Kabinet draait klok terug met 'exclusief Nederlanderschap'

De aversie van het kabinet tegen dubbele nationaliteiten treft Nederlanders in het buitenland. Laat het kabinet goed naar hen luisteren, stelt Ulli d’Oliveira.

Minister Wilders – pardon: Donner (Binnenlandse Zaken, CDA) – heeft afgelopen voorjaar een voorontwerp van de Wet tot wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap ter consultatie op het web gezet. Hiermee voert hij het gedoogakkoord uit. Het aantal gevallen waarin buitenlanders die Nederlander willen worden hun buitenlandse nationaliteit mogen houden, dient tot het uiterste te worden beperkt. Een mogelijk aangepast ontwerp ligt nu voor advies bij de Raad van State. Naar verwachting wordt het voorstel begin volgend jaar bij de Kamer ingediend.

De rabiate weerzin in delen van het politieke spectrum tegen het verschijnsel van de meervoudige nationaliteit heeft een gevolg dat pas laat aan het licht kwam – dezelfde beperkingen aan het behouden van de oorspronkelijke nationaliteit die aan buitenlandse aspirant-Nederlanders worden opgelegd, gelden voor Nederlanders die een buitenlandse nationaliteit willen aannemen. Een petitie met meer dan vijftienduizend handtekeningen van mensen in het buitenland keert zich tegen deze collateral damage.

In de toelichting op het wetsontwerp staat dat de uitzonderingen op het verlies van Nederlanderschap zoveel mogelijk in overeenstemming dienen te worden gebracht met de uitzonderingen op de ‘afstandsplicht’ bij vrijwillige verkrijging van het Nederlanderschap. Waarom dit zo is, blijft in het ongewisse.

Het principe van spiegelbeeldigheid in het nationaliteitsrecht is een zinvol uitgangspunt, maar het moet niet worden geabsoluteerd.

In het nationaliteitsrecht is het nuttig om politics of identity te onderscheiden van politics of interests. De laatste jaren wordt het Nederlandse nationaliteitsrecht gedomineerd door de vurige wens om aan buitenlanders die Nederlander willen worden eerst de eis te stellen dat ze ideaaltypische Nederlanders zijn geworden. Ze zijn ingeburgerd, spreken de taal, participeren in de samenleving, verdienen behoorlijk, hebben hun startkwalificatie op zak, hebben geen strafblad en zo meer – alsof Nederlandse losers niet bestaan. Deze Nederlandse identiteit mag niet worden bezoedeld door vreemde smetten, zoals een buitenlandse nationaliteit. De identiteit van de would-be-Nederlander moet exclusief Nederlands zijn.

Het is volstrekt onduidelijk waarom dit exclusiviteitsstreven gevolgen zou moeten hebben voor Nederlanders die (ook) een buitenlandse nationaliteit begeren. Veel andere staten huldigen politics of interests en hebben absoluut geen bezwaar tegen handhaving van de oorspronkelijke nationaliteit. Waarom zou Nederland de Nederlanders in diaspora willen afschrijven als zij ook de nationaliteit willen aannemen van een land dat die identiteit-uit-één-stuk helemaal niet begeert? Veel landen, ook in Europa, zijn de meervoudige nationaliteit beter gezind dan Nederland.

Het is een regelrechte halve waarheid, en dus een leugen, dat in de memorie van toelichting staat dat het streven naar beperking van meervoudige nationaliteit „internationaal erkend wordt in het Verdrag betreffende beperking van meervoudige nationaliteit” uit 1963. Dit Verdrag is achterhaald door een algemeen Nationaliteitsverdrag van de Raad van Europa uit 1995, dat de kwestie van de wenselijkheid van meervoudige nationaliteit in het midden laat. Nederland zet de klok vijftig jaar terug.

Het wetsontwerp houdt geen rekening met burgers. De argumenten van expats zijn verstandig en invoelbaar. Mensen willen settelen in den vreemde zonder hun Nederlanderschap te verloochenen. Om praktische, zakelijke overwegingen nemen ze een vreemde nationaliteit aan, zonder dat ze erover piekeren hun Nederlandse identiteit weg te snijden. Het zijn dezelfde overwegingen die buitenlanders ertoe brengen om Nederlander te willen worden.

Laat de wensen van Nederlanders die een buitenlandse nationaliteit willen verkrijgen met behoud van Nederlanderschap als richtsnoer dienen voor de behandeling van buitenlanders die Nederlander willen worden – en niet omgekeerd.

H.U. Jessurun d’Oliveira is emeritus hoogleraar migratierecht aan de Universiteit van Amsterdam en toevallig exclusief Nederlander.