Suu Kyi test democratisch gehalte van Birmese generaals

De Birmese oppositieleider Aung San Suu Kyi verruilt haar huisarrest voor het campagnepad. Maar zullen de generaals, die het land al decennia besturen, de macht werkelijk willen delen?

Het meest overtuigende bewijs dat Birma aan het veranderen is kwam vanmorgen. Oppositieleider Aung San Suu Kyi, symbool van de vreedzame strijd tegen de militaire dictatuur, maakte via een woordvoerder bekend dat haar partij niet alleen zal deelnemen aan de komende tussentijdse verkiezingen in een deel van de kiesdistricten maar dat zij ook zelf een gooi wil doen naar een zetel in het parlement. Het zou het debuut worden van de Nobelprijswinnares voor de Vrede in de volksvertegenwoordiging.

De verkiezingen, die naar verwachting nog voor het eind van het jaar worden gehouden, groeien daarmee uit tot een belangrijke populariteitstest voor haar en haar partij, maar ook voor de regering van president Thein Sein, zelf een oud-generaal. Zijn de militairen, die op de achtergrond nog altijd de touwtjes in handen hebben, ditmaal bereid zich aan de democratische spelregels te houden? In 1990, bij de laatste vrije verkiezingen, schrokken ze van de zege van de Nationale Liga voor Democratie (waarvoor Aung San Suu Kyi destijds zelf geen kandidaat was) en annuleerden het resultaat. Daarna brak er een periode van barre repressie en isolement aan.

Vaststaat dat er het afgelopen jaar veel is veranderd. Iets meer dan een jaar geleden stond Aung San Suu Kyi nog onder huisarrest en gold het land met zijn onderdrukkende regime als een paria in de internationale gemeenschap. Maar met het aantreden van een civiele regering onder leiding van Thein Sein in februari kwam er een verrassend proces van hervormingen op gang.

Niet alleen kreeg Suu Kyi, inmiddels 66 jaar oud, zelf toestemming om weer door het land te reizen, ook volgde er afgelopen zomer een onderhoud met president Thein Sein. Met hem vielen zaken te doen, constateerde ze na afloop.

Het regime liet vervolgens naar schatting ruim een derde deel van de politieke gevangenen vrij, zonder voorwaarden bovendien. Buitenlandse programma’s en websites werden weer toegankelijk en de vakbonden werden gelegaliseerd. Bovendien kregen buitenlandse bezoekers, zowel hulpverleners als journalisten, meer toegang tot het land. Tal van regels, onder meer dat voormalige politieke gevangenen niet mochten meedoen aan verkiezingen, werden afgeschaft.

Wat ook niet onopgemerkt bleef was dat Birma zich begon te distantiëren van zijn voornaamste overgebleven bondgenoot, China. Het schortte een groot stuwdamproject, dat door China wordt gefinancierd maar bij lokale bewoners op verzet stuitte, op. Tekenend was bovendien dat de nieuwe opperbevelhebber van de Birmese strijdkrachten, generaal Min Aung Hlaing, vorige week niet naar China ging op zijn eerste buitenlandse reis, zoals traditie was geworden, maar naar Vietnam. Nadrukkelijk probeert de Birmese regering bovendien de banden met India aan te halen, iets waarvoor dat land zich ontvankelijk toont.

De regering kon vorige week de beloning voor deze stappen incasseren. De ASEAN, het samenwerkingsverband van Zuidoost-Aziatische landen besloot Birma voor het eerst in lange tijd het roterende voorzitterschap te gunnen. In 2014 is het zover. Voorts kondigde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton aan dat ze volgende maand in Birma op bezoek komt, ook een belangrijk bewijs van erkenning. Japan en andere landen zinspelen nu op een einde aan de economische sancties van het buitenland.

En ook Aung San Suu Kyi en haar partij besloten vrijdag dat ze de hervormingen niet langer konden ontkennen. Bij de parlementsverkiezingen in november vorig jaar hadden ze er nog voor gekozen niet mee te doen, omdat ze dachten dat ze geen eerlijke kans zouden krijgen.

Nu moet duidelijk worden of zij nog altijd op brede steun in het land kunnen rekenen en ook of het bewind en daarmee geassocieerde partijen zelf na alle jaren van indoctrinatie en repressie enige steun genieten. Makkelijk zal het niet zijn voor de NLD omdat ze hun organisatie door alle repressie zelf nauwelijks in stand hebben kunnen houden.

Hoewel er substantiële dingen zijn veranderd is Birma intussen nog bij lange na geen voorbeeldige democratie. Er zitten nog altijd honderden mensen om politieke redenen vast. Er woeden nog gewapende opstanden, waarbij regeringsmilitairen keihard optreden, zoals in Kachin, dezelfde noordelijke deelstaat waar de omstreden dam zou moeten komen. Zo’n 30.000 vluchtelingen verblijven er in kampen. Met de Karen blijven er eveneens spanningen bestaan.

Sceptici menen dat het generaalsbewind uiteindelijk alleen de democratie omarmt, zolang het de macht niet met anderen hoeft te delen.