Soms even schuilen bij oma in India

Schrijven over geweld tegen vrouwen is riskant in Nepal, zeker voor een jonge vrouw. Journaliste Manika Jha reist door Europa om te vertellen hoe lastig haar werk is.

Vrouwen zijn schaars in de Nepalese journalistiek, zeker in de provincie waar van meisjes wordt verwacht dat ze voor hun twintigste trouwen en daarna de openbaarheid mijden. Zij die toch voor de journalistiek kiezen, riskeren hun leven.

De 23-jarige Manika Jha uit de Nepalese stad Janakpur stoort zich niet aan zulke conventies. Gekleed in jeans en trui in plaats van de traditionele lokale dracht doorkruist de frêle jonge vrouw op een motorfiets de stad voor haar verhalen.

En dan schrijft ook nog eens over de slechte behandeling van vrouwen. Bijvoorbeeld over vrouwen die door hun schoonfamilie worden mishandeld omdat hun eigen familie de bruidsschat niet heeft betaald. Of over verkrachtingszaken.

Dat zijn uitermate gevoelige thema’s in het conservatieve Nepal en met grote regelmaat leiden haar verhalen, gepubliceerd in lokale kranten en de Rajdhani Daily uit hoofdstad Kathmandu, dan ook tot dreigementen aan haar adres. „Vaak krijg ik per telefoon anonieme bedreigingen, meestal van over de grens in India. Soms ga ik dan een tijdje bij mijn grootmoeder in India zitten en schakel ik mijn mobiele telefoon maar uit”, zei ze gisteren tijdens een lezing in Utrecht. Jha is in Nederland op uitnodiging van Peace Brigades International, een internationale mensenrechtenorganisatie die via buitenlandse druk de positie van de vrije pers tegenover de Nepalese autoriteiten wil versterken.

Het zijn immers niet altijd loze dreigementen. Haar vriendin en collega Uma Singh, ook uit Janakpur, werd in 2009 door een groep van 15 mannen vermoord en in mootjes gehakt teruggevonden. Volgens de Nepalese autoriteiten ging het ‘slechts’ om een familievete. Een schoonzuster van het slachtoffer werd gevangen gezet, omdat zij de moord zou hebben gearrangeerd. Jha is ervan overtuigd dat de werkelijke reden in dit geval het werk van haar collega was. „Er was helemaal geen ruzie in Uma’s familie. De politie heeft de zaak nooit goed uitgezocht.”

Vrouwen in Nepal hoeven in het algemeen op weinig medewerking te rekenen van de politie. Als Jha de politie informeert over misdrijven tegen vrouwen, leidt dat tot niets. „Ze zeggen: klaag toch niet altijd zo, Manika. Vrouwen worden in de hele wereld geslagen en verkracht door hun mannen.” Ook bij haar mannelijke collega’s vindt ze weinig begrip. Die behandelen haar vaak als een soort prostituee, zegt ze. Ze worden boos als ze het bed niet met hen wil delen.

Het journalistieke leven in Janakpur, een stad van ruim 100.000 inwoners nabij de Indiase grens, is hoe dan ook avontuurlijker dan men op het eerste gezicht zou verwachten, ook voor mannen. Er opereren allerlei gewapende bendes in de omgeving, die steeds met bomaanslagen dreigen en die soms ook daadwerkelijk plegen. De vaak criminele groepen proberen via de media een klimaat van angst te creëren waardoor ze makkelijker geld kunnen afpersen van allerlei mensen en bedrijven. Journalisten worden vaak onder druk gezet om over de aanslagen of vermeende aanslagen van de groepjes te berichten, vertelt Jha.

Omgekeerd eist ook de politie dat de journalisten hun ‘successen’ breed uitmeten. Dan organiseren ze persconferenties met veel eten en drinken, alsof het een feestje is, en zeggen dat ze een belangrijke misdadiger hebben gearresteerd. „Maar in de praktijk gaat het vaak om drugsverslaafden die door de politie een wapen in de hand is geduwd zodat ze er uitzien als criminelen”, zegt Jha. „Toch dreigen ze journalisten met represailles als die de zaak niet op de voorpagina zetten. Ik zelf negeer dat meestal, wat voor mij als vrouw weer wat makkelijker is dan voor mannelijke collega’s. Die riskeren zelfs te worden gemarteld.”

Manika Jha is vastbesloten door te gaan met haar werk in Janakpur. Zelfs een baan in het liberalere Kathmandu trekt haar niet. „Ik wil iets voor mijn eigen stad doen, vooral omdat ik daar nu nog maar de enige vrouw ben die dit werk doet.”