat op z’n kop. Was men selectief blind?

Dit groepje presteerde immers iets wat de Rote Armee Faktion nooit is gelukt. Namelijk jarenlang aanslagen plegen en onontdekt blijven. Deze groep werd alleen gevonden doordat zij zichzelf ophief. Twee leden pleegden vermoedelijk zelfmoord, de derde gaf zich aan. Tussen 2000 en 2006 pleegden zij zeker tien moorden: op een vrouwelijke agent en negen migranten. De politie vond materiaal dat verwijst naar een ‘Nationaalsocialistische ondergrondse’ die als motto ‘Geen woorden maar daden’ heeft. Dat zou er op kunnen duiden dat deze cel in een groter geheel past en een nieuwe tactiek volgt. Klassieke politieke terreur was dit immers niet. Geen van de moorden werd door de groep ‘geclaimd’ – het waren evenmin evident politieke aanslagen. De slachtoffers waren niet prominent en hadden alleen een etnische achtergrond gemeen. Deze ‘Braune Armee Faktion’ onthulde zijn missie pas bij de voltooiing ervan. Dat is nieuw en onrustbarend.