Annes Argentijnse stekje

In Argentinië, het land waar na de Tweede Wereldoorlog nazi’s een goed heenkomen zochten en onder de dictatuur 30.000 mensen zijn gedood of ‘verdwenen’, trekt een replica van Anne Franks Achterhuis veel bezoekers. „Door Anne Frank begrijpen jongeren hier de horror van de junta beter”.

Zwijgend en zichtbaar onder de indruk vormen dertig Argentijnse middelbare scholieren een halve cirkel rond de boom. De leraar vertelt. Dit is de witte paardenkastanje (Aesculus hippocastanum) die onderduikster Anne Frank in 1944 drie keer beschrijft in haar dagboek („aan wiens takken kleine druppeltjes schitterden”).

De boom is groter dan de toeschouwers en zit opvallend goed in zijn vel. Dit exemplaar staat op het grasveldje van een huis in de wijk Belgrano in Buenos Aires. Het is het Anne Frank Centrum in Argentinië. Het werd in de Argentijnse hoofdstad geopend op 12 juni 2009, de tachtigste geboortedag van Anne, die in maart 1945 stierf in concentratiekamp Bergen-Belsen.

De directeur van het museum, Argentijn Hector Shalom (58), bracht twee jaar geleden een stekje van de Amsterdamse boom naar Argentinië. De lange reis en de eindeloze bureaucratische hobbels om de exogene plant te kunnen invoeren, deden het geen goed. „Het stekje had een vreselijke jetlag en was totaal verpieterd”, zegt Shalom.

Twee jaar later heeft zich een natuurwonder voltrokken. De jonge boom die in Zuid-Amerika normaal gesproken niet bestaat, heeft zich in een mum van tijd aangepast aan een vijandige natuurlijke omgeving. Zelfs de nieuwe wisseling van de seizoenen – in Argentinië is het nu lente – heeft de kastanjeboom zich eigen gemaakt. De boom is nu al twee meter hoog. „Ik zie het er nog van komen dat wij straks een stek van onze boom aan Amsterdam kunnen teruggeven’’, zegt Shalom – de kastanjeboom in Amsterdam werd vorig jaar augustus, 170 jaar oud, geveld door de wind.

Het is een eigenaardige ervaring. In de Argentijnse metropool met evenveel inwoners als de totale populatie van Nederland, is op 13.000 kilometer van het Achterhuis de plek nagemaakt aan de Prinsengracht waar Anne Frank met zus, ouders en vier anderen ruim twee jaar zat ondergedoken.

Het Argentijnse Anne Frank Centrum is ondergebracht in de woning van Hilda Casarella de Szulman, die in 2007 op 74-jarige leeftijd overleed. Het pand werd door haar nabestaanden ter beschikking gesteld aan het Centrum. „Dat was conform de wens van Hilda, die in haar leven altijd nooddruftige medemensen heeft bijgestaan. Tijdens de militaire dictatuur (1976-1983) verstopte zij journalisten in dit huis die later het land werden uitgesmokkeld”, vertelt Shalom.

Op de begane grond is een in Nederland gemaakte expositie te zien met het verhaal van Anne Frank en de geschiedenis over de Duitse bezetting en de concentratiekampen. Een etage hoger zijn delen van het Achterhuis nagebouwd zoals de keuken en de slaapkamer van Anne.

Na oproepen in Argentijnse media is Shalom er in geslaagd een originele zeventig jaar oude Europese inventaris te vinden: van kookplaat tot Nederlands waspoeder. Wat hij in Zuid- Amerika niet kon vinden heeft Shalom aangeschaft in Nederland, zoals een vooroorlogse versie van het Monopoly-spel. Aan de wand hangen dezelfde foto’s van filosofen en filmsterren die Anne in haar kamertje had. Alleen het apparaat van de airconditioning is eigentijds Argentijns.

In het land waar na de Tweede Wereldoorlog invloedrijke nazi’s als Adolf Eichmann, Josef Mengele en Erich Priebke een goed heenkomen zochten, trekt Anne Frank maandelijks tussen de 1.500 à 2.000 bezoekers. Iedere dag komen er een paar schoolklassen langs. Na het Europese verhaal krijgen de bezoekers een zaal te zien waarin de verschrikkingen van de militaire dictatuur in Argentinië worden getoond.

„Er zijn immers nadrukkelijke overeenkomsten”, zegt directeur Shalom. „De militaire junta heeft geleerd van de genocide die de Duitsers pleegden. Nazi’s hebben het Argentijnse leger geadviseerd. Ook in Argentinië was 35 jaar geleden sprake van sociale uitsluiting van groepen, een verbod op politieke partijen en 350 clandestiene centra waar mensen werden gemarteld.” Tussen de twintig- en dertigduizend Argentijnen werden ten tijde van de junta gedood. Vele honderdduizenden Argentijnen verlieten noodgedwongen het land.

„Door de vergelijking met Anne Frank snappen Argentijnse jongeren en leerlingen van militaire academies veel beter de horror ten tijde van de junta”, zegt Shalom. Hoewel er ook bezoekers zijn die bezwaar maken tegen de vergelijking tussen het doden van 30.000 ‘subversieven’ en de vernietiging van zes miljoen Joden. „Zij zeggen dan dat de junta het land verdedigde tegen het communisme. Onze opvatting is dat de junta alleen een neoliberaal economisch model verdedigde. Men wilde de macht.”

Op zijn kantoortje hangen twee foto’s waarop Shalom te zien is met prinses Máxima. Hij leerde haar kennen tijdens het staatsbezoek dat de Oranjes in 2006 brachten aan Argentinië. De prinses bezocht een reizende tentoonstelling over Anne Frank in Argentinië.

Shalom is te spreken over de steun uit Nederland. Het Centrum wordt door de Anne Frank Stichting in Amsterdam financieel en organisatorisch ondersteund. „Nederland heeft de strijd voor de mensenrechten in ons land altijd gesteund. De demonstrerende moeders op het Plaza de Mayo die opheldering vroegen over het lot van hun kinderen kregen hulp uit Nederland. En dat de Nederlandse voetballers tijdens het WK voetbal in 1978 weigerden generaal Videla te groeten maakte ook indruk”, zegt Shalom.

Hij volgt met veel belangstelling het hernieuwde debat in Nederland en in Argentinië over het al dan niet vervolgen van de burgerbestuurders uit de tijd van de militaire dictatuur. De vraag of de voormalige staatssecretaris van Landbouw Jorge Zorreguieta, de vader van Máxima, moet terechtstaan beantwoordt voormalig mensenrechtenactivist Shalom impliciet. „Het is goed om uit te zoeken wie allemaal geprofiteerd hebben van de staatsgreep. Er is ook sprake geweest van economische misdrijven tegen de mensheid. Het ging om macht en de landbouwsector is in dit land heel belangrijk. Daarom is het niet erg geloofwaardig dat een staatssecretaris op die post zegt dat hij niks wist van gedwongen verdwijningen.”

Marcel Haenen