Verlangen naar een hogere werkelijkheid

Arnout Weeda, econoom, ex-journalist en tot voor kort directeur van het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen, gaat met zijn boek Het mysterie van Wenen de concurrentie aan met klassiekers van Janik & Toulmin en Schorske. Ook in die boeken stond de vraag centraal hoe de culturele bloei in Fin-de-siècle Vienna verklaard kan worden.

Ze gelden als het klassieke viertal: het Athene van Perikles, het Rome van Augustus, het Florence van de Renaissance en het 17de-eeuwse Frankrijk van Louis XIV, waarop Voltaire nog een lijvige lofzang heeft gehouden. Ziedaar vier hoogtepunten van Europese beschaving, plaatsen en tijden met een ongewone culturele bloei op de meest uiteenlopende gebieden: kunst, literatuur, wetenschap, filosofie, maar ook politiek en zelfs lifestyle.

In de geschiedenis van Europa zijn er sindsdien nog veel meer van zulke hoogtepunten gevolgd. Een losse greep: Weimar in de Goethe- tijd, Parijs bijna de hele 19de eeuw door, Berlijn in de jaren twintig, Londen en Amsterdam in de sixties. Wat daar en toen werd bedacht drukte een onuitwisbaar stempel op de rest van de wereld. Alsof alle menselijke creativiteit zich even op één plek had geconcentreerd. Dat die concentratie ook weer kan verdwijnen, weet iedereen die dezelfde plek in een ander tijdvak bezoekt. Rome en Athene worden vandaag door niemand meer als navolgenswaardige voorbeelden beschouwd.

Hoe zit het met Wenen? Bij het huidige Wenen zullen de meesten van ons niet meteen aan een broeinest van creativiteit denken, eerder aan Sachertorte, mooie musea en een bezoek aan de opera. Veel negatiefs valt er evenmin over te zeggen, tenzij je de tirades van Thomas Bernhard iets te serieus hebt genomen. Rond 1900 was dat heel anders. Het Wenen van die tijd hoort wel degelijk thuis in het bovengenoemde rijtje van Europese toppen van beschaving. We hebben het dan over het Wenen van Wittgenstein, oftewel Fin-de-siècle Vienna, om de titels van twee veel gelezen studies te noemen, respectievelijk van Alan Janik & Stephen Toulmin en van Carl Schorske, die het nodige aan de reputatie van de Oostenrijkse hoofdstad hebben bijgedragen.

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Vrijdag 18 november 2011, pagina 1 & 2. U kunt de hele recensie hier lezen.