Inburgeren

Hanneke Kommers, docent inburgering in Utrecht, laat bij haar thuis wat lesstof zien. Dit omdat de schrijver Rodaan Al Galidi vrijdag in deze krant en in nrc.next beschreef hoe hij, ofschoon hij eind deze maand de Europese Unie Prijs voor de Letteren ontvangt voor zijn Nederlandse roman De autist en de postduif, zakte voor de verkorte inburgeringstoets. Tegen de tijd dat Galidi antwoord moest geven op de vraag wanneer een vrouw ongesteld wordt na een miskraam, wilde ik mijn krant opeten van plaatsvervangende schaamte.

Kommers (36) woonde van haar vierde tot haar elfde in Afrika. Zij spreekt zeven talen, waaronder Swahili en Arabisch. Wie als kind zo lang in het buitenland woonde, voelt zich vaak beter thuis bij mensen die ook van de ene in de andere cultuur belandden. Daarom vindt zij de inburgeringscursus een leuke baan. Maar zelfs zij denkt niet dat haar cursisten ingeburgerd zijn, als ze de cursus hebben gedaan.

Zeg na:

De aardappels zijn op.

Marjolein heeft het fietsen onder de knie.

Moet Kommers werkelijk de menstruatiecyclus uitleggen? Dat nou ook weer niet. Maar dat zoiets in de examenvragen terecht komt kan best, die krijgt zij nooit onder ogen. En in de oefenstof worden wel meer stomme vragen gesteld. Bij het onderdeel ‘tegenstellingen’, bijvoorbeeld:

Kun je melk eten of drinken?

Is het in de nacht licht of donker?

„Kom óp zeg!”, roept Hanneke Kommers. Let wel: een inburgeringscursus is geen taalcursus. In haar klas zit een man die al veertig jaar in Nederland woont. Tien jaar langer dan zij. Hij deed het maximale om in te burgeren en zij gelooft niet dat ze hem ook maar iets kan leren.

Is een koe een mens of een dier?

Wat doe je in de slaapkamer?

Zelfs haar eigen in Kenia geboren zus van dertig, die sinds 1987 in Nederland woont, kreeg een ‘uitnodiging’ zich in te burgeren, en een aanbod haar aan een baan te helpen. Haar zus heeft hier al jaren een leidinggevende functie in de zorg.

Haar werk bestaat grotendeels uit het aanleren van sociaal gewenste antwoorden. Alleen voor het importbruidje in haar klas, dat sinds haar vijftiende thuis zat, betekent Hanneke Kommers veel meer. Dit meisje is nu eenentwintig. Zij grijpt haar kans en wil alles, nee méér leren.

Maar ‘inburgeren’ blijkt te georganiseerd. Echt aanpassen lukt pas als je door je nieuwe omgeving wordt opgenomen.

De inburgeringscursus is tenminste iets, zolang wij zelf geen vinger uitsteken. Hoe het leergierige bruidje dit uit te leggen? Dat het in Nederland gewoon is dat al jaren niemand uit de buurt bij haar aanbelt?

We buigen ons weer over de lesstof en kijk, daar staat een antwoord:

Zeg na:

Het zal me worst wezen.