Overleeft het avontuur?

Kleurrijke, eigenzinnige types – daar moet de oude muziek het van hebben. Denk aan Frans Brüggen met zijn gekruide stellingen en zoevende Orkest van de Achttiende Eeuw. Paul van Nevel met zijn sigaarnevelen en glooiende uitvoeringen van Vlaamse polyfonie. Marc Minkowski met zijn hoge eisen, beruchte temperament en de hyperopwindende interpretaties die eruit voortkomen. Of, bij de jongere garde, aan Björn Schmelzer, wiens Vikingkapsel maar een marginale attractie is in verhouding tot zijn desoriënterende stijlopvattingen.

En allemaal zijn ze ergens begonnen. Dat had het Van Wassenaer Concours kunnen zijn, sinds twintig jaar opstappodium voor jong talent in oude muziek. Het tikje brave Cuvillier Trio (viool, fortepiano en fluit) nam het gistermiddag in een bijna leeg Muziekgebouw aan ’t IJ (dichte mist, stakend ov) op tegen het ensemble Der Musikalische Garten, dat zich toelegt op omhoog gestemde strijkinstrumenten. Conclusie: ook wie onvergelijkbare muziek vergelijkt, komt uit bij de gebruikelijke vragen: Voegt dit ensemble iets toe? Begint mijn voet uit zichzelf mee te wippen? Wil ik deze musici nog eens terughoren?

Logisch dat het Den Haag Piano Quintet won; een aansprekend vijftal musici dat elkaar kent van het Koninklijk Conservatorium en zich inzet voor het vergeten, maar direct charmerende kwintetrepertoire van Johann Nepomuk Hummel – conservatief oud-leerling van Mozart.

Aardig van het Van Wassenaer Concours is dat de hoofdprijs bestaat uit tien concerten. Kijk, daar heb je wat aan als aanstormend ensemble. Het deed de gedachten afdwalen naar de Organisatie Oude Muziek en het bijbehorend Festival Oude Muziek, waarvan de subsidie straks met zo’n driekwart omlaaggaat. Iets van het huidige landelijke concertnetwerk zal hopelijk overeind blijven. Maar zijn het de jonge talenten, de dwarsliggers en de schatgravers die de afgedwongen survival of the fittest winnen? Je vraagt het je ernstig af.

Mischa Spel

Radio 4, 27/11 11 uur