Hij kreeg een week de tijd zich te bedenken

Op zijn 38ste sloot Ward Cortvriendt (60) zich aan bij de Norbertijner monniken. Daar vond hij waar hij al jarenlang naar zocht. Leven in een religieuze gemeenschap, bezig zijn met zingeving, steun bieden aan mensen in nood. Tweeëntwintig jaar lang vierde hij dagelijks het getijdengebed en de eucharistie met medebroeders. Hij leefde volgens de regel van Augustinus: wees tot elk goed werk bereid en houd eerst van God, daarna van de evenmens. In een wit habijt ging hij door het leven.

Hij werd overste van de priorij van de abdij in Hierden. Later zelfs abt van alle Norbertijnen in Nederland. Toen, onverwacht, ontvlamde de liefde voor Mieke. Cortvriendt kwam in gewetensnood. Een relatie en het leven in een religieuze gemeenschap waren onverenigbaar. En hij wist dat hij handelde tegen het kerkrecht.

Voor hij zelf tot een besluit kwam, zette een visitatiecommissie hem onder druk. Dat is nu een jaar geleden. Hij moest op stel en sprong kiezen: een leven met Mieke of verder als abt. Cortvriendt koos voor Mieke, maar nog steeds doet het plotselinge van zijn vertrek hem pijn.

Hij zit op de bank in de vrijstaande woning in de lommerrijke villawijk in Hierden, bij Harderwijk. Hier woont hij, sinds zijn vertrek uit het klooster. Bij Mieke. Aan de hand van de thema’s roeping, liefde, scheiding en spijt wil hij zijn levensverhaal vertellen. Al oogt hij gereserveerd, op zijn hoede. Hij wacht tot Mieke koffie en koekjes heeft geserveerd en erbij komt zitten. Dan begint hij te praten, bedachtzaam formulerend.

Roeping

Wat beweegt mensen? Wat betekent het leven? Wie is God? Het zijn vragen die Ward Cortvriendt al van jongs af aan bezighielden. Als kind zocht hij antwoorden in de katholieke kerk in Vlissingen, waar zijn ouders kwamen. Als filosofiestudent vond hij antwoorden bij een instituut voor oosterse spiritualiteit in Amsterdam. Als bedrijfsadviseur gaf hij antwoorden met zoveel mogelijk diepgang. Maar het was niet genoeg. „Ik wilde zijn waar mensen zich van God verlaten voelden, waar vragen naar zin en betekenis werden gesteld.”

Van de ene op de andere dag wist hij wat hem te doen stond. Hij was 36 jaar en schreef zich in bij het seminarie voor late roepingen, in de buurt van Breda. Hij wilde geen pastoor worden in een pastorie van het bisdom. „Dan zou ik verpieteren. Volgens mij moet de mens niet alleen wonen.” Hij koos voor een leven in een vitale, religieuze gemeenschap.

Nooit meer vriendinnetjes, nooit een gezin. Cortvriendt vond het geen offer. „Ken je de parabel van de parelkoopman? Hij treft een hele bijzondere parel aan die hij wil hebben. Hij verkoopt alles wat hij heeft om hem te kunnen betalen. Die ene parel acht hij van hogere waarde dan al het andere. Zo was het bij mijn keuze voor het priesterschap ook. Ik heb nooit getwijfeld aan de juistheid van mijn beslissing. Wat ik inleverde was onbelangrijk.”

Cortvriendts ideaalbeeld van een religieuze gemeenschap werd op de proef gesteld. „Het blijkt ook gewoon een groep mensen met makken en nukken.” Toch vond Cortvriendt precies wat hij zocht. Hij voelde zich thuis bij het gezamenlijk gebed en de stilte. Hij begeleidde groepen rond thema’s als scheiding, schuld, dood, zelfdoding. Hij leidde parochies vanuit de abdij in het Noord-Brabantse Heeswijk.

Na acht jaar werd hij in 2002 benoemd tot kloosteroverste in de priorij van de abdij in Hierden.

Liefde

Mieke en haar echtgenoot gingen wekelijks naar de kapel bij de abdij van Hierden. Mieke: „Vanaf het moment dat hij ziek werd.” In 2002 stierf Miekes man aan kanker. Cortvriendt sprak met Mieke en haar drie zonen en deed de begrafenis. Mieke en hij raakten bevriend.

Ward: „We zijn het daaropvolgende jaar samen op vakantie geweest. Mieke wilde niet alleen”. Mieke: „Hij heeft me Venetië laten zien. We boekten netjes twee kamers”. Het was de eerste van vele gezamenlijke vakanties die zouden volgen.

Drie jaar bleef Cortvriendt in Hierden. Daarna verhuisde hij terug naar Heeswijk. Daar werd hij in 2007 abt, leider van alle norbertijnen in Nederland. Ondertussen groeide er uit de vriendschap tussen Cortvriendt en Mieke meer. „Dan ontstaat er een groot dilemma. Een relatie is onverenigbaar met het leven in een geloofsgemeenschap. Twee van zulke intensieve contacten kunnen niet naast elkaar bestaan.”

De situatie maakte Cortvriendt ongelukkig. Hij wist dat hij in strijd met het kerkelijk recht handelde. Hij voelde dat hij zowel Mieke als zijn geloofsgemeenschap tekortdeed.

Scheiding

Een visitatiecommissie bezocht het klooster in Heeswijk om te controleren of alles naar behoren liep. Niks ongebruikelijks, dat gebeurt elke zes jaar. Toen hebben medebroeders gepraat. „Een aantal had moeite met mijn relatie.”

De visitatiecommissie stelde Cortvriendt voor de keuze. Zijn relatie verbreken, of uittreden. Hij kreeg een week bedenktijd. „De beslissing had ik snel genomen. Misschien had ik me er in mijn hart al op voorbereid. Ik heb mijn verhaal verteld voor de voltallige vergadering van norbertijnen. Ik heb gezegd dat ik de liefde voor Mieke niet heb gezocht. Ik zie haar als een geschenk, het mooiste geschenk dat ik ooit heb gekregen. Ik had er nee tegen kunnen zeggen. Dat heb ik niet gedaan.”

Mensen waren verdrietig, geschokt. De abt-generaal in Rome was diep teleurgesteld. „Mijn besluit was bedreigend. De gelederen sloten zich, een mechanisme uit zelfbehoud, denk ik.”

Een enkeling hielp hem bij het pakken van zijn spullen. Hij had een busje gehuurd en de mannen van de technische dienst laadden alles in. Er was niemand die hem uitzwaaide. „Niet de mensen die blij waren met mijn vertrek. Niet de mensen die het vervelend vonden; zij waren te zeer geëmotioneerd.”

Had Mieke hem niet kunnen ophalen? Cortvriendt: „Nee, nee, nee, nee.” Mieke: „Dat zou erg provocatief zijn geweest.”

Spijt

Daar zat hij dan bij Mieke. Zonder zijn habijt, zonder zijn abtstitel, zonder religieuze gemeenschap met structuren, zonder kerkgemeenschap en vele contacten. Hij miste het gebed, de vieringen, mensen met wie hij jaren had samengeleefd. „Ik had gevoelens die enigszins vergelijkbaar zijn met die na een scheiding.”

Op zichzelf teruggeworpen werd hij gekweld door vragen. „Had ik dit wel mogen doen? Had het niet anders gekund?”

Van zijn keuze voor Mieke heeft hij geen spijt. Van de manier waarop hij vertrok wel. „Ik voelde me voor het blok gezet en ik heb overeenkomstig gereageerd. Ik nam mijn leven terug in eigen hand. Ik handelde uit zelfbehoud.”

Achteraf gelooft hij dat hij en het bestuur de situatie eleganter hadden kunnen afhandelen. „Als we wat meer tijd hadden genomen en er meer gesprek mogelijk was geweest, hadden we veel verdriet kunnen voorkomen. Nu kwam mijn vertrek – bijvoorbeeld voor de bezoekers van de abdijkerk – als een donderslag bij heldere hemel.”

Of hij heeft gebeden om vergeving? Cortvriendt vindt het een vreemde vraag. Was dat geen ontkenning geweest van zijn liefde voor Mieke? „Ik heb gebeden: laat mijn medebroeders het begrijpen. Ik heb ze nooit pijn willen doen.”

Toekomst

Het leven met Mieke bevalt hem goed. Mieke: „Het vreet tijd.” Zze is heel bang geweest dat Cortvriendt in een zwart gat zou vallen. Hij knikt. „Kinderen, kleinkinderen, huis, tuin.” Ze hebben zich bij de Oud Katholieke Kerk aangesloten. Daar gaan ook vrouwen en getrouwde mannen vieringen voor. Misschien kan hij daar nog iets betekenen, denkt hij.

Hij voelt zich nog steeds een priester, al mag hij zijn vak niet meer uitoefenen. En daar leeft hij naar. Hij gaat soms voor in een protestantse kerk, hij geeft bijbelcursussen, organiseert een bezinningsweek. Hij blogt wekelijks en heeft een stichting opgericht die organisaties begeleidt bij identiteits- en waardenontwikkeling. „Zolang ik kan, zal ik zinvolle dingen blijven doen.”

Hij wil een tegengeluid laten horen in een tijd waarin volgens hem de menswaardigheid onder druk staat. „Politiek en kerk tamboeren op gezag, structuur. En dat begrijp ik wel, want mensen zijn bang voor onzekerheid. Maar degenen die het hardste roepen om handhaving van regels, overschrijden essentiële waarden als naastenliefde. Als de geest geen ruimte krijgt om te komen tot nieuwe inzichten, blijven gestolde waarheden over.”

Als abt was het gemakkelijk om mensen te bereiken, zegt hij. Hij had een netwerk en gezag. Mieke: „Maar nu heb je meer vrijheid.” Cortvriendt kijkt haar aan en zucht. „Ja, en als Ward ben ik misschien ook authentieker.”

Lees het blog van Ward Cortvriendt op: http://wardcortvriendt.eu

    • Esther Wittenberg