Regels om te faciliteren of om te disciplineren

De stemming in de vergadering is geanimeerd, want er is een appendix. Als er een appendix is, zegt de voorzitter, „ben je al halverwege een annex”. Hij is een Engelsman, dus hij weet die dingen. Het is nog vroeg in de ochtend. Ik worstel met de dop van de aluminium thermoskan.

Door nacht en nevel ben ik hiernaartoe gereden, door stille dorpen, waar de vos en de haas elkaar vorig jaar nog uit pure eenzaamheid goedenacht wensten – wo sich Fuchs und Hase gute Nacht sagten.

Dit jaar is een overvloedig mastjaar. Vrachten beukennoten regenen op het dak van de auto. Je mag hopen dat de overheid regelingen zal treffen. Deze beukennotenbubbel leidt tot onrealistische hoeveelheden hazen en tot een hausse in het aantal vossen. Als niemand iets doet, explodeert de notenmarkt. Bij elke bocht in de weg ben ik bang een wild zwijn tegen te komen dat wil cashen.

Toch zitten we niet daarvoor in vergadering bij elkaar. Wij zullen geen regels stellen of verordeningen maken, integendeel. We buigen ons juist over de wildgroei in het aantal wetten. Ook wat betreft regelgeving geldt dat de boel explodeert als niemand optreedt. Dan storten steeds meer partijen zich op het maken van regels. Dit leidt tot overproductie, loze woorden en rommelregels, met legislatieve zeepbellen tot gevolg.

Onze voorzitter is een man van de praktijk. Hij kent de wet tot in het kleinste detail, maar het gaat hem om het leven zelf. Hij moppert dat te veel regels alleen maar worden opgesteld om te voldoen aan de eis tot regulering. Dit soort regels helpt de praktijk niet verder en heeft geen andere waarde dan te bewijzen dat je hebt gedaan wat je moest doen. Regulering als save your ass system, mompelt een jurist aan het andere eind van de tafel. De voorzitter grijnst.

Ik ben aangeschoven in dit stoere gezelschap omdat ik houd van regels. Alles in het leven tiert en woekert. Ook ons eigen gedrag groeit al gauw alle kanten op. In deze wildernis bieden regels beschutting. Ze bieden kinderen houvast en veiligheid, ze geven richting, ze maken werk gemakkelijker en samenleven plezieriger en overzichtelijker.

Dan moet je regels wel zien als middelen om het leven te faciliteren. Op dit punt gaat het de laatste tijd nogal eens mis. Als er discussie ontstaat over het lastige gedrag van kinderen op school, komen allerlei deskundigen aanrennen met regels als middel tot disciplinering en tucht – niet als geschenk voor de kinderen, niet als middel waarmee ze beter kunnen leven, waarmee ze aansluiting kunnen vinden bij anderen en zichzelf omgankelijker kunnen maken; niet, kortom, ter facilitering, maar ter disciplinering.

Dezelfde opvatting over regels als middel tot dwang vind je terug op bestuurlijk terrein. Zodra je regels niet meer ziet als gebruiksmiddel, maar als manier om autoriteit uit te oefenen, stapelen de verordeningen en voorschriften zich razendsnel op. Iedere kleine koning maakt zijn eigen wetten. Al gauw regent het sancties.

Facilitering of disciplinering – deze twee benaderingen zijn keer op keer te herkennen zodra het om regels gaat. Kijk maar eens naar de geschiedenis van het Elektronisch Patiënten Dossier. Dit werd afgeblazen omdat het te weinig rekening hield met de privacy van de burgers. De minister beloofde de ontwikkeling stop te zetten. Kamerleden vroegen om een doorstart. Burgers maakten bezwaar. Het plan gaat niet door, gaat wel door, gaat niet door. Wat doen de betrokken instanties?

Twee soorten reacties zijn mogelijk. De meesten kiezen voor disciplinering. Zij praten over de noodzaak van beheersing, over wiens schuld het is dat de dingen niet doorgaan, over het feit dat uitwisseling van medische gegevens een onomkeerbare ontwikkeling is en dat de buitenwereld wel kan protesteren, maar dat een regeling er natuurlijk toch komt.

Een enkeling kiest voor facilitering. Hij vraagt zich hoe je de dingen zo kunt regelen dat iedereen er beter van wordt, luistert als mensen de baas willen blijven over hun eigen gegevens – gimme my damn data! – en stelt voor de technische mogelijkheden beschikbaar te stellen aan degenen die deze mogelijkheden nodig hebben om hun eigen leven beter te maken.

De vergadering loopt ten einde. Ik kijk naar de voorzitter. De tijd dringt. Ik heb een goed advies nodig voor in de krant. Hoe kun je bewerkstelligen, vraag ik, dat mensen de zaken goed regelen zonder dat ze vervallen in regelgeving om de regelgeving? Je kunt wel zeggen dat ze regels moeten opstellen waarmee ze hun bezigheden faciliteren, maar stel je voor dat ze dit niet doen. Hoe zorg je dat ze zich gedragen als je niet steeds meer regels mag toevoegen om hen te dwingen?

Ze moeten elkaar beschamen boven een glas bier, zegt de voorzitter. They have to shame each other over a beer.

Dank je, zeg ik en ik schrijf het op. „Dat is heel nuttig.” De voorzitter schiet in de lach.

De teleurstelling is geheel aan mijn kant, zegt hij. „Elkaar beschamen boven een glas bier. Het spijt me, maar dat is alles.”