Wel geld, geen zeges

In Tsjeljabinsk presteerden de Nederlanders goed.

De Russische schaatsploeg viel tegen. Ruim twee jaar voor de Winterspelen is de kloof met de wereldtop groot.

De Russische schaatsfans in Tsjeljabinsk waren gisteren op slag stil toen hun favoriet Ivan Skobrev tijdens de vijf kilometer geen antwoord had op een tempoversnelling van Sven Kramer. Een dag eerder was de regerend Europees en wereldkampioen allround nog derde geworden op de 1.500 meter, om nu op zijn favoriete afstand met acht seconden verschil te verliezen van Kramer en als elfde te eindigden. „Mijn excuses aan de fans”, zei Skobrev. „Ik zal hard werken om me te rehabiliteren.”

De Russische schaatsers hadden in Tsjeljabinsk, bij de eerste wereldbekerwedstrijden van dit seizoen, niet veel te juichen. Het rood-wit van de thuisploeg was dominant aanwezig op het middenterrein van de snelle indoorbaan. Maar de Nederlandse ploegen domineerden op het ijs. Goud (Jorrit Bergsma), zilver (Kramer) en brons (Bob de Jong) op de vijf kilometer. Goud (Ireen Wüst) en brons (Marrit Leenstra) op de 1.500 meter. Nog eens goud (Stefan Groothuis) en zilver (Kjeld Nuis) op de 1.000 meter. De Nederlanders behaalden vijf keer goud, vijf keer zilver en vier keer brons. Zelfs de ploegachtervolging werd door het TVM-trio Kramer, Jan Blokhuijsen en Wouter Olde Heuvel met overmacht gewonnen.

Ooit maakten ook de Russen deel uit van een schaatsgrootmacht. Vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw bracht de Sovjet-Unie vele kampioenen voort. Zoals Lidija Skoblikova, die in 1960 twee keer olympisch goud won en vier jaar later de beste was op alle vier de afstanden. In haar glorietijd schitterde ook Viktor Kositsjkin, die in 1962 in het Dynamostadion van Moskou voor 100.000 toeschouwers wereldkampioen werd. Later klonk het volkslied van de Sovjet-Unie voor toppers als Natalja Petroesjeva, Igor Malkov, Oleg Bozjev, Nicolai Goeljajev of Igor Zjelezovski.

In Tsjeljabinsk was de Russische ploeg dit weekend al blij met twee keer brons; behalve Skobrev (1.500 meter) eindigde ook de vrouwenachtervolgingsploeg als derde. Jekaterina Sjikhova behaalde goede klasseringen op 1.000 (zesde) en 1.500 meter (vierde). Olga Graf, Jevgeni Lalenkov en Jekatina Malysjeva eindigden een keer net in de toptien. „Ik ben ervan overtuigd dat de Russische nationale ploeg in het schaatsen op de juiste weg is en dat de resultaten zullen komen”, zei onderminister van Sport Yuri Nagornikh op de website russkate.ru. „Ik heb met coach Konstantin Poltavets gesproken en geloof dat de technische staf alle processen onder controle heeft.”

Poltavets, voormalig coach bij het Nederlandse DSB en TVM, werd vorig seizoen aangesteld om de Russische schaatsers te leiden naar succes op de Spelen van Sotsji in 2014. „De geoliede sportmachine van de voormalige Sovjet-Unie was volledig vastgelopen”, constateerde Poltavets vorig jaar in een interview met NRC Handelsblad. „Het ontbreekt niet aan schaatscultuur of talent. We hebben overdekte banen, er wordt veel geschaatst op natuurijs. Maar ze werken nog steeds zoals dertig jaar geleden.”

Coaches als oud-topschaatsers Sergei Klevtsjenja of Vadim Sajoetin beten hun tanden stuk op het conservatisme van de oude machthebbers. Poltavets, die als trainer werkte met Kramer en Wüst, kreeg meer krediet. En kon in zijn eerste seizoen wijzen op klinkende resultaten: Skobrev werd Europees en wereldkampioen allround, als eerste Rus sinds Goeljajev in 1987. De Russische vrouwen presteerden beter dan de jaren ervoor.

Toch veranderde de Russische bond dit seizoen de trainingsstaf door Maurizio Marchetto aan te stellen naast Poltavets. De Italiaanse coach bracht Skobrev twee jaar geleden naar olympisch zilver (10 kilometer) en brons (5 kilometer) en is specialist op de lange afstanden. Maar Skobrev bleef met Poltavets trainen en Marchetto traint de talenten en de middenafstandspecialisten.

De kloof met de wereldtop is groot, ruim twee jaar voor de Winterspelen in Sotsji. „Vroeger was er geen geld, maar wonnen we wel olympische medailles”, zei schaatslegende Skoblikova (72) in Tsjeljabinsk. „Nu is er geld en overdekte banen, maar zijn er geen overwinningen meer.”