Gewoon rustig blijven Henk

Henk Grol verliest vaak zijn zelfbeheersing bij een achterstand.

Maar Grol lijkt geleerd te hebben van zijn fouten, zo bleek gisteren. Hij bleef kalm.

Henk Grol haalde de laatste seizoenen zo vaak een finale, dat iedereen het maar gewoon leek te vinden. De judoka zelf niet in de laatste plaats. Maar na twee snelle uitschakelingen bij WK en EK is hij blij dat hij weer helder kan nadenken. „Ik weet dat ik ook snel kan verliezen, hoe vervelend ook”, zei hij nadat hij in Sporthallen Zuid de Grand Prix van Amsterdam had gewonnen in een finale tegen de Kazach Maxim Rakov.

Grol (26) vertelde gisteren nog eens hoe „naar de klote” hij was geweest bij de WK in Parijs in augustus, waar hij had gedacht in blakende vorm de tatami te betreden. Hij had de best denkbare voorbereiding gehad, eindelijk eens zonder fysiek ongemak. Het werd een deceptie, met uitschakeling in de tweede ronde tegen de Georgiër Levan Zhorzholiani. „Dit was bagger, hier is geen enkel excuus voor”, stamelde hij toen.

Voor bondscoach Maarten Arens was het alsof hij de Grol van vijf jaar geleden had gezien: een onstuimige judoka zonder zelfbeheersing die zijn hoofd verliest bij een achterstand. „Hij moet de ogen uit zijn kop schamen”, zei Arens. „Hij is zo fit dat hij wel twintig potjes achter elkaar kan judoën, maar leek wel doodop. Hij verviel in oude patronen en ik heb geen idee waarom.”

Grol, komende zomer de meest kansrijke Nederlandse judoka bij de Olympische Spelen in Londen, probeerde als een bezetene zijn teleurstelling te verwerken in het krachthonk. Hij behandelde zijn lichaam echter niet als een topsporter en bereikte het tegenovergestelde effect. Een vakantie met zijn vriendin op Aruba maakte het hoofd wel schoon. Meteen bij terugkeer op de judomat won hij de wereldbekerwedstrijd in Abu Dhabi.

Grol had het kunnen weten. Want in april had hij zijn uitschakeling bij de EK in Istanbul – overmoed was hem in de tweede ronde fataal geworden tegen de Bosniër Amel Mekic – verwerkt met een weekje vissen in Noorwegen. Met „een lege kop” had hij daarna de wereldbekerwedstrijd in Baku gewonnen.

De overwinning in Amsterdam betekende de volgende stap naar de Olympische Spelen. „Henk is rustig gebleven, dat is de winst ten opzichte van de WK”, zei Arens. „Ook heeft hij tactisch goed judo laten zien, dat is belangrijker dan de overwinning. Hij heeft nog steeds een opgaande lijn. Hij zou rustiger op de mat kunnen staan, technisch betere worpen kunnen maken en zijn kracht vergroten.”

Arens heeft het traject van Grol tot de Zomerspelen aangepast na de WK. „We hebben drie of vier wedstrijden meer ingepland dan de bedoeling was. Hij moet ritme krijgen, in onverwachte situaties terecht komen en nieuwe jongens in zijn handen hebben. Dan wordt hij niet overvallen als het straks echt belangrijk is.”

Grol kreeg in Amsterdam te maken met de laatste vondst van de veranderzieke wereldjudobond (IJF). Bondscoaches mochten hun judoka’s alleen nog bij stilstaande situaties hulp bieden, in plaats van bij de volledige partij. De judoka haalde zijn schouders op over de nieuwe regel. „We zouden nog iemand op de tribune kunnen zetten, maar dat heb ik niet eens nodig. Maarten coacht me al sinds mijn zestiende. Hij hoeft alleen maar naar me te gebaren. Zelfs als ik in zijn ogen kijk, weet ik al genoeg.”

De overwinning van Grol (gewichtsklasse -100 kg) was de afsluiting van een weekeinde waarin ook Edith Bosch (-70 kg), Dex Elmont (-73 kg) en Anicka van Emden (-63 kg) een gouden medaille haalden. Grol versloeg drie judoka’s die bij de WK nog op het podium stonden. „Dit was een supersterk bezet toernooi, maar het blijft een momentopname”, zei Grol.

De judoka reist deze week naar Japan voor een trainingskamp van drie weken. „Dan kan ik mezelf eens helemaal de tering trainen en mijn lichaam slecht verzorgen. Slapen in een hotel en elke dag naar zo’n universiteitje, dat is geen pretje. Maar ik heb het er allemaal voor over.”

Want geen dag denkt hij niet aan olympisch goud, besloot Grol. „Maar judo is geen zwemmen, dat van dag tot dag te periodiseren is. Als ik morgen een schop tegen mijn poot krijg, kan alles anders zijn. Deze Olympische Spelen missen, dat kan alleen nog als ik doodga. Maar voor goud is veel meer nodig, weet ik nu.”