Het leukste zeemanswoordenboek ooit

Zelf noemde hij het een „kleine vrijetijdbesteding” en een „bescheiden werkje”. Maar dat moeten beleefdheidsfrases zijn geweest, elders schrijft hij dat het werk hem „onuitsprekelijk veel moeite” had gekost. Het resultaat was ernaar. Het zeemanswoordenboek dat Wigardus à Winschooten in 1681 het licht deed zien, kortweg Seeman genoemd, behoort nog altijd tot de interessantste en leukste woordenboeken die er ooit in het Nederlandse taalgebied zijn verschenen. Aanstaande woensdag verschijnt de hertaling, die is vervaardigd en ingeleid door Hans Beelen, Ingrid Biesheuvel en Nicoline van der Sijs.

Wat maakt dit zeemanswoordenboek tot zo’n bijzonder werk? Om te beginnen is dit het eerste Nederlandse zeemanslexicon. Weliswaar had Nicolaas Witsen in 1671 een lijst met scheepstermen gepubliceerd, maar dat was een relatief kleine lijst in een boek dat over veel meer aspecten van de scheepvaart ging. Wigardus à (of: van) Winschooten, een Amsterdammer die docent Grieks en Latijn in Leiden was geworden, concentreerde zich volledig op de zeemanstaal. „Het werk en de zeden van de zeeman zijn ruw” schreef hij in zijn inleiding, „en dus ook zijn woorden. Maar hoe ruw en onbeschaafd zeemanswoorden ook zijn, toch kunnen ze een sieraad voor onze taal zijn.” Bijzonder is dat Van Winschooten het taalgebruik van de zeelieden in het Nederlands beschrijft. Eerdere woordenboekenmakers gebruikten een andere taal, vaak Latijn, om Nederlandse woorden te verklaren.

Niet dat Van Winschooten nooit Latijn gebruikt. Bij Nederlandse woorden die hij te grof vindt, geeft hij als verklaring bijvoorbeeld ‘coire’ of ‘in re venerea’ (‘in vleselijke zin’). Maar op zich is het al bijzonder dat Van Winschooten bij woorden als bomen, boren, kalven, naaien en beslapen de erotische betekenis (allemaal ‘coire’) vermeldt. Ook daarmee is hij zijn tijd ver vooruit.

Minstens zo bijzonder is dat Van Winschooten tientallen dialectwoorden noemt. Zo verneem je dat Amsterdammers aan het eind van de 17de eeuw kruiser gebruikten voor ‘prostituee’ („lichtekooien, die de straten als het ware kruisen”) en dat Leidenaars een ‘makelaar in koren’ een pontgaarder noemden.

Waar Van Winschooten al deze informatie vandaan haalde is niet precies bekend. Naast schriftelijke bronnen heeft hij z’n best gedaan om zeelieden over hun taalgebruik te ondervragen, dat ging niet altijd even makkelijk. Bij het woord bakboord verzucht hij, na een (achterhaalde) herkomstverklaring: „Een betere uitleg heb ik niet kunnen bedenken en als je het aan de scheepslieden vraagt, antwoorden die alleen maar dat zij zich niet bezighouden met het uitleggen van de herkomst van woorden.”

In totaal vermeldt Van Winschooten bijna vierduizend woorden en uitdrukkingen. Hij doet dat in kleine, verhalende artikelen, waarin hij ook woorden en uitdrukkingen behandelt die niet direct met zeemanstaal te maken hebben. Zo besteedt hij een paar keer specifiek aandacht aan het taalgebruik van het ‘vrouwvolk’, nog iets wat zijn boek uitzonderlijk maakt. „De Seeman”, concluderen de samenstellers, „bevat meer taalkundige informatie over het Nederlands dan enig ander woordenboek uit de Renaissance.”

De hertaling bevat de complete tekst van Van Winschootens zeemanswoordenboek, aangevuld met kaarten, afbeeldingen, toelichtingen en registers. Op de bijgevoegde cd-rom staat zowel de hertaling als een exacte transcriptie van de originele tekst, aangevuld met afbeeldingen van alle oorspronkelijke pagina’s. Dit is niet alleen gedaan voor Van Winschootens werk, maar ook voor vijf andere maritieme lexica uit de 17de, 18de en 19de eeuw. Alles bij elkaar een bronnenpublicatie die navolging verdient. En veel kopers.

Seeman. Maritiem woordenboek van Wigardus à Winschooten. Walburg Pers, €39,50.