‘Ik heb een heleboel nieuwe adem’

Raymond van den Boogaard interviewde Dichter des Vaderlands Ramsey Nasr. Ontpopte hij zich niet direct na zijn aantreden in januari 2009 als Gesel des Vaderlands?

Hij schrijft de laatste tijd wat minder, als Dichter des Vaderlands, beaamt Ramsey Nasr (37). „Bepaalde gedichten kun je niet blijven schrijven, dan wordt het gratuit. Ik ging mezelf herhalen, vond ik bij het schrijven van ‘Het lentekanon’ [over de schutter die in april van dit jaar een bloedbad aanrichtte in Alpen aan de Rijn, red.]. Ik wil ook niet de nationale rampendichter worden. Dus nam dat gedicht een andere wending en heb ik me de laatste tijd op iets anders gericht.”

Dat andere, dat zijn in eerste instantie opiniërende prozastukken. Zoals zijn toespraak bij een manifestatie op het Malieveld in Den Haag op 27 juni dit jaar, waarin hij zei dat het kabinet Rutte wil dat de Nederlandse cultuur, aan de krachten van de markt overgeleverd, gehoorzaamt aan ‘de wetten van het dier’. Andere stukken gaan over het Israëlisch-Palestijns conflict, de Nederlandse rol daarin en zijn enthousiasme voor de Arabische lente.

„Ik schrijf die opiniestukken niet als Dichter des Vaderlands, dacht ik eerst. Maar of je wilt of niet – uit de reacties blijkt dat het daar toch op terugslaat. Dat klinkt misschien potsierlijk – het instituut Dichter des Vaderlands is tenslotte ooit min of meer als grap begonnen. Maar mensen schrijven me serieus: ‘mag een Dichter des Vaderlands zich daar wel mee bemoeien?’ en ‘mijn Dichter des Vaderlands ben je niet meer’. ’’

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Vrijdag 18 november 2011, pagina 4 - 5. U kunt het hele interview van Raymond van den Boogaard hier lezen.

    • een onzer redacteuren