Rosenthals ambtelijke kudde

Minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD) heeft de secretarisgeneraal van zijn departement opdracht gegeven te voorkomen dat medewerkers van het ministerie voortaan nog anoniem met de pers praten. In het zondagse televisieprogramma Buitenhof reageerde hij hiermee op de publicatie in deze krant, afgelopen zaterdag, waarin ambtenaren van het ministerie zich kritisch uitlaten over het optreden van hun politieke baas.

Deze reactie is typerend voor een minister die in zijn vorige, universitaire, leven bekendstond als de ‘protocollenprofessor’. Ambtenaren mogen buiten medeweten van de departementale leiding niet met de pers praten. Dat geldt al sinds jaar en dag niet alleen voor medewerkers van het ministerie van Buitenlandse Zaken, maar voor alle ambtenaren. In talloze bedrijven en instellingen wordt het ook niet echt op prijs gesteld als intern ongenoegen extern wordt geventileerd.

En toch gebeurt het telkens weer. Productiever dan het najagen van de vertolkers van het ongenoegen is dan ook aandacht geven aan dat ongenoegen. Hebben ze gelijk, de ambtenaren van het ministerie van Buitenlandse Zaken die klagen dat de minister de kerntaak van het departement, het internationaal aanwezig zijn, verwaarloost?

Voor een deel is de kritiek terug te voeren op de bekende bureaucratische reflex die voortkomt uit de gedachte dat de minister slechts een ‘incident is in het voortbestaan’ van het departement.

Hoe frustrerend dat voor ambtenaren ook moge zijn, er is nu eenmaal sprake van gescheiden posities. Als de minister adviezen niet overneemt van zijn ambtenaren is dat zijn goed recht. Ambtenaren zijn er voor het schetsen van de opties, de minister is er voor het maken van de keuzes. Keerzijde is wel dat de minister open dient te staan voor gefundeerde tegengeluiden. En dat is, getuige de anonieme uitlatingen van de ambtenaren nu juist de vraag bij Rosenthal.

Hoewel dit van de kant van het kabinet steevast wordt ontkend, doet Nederland internationaal op het precaire diplomatiek-politieke vlak nu even minder mee. De perceptie in het buitenland is dat Nederland toch vooral met zichzelf bezig is. Nu geldt dat wel voor meer landen, maar de overgave waarmee één van de grondleggers van de Europese Unie met deze worsteling bezig is, valt op.

Opeisen van het eigen gelijk bij internationale aangelegenheden doet het wellicht aardig voor de binnenlands politieke consumptie, maar die Hans Brinker-houding kan buiten de grenzen averechts werken. Goed dat de minister daar door zijn ambtenaren op wordt gewezen.