Superlul

Wat te doen om de lezer voor een zware en literaire roman te winnen? Van Henk van Straten verscheen onlangs Salvador (Lebowski, € 17,50), een wat expliciete roman over Hendrie Perenboom, voormalig crimineel die zich via de kunst – Moby Dick – tot een ander niveau wil opwerken. Met een boek vol intertekstualiteit weet je als schrijver vooraf al dat je het pleit in de boekhandel gaat verliezen van Saskia Noort, Kluun of James Worthy.

Van Stratens oplossing is origineel: hij schreef zelf zo’n boek dat de concurrentie met zijn nieuwe roman kan aangaan: Superlul (Lebowski, € 17,50) . Een flinterdun plotje, maar beter geschreven dan James Worthy. Een boek over iemand die beroemd wordt vanwege zijn grote penis – een roman over beroemd worden met niets dus. Salvador verschijnt in stilte, voor Superlul is een promotiefilmpje gemaakt, de BN’ers die in het boek voorkomen krijgen allemaal een superdildo opgestuurd, kortom: de ene actie na de andere voor het niemendalletje dat Van Straten schreef om te ontspannen van Salvador.

In elk interview zegt Van Straaten dat Salvador voor hem veel belangrijker is. Zou het? ‘Salvador’ klinkt ritmisch hetzelfde als ‘Superlul’ en Moby Dick, het centrale werk uit Salvador, is gewoon de Engelse vertaling van Super Lul. De boeken hebben inhoudelijk misschien alleen dit speelse verband maar door ze gezamenlijk aan de wereld te te presenteren laat Van Straten zien hoe de literaire wereld werkt. In NRC schreef Arjen Fortuin al dat hij bij Scheltema welvijf exemplaren van Superlul zag, geen Salvadors, iets wat Van Straten had voorzien.

Je gaat je afvragen of Superlul nou de afleiding was tijdens het schrijven of dat Salvador de roman was die vooral dient om te bewijzen dat zware romans genegeerd worden. Het échte punt dat Van Straten wil maken, maakt hij in Superlul, en hij had een literaire roman nodig om dat punt te bewijzen.

Toef Jaeger